De ultieme cultgroep. The Velvet Underground was het in de sixties, Big Star in de seventies, de Australische Go-Betweens in de eighties. Cult zoals in: lieverdjes van de pers en een hopeloos verbrokkelde minderheid met oren aan het hoofd. Maar dus helaas alleen van hen.
...

De ultieme cultgroep. The Velvet Underground was het in de sixties, Big Star in de seventies, de Australische Go-Betweens in de eighties. Cult zoals in: lieverdjes van de pers en een hopeloos verbrokkelde minderheid met oren aan het hoofd. Maar dus helaas alleen van hen. The Go-Betweens was de droom van Grant McLennan en Robert Forster, twee kunststudenten die elkaar in 1976 ontmoetten aan de universiteit van Queensland. In hun hoofden een storm: film, literatuur, muziek. De twee wilden hun eigen tijdschrift uitgeven, in thuisstad Brisbane de Australische pendant van Andy Warhols Factory openen. Maar het werd popmuziek. Beiden waren in de ban van The Monkees, Creedence Clearwater Revival en de elektrische Bob Dylan. Maar vooral van de literaire New Yorkse punk van toen: Patti Smith, Television. De sterkte van de groep, die zich naar L.P. Hartleys verfilmde roman The Go-Between had vernoemd, bestond uit haar twee gelijkwaardige, exceptionele singer-songwriters. McLennan de melancholische en poëtische, Forster de parmantige en ongenaakbare. Romantiek in blauw en rood. Geheel clichévrij bovendien. Taxeer de hoekige maar melodische artrock op het nog wat stuntelige debuut Send Me a Lullaby (1981) en het geniale Before Hollywood (1983). Weeg de scherpgerande folkrock af die op Spring Hill Fair (1984) en het meesterwerk Liberty Belle and the Black Diamond Express (1986) met opgeheven kin de wanen van die dagen trotseert. Toon goodwill voor de slechts bij vlagen fabuleuze Tallulah (1987) en het luchtige 16 Lovers Lane (1988). Waar ging het mis? Miserie met onmachtige of onkundige platenlabels vooral. Toen single Cattle and Cane begin 1983 op de BBC-radio voorbijgleed, hoorde Forster de presentator vragen of iemand daarbuiten misschien iets meer wist over de groep. Achttien jaar later werd het autobiografische, door Grant McLennan geschreven nummer door de verzamelde muziekindustrie van down under verkozen tot een van de dertig beste Australische songs aller tijden. Cattle and Cane: de slechtst geplugde fenomenale single ooit. Aan ordinaire behaagziekte leden The Go-Betweens niet. Er schuilden geen sterren in hen. Het dichtst bij rock-'n-rollgedrag kwamen de groepsleden door het met elkaar aan te leggen (Forster met drumster Lindy Morrison, McLennan met violiste Amanda Brown). Enigszins in de buurt van de hitparade kwamen The Go-Betweens pas in 1988 met Streets of Your Town, waarin de muze Grant McLennan had ingefluisterd dat hij er een regel over een stad vol afgeranselde vrouwen in moest stoppen. Commercieel bevorderlijk was anders. De groep legde er eind 1989 het bijltje bij neer. Niet elkaar, maar wel de boterhammen zonder beleg moe. In 2000 volgden drie comebackplaten, waarvan de laatste, Oceans Apart (2005), zich met het beste van de eightiescatalogus kon meten. The Go-Betweens stierven een tweede keer, en ditmaal voorgoed, op 6 mei 2006: de dag waarop Grant McLennan, 48 amper, aan een hartaanval bezweek.Begin jaren tachtig was er al de kortstondige versmelting van The Go-Betweens met The Birthday Party van Nick Cave, een toegewijd aanhanger. Dit in het ensemble Tuff Monks, dat overigens slechts één single voortbracht. In 1988 toerden The Go-Betweens in het voorprogramma van R.E.M., bewonderaars sinds Cattle and Cane. Nog meer kudos kwamen van zielsverwant en inspiratiebron Edwyn Collins - met wie de groep heel even het befaamde Schotse (!) indielabeltje Postcard gemeen had -, Teenage Fanclub en Belle & Sebastian. Aanraders genoeg in de negen studioplaten overspannende groepsdiscografie. Om van het solowerk van Forster en McLennan nog te zwijgen. Toch heeft Liberty Belle and the Black Diamond Express enkele fietslengtes voor op het peloton, vanwege zijn perfecte balans tussen jeugdige snee en emotionele doorwrochtheid. Een bruisende collectie songs als kortfilms is het, omzwachteld met briljant, fonkelend rockproza. 'When the rain hit the roof / With the sound of a finished kiss / Like when a lip lifts from a lip', zingt McLennan. 'You opened my mail apart at the seams / Now you know I live beyond my means', zingt Forster. The Triffids waren misschien even goed, maar veroorzaakten minder gegrinnik. KURT BLONDEEL