'Filmen is oorlog. En tijd is de vijand', zo zei B-maestro en WO II-veteraan Sam Fuller ooit. Als er iemand volmondig 'ja' zal hebben geknikt, dan wel Francis Ford Coppola tijdens de opnames van zijn psychedelische oorlogsepos Apocalypse Now. De naar Vietnam getransponeerde update van Joseph Conrads Congoroman Heart of Darkness werd immers een van de meest turbulente jungle-shoots ooit. Of zoals Coppola het na vier jaar van vallen, opstaan, springen, vliegen en weer doorgaan zelf verwoordde: 'We hadden toegang tot te veel geld en te veel middelen, en beetje bij beetje werden we krankzinnig.'
...

'Filmen is oorlog. En tijd is de vijand', zo zei B-maestro en WO II-veteraan Sam Fuller ooit. Als er iemand volmondig 'ja' zal hebben geknikt, dan wel Francis Ford Coppola tijdens de opnames van zijn psychedelische oorlogsepos Apocalypse Now. De naar Vietnam getransponeerde update van Joseph Conrads Congoroman Heart of Darkness werd immers een van de meest turbulente jungle-shoots ooit. Of zoals Coppola het na vier jaar van vallen, opstaan, springen, vliegen en weer doorgaan zelf verwoordde: 'We hadden toegang tot te veel geld en te veel middelen, en beetje bij beetje werden we krankzinnig.' Alles begint in 1969, het jaar waarin de Vietnamoorlog zijn bloedige climax bereikt. Scenarist John Milius, de geestelijke vader van Dirty Harry en Conan the Barbarian, laat zijn oog vallen op Conrads novelle Heart of Darkness. Het verhaal, dat zich afspeelt aan het einde van de 19e eeuw, gaat over een ivoorhandelaar die de Congostroom opvaart om zijn infame collega Kurtz terug te nemen richting beschaving. Met zijn tijdloze bespiegelingen over wreedheid en hoogmoed ziet Milius er meteen een contemporaine Vietnamallegorie in: hij vervangt de Congostroom door de fictieve Nungrivier en maakt van Kurtz een losgeslagen Amerikaanse kolonel die aan de grens met Cambodja zijn eigen gruwelimperium heeft gecreëerd. Francis Ford Coppola, die met The Godfather net een wereldhit heeft gescoord, is gefascineerd door Milius' script, maar wil de film wegens tijdsgebrek aanvankelijk enkel produceren. Toch belandt hij tijdens de postproductie van zijn tweede maffiafilm in 1974 zelf in de regiestoel. Zijn New Hollywoodconfrater George Lucas haakt in extremis af en Milius wil de epische onderneming evenmin op zich nemen. Na de conflicten met de studio's tijdens The Godfather besluit Coppola zijn onheilspellende Vietnamtrip bovendien onafhankelijk te financieren. Zijn American Zoetrope Studio staat dan toch op het punt om de traditionele Hollywoodmajors onder de voet te lopen. Dankzij die sterke commerciële positie verzamelt Coppola enkel met de verkoop van de distributierechten razendsnel 7 miljoen dollar, genoeg om zijn project voor te stellen aan sterren als Steve McQueen, Robert Redford, Jack Nicholson en Al Pacino. Helaas blijkt geen van hen geïnteresseerd in de rol van Kolonel Kurtz. Zelfs Marlon Brando weigert, hoewel die dankzij zijn rol van don Corleone in Coppola's The Godfather opnieuw boven aan de A-List prijkt. Enkel voor een supergage van 1 miljoen dollar plus tien percent van de winst wil hij naar de Filippijnse jungle afzakken. Coppola krijgt het voorziene budget van 17 miljoen dollar bij elkaar én willigt ook Brando's exorbitante eis in, waardoor de equipe in maart eindelijk naar de Filippijnen kan vertrekken. Dat het regenseizoen de vier maanden durende shoot danig zou kunnen verstoren, zoals Coppola's vroegere mentor Roger Corman waarschuwt, is voor het zelfbewuste gezelschap geen bezwaar. De tropische stortbuien kunnen het broeierige verhaal enkel ten goede komen, meent Coppola. Nochtans heeft de regisseur lang gehoopt om zijn film in de Verenigde Staten te draaien. Eind 1975 had het Amerikaanse leger een onvoltooide versie van het script echter 'volkomen onacceptabel' verklaard en dus alle medewerking geweigerd. Noodgedwongen had Coppola dan maar contact gezocht met de Filippijnse dictator Ferdinand Marcos: tegen betaling wil die wel het nodige legermaterieel leveren. Alleen jammer dat Marcos meer in het financiële dan in het cinefiele luik geïnteresseerd is. Het resultaat? Elke dag krijgt de crew nieuwe, en dus onvoorbereide helikopterpiloten, plus: afgehuurde tuigen worden zonder overleg door de Filippijnse legerleiding opgevorderd om elders de rebellen te bevechten. Geen wonder dat de shoot al snel vertraging oploopt, zeker wanneer de cast en crew in de jungle gretig allerlei drugs uitproberen. Bovendien wordt Harvey Keitel na drie weken door Coppola ongeschikt bevonden voor de rol van Captain Willard, de jonge officier die Kurtz uit zijn perverse paradijs moet halen. Hoewel Coppola met Badlands-acteur Martin Sheen vrij snel een geschikte vervanger vindt, loopt de productie nog eens verschillende weken vertraging op. Tyfoon Olga zet immers niet alleen de set onder water, maar ook de crew - oh zoete ironie -zónder water. Terwijl de crew de uitputting nabij is, de ziekenboog stilaan volloopt en de film in de pers smalend tot Apocalypse When? wordt omgedoopt, vliegt Coppola voor enkele dagen terug richting San Francisco om er zijn platgewalste begroting bij te schaven. Hij maakt van de gelegenheid gebruik om alvast honderden rushes te monteren én om Dennis Hopper, acteur-regisseur van de culthit Easy Rider, te engageren als de oorlogsfotograaf die in de ban raakt van Kurtz. Eenmaal in de jungle toont Hopper echter dat hij het begrip 'method acting' een geheel eigen invulling geeft: hij consumeert meer lsd, speed en weed dan zijn geschifte personage en verdwijnt elke nacht in de rimboe om 's ochtends volledig high op de set te verschijnen. Ook op Brando hoeft Coppola niet te rekenen. De dertig kilo die hij voor de opnames plechtig had beloofd te verliezen om de zieke Kurtz geloofwaardig te incarneren, is hij allesbehalve kwijt. Coppola tracht de ronde Brando dan maar zoveel mogelijk in de schaduw te filmen en zijn bolle buik buiten beeld te laten. Bovendien heeft de acteur noch het script, noch Heart of Darkness gelezen en kan hij als vanouds geen enkele tekst onthouden. Bij de stilaan manisch geworden Coppola veroorzaken de perikelen zo veel stress dat hij wel veertig kilo is vermagerd. Ondanks alle tegenslagen raakt het grootste deel van de film tegen december 1976 ingeblikt. Tijdens het kerstverlof trekt de ploeg opnieuw huiswaarts, al blijkt uit de ruwe montage algauw dat verschillende scènes opnieuw moeten worden gedraaid. Nog eens anderhalve maand in de Filippijnen moet volstaan, meent Coppola. Op 5 maart 1977 stuurt Martin Sheens hartaanval dat strakke plan echter in de war. De acteur wordt in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht en kan niet voor midden april weer op de set worden verwacht. Intussen werkt Coppola enkele scènes af met stand-ins - onder wie Sheens broer Joe Estevez - en doet hij er alles aan om het slechte nieuws geheim te houden. Indien de al nerveuze banken ervan zouden weten, kan dat het nekschot voor de hele productie betekenen. Gelukkig kan Coppola, die wel een vrolijker verjaardag zal hebben gekend dan zijn 39e, op 21 mei de opnames met een halfverdoofde Sheen definitief afronden. Intussen is het budget tot dik dertig miljoen dollar opgelopen en heeft Coppola zelfs zijn Californische wijngaard en ranch als onderpand moeten inzetten om de bijkomende kosten te dekken. Bovendien dient de voorziene releasedatum van december 1977 te worden verschoven, aangezien het monteren van de ruim 230 uur (!) aan pellicule, het inspreken van de voice-over en de postsynchronisatie zeker meerdere maanden in beslag zullen nemen. In mei 1978 komt er eindelijk een einde aan de helse onderneming. In weliswaar nog niet volledig voltooide versie gaat Apocalypse Now in wereldpremière in Cannes, waar de film zelfs de Gouden Palm wint. Tien maanden later heeft de psychedelische oorlogsopera in de Verenigde Staten buiten alle verwachtingen dik tachtig miljoen dollar opgebracht - met dank aan iconische taferelen als de helikopterraid op de tonen van Wagners Walkure of de surfscènes tijdens het napalmbombardement. Wanneer in 2001 ook Apocalypse Now Redux in de zalen komt, een director's cut met 49 minuten aan nooit eerder vertoonde scènes, maakt de film ontegensprekelijk deel uit van het Amerikaanse erfgoed. Zinnen als 'I love the smell of napalm in the morning', ' Charlie don't surf' en 'The horror, the horror' kunnen in geen enkel lijstje met legendarische filmquotes meer ontbreken, terwijl jongere generaties zich de Vietnamoorlog amper kunnen voorstellen zonder Colonel Kurtz en Captain Willard. Of zoals Coppola in 1978 orakelde tijdens de persconferentie te Cannes: 'Mijn film gaat niet over Vietnam. Hij is Vietnam.' Door Dave MestdachTerwijl de crew de uitputting nabij is en de ziekenboeg stilaan volloopt, wordt de productie in de pers smalend omgedoopt tot 'Apocalypse When?'.