Jonathan Lethem
...

Jonathan Lethem Doubleday, 224 blz., a 20,20 Jonathan Lethem wordt gehyped als de grootste literaire sensatie van de Amerikaanse Oostkust sinds Bret Easton Ellis, hoewel hij gewaagdere en complexere boeken schrijft dan die laatste. In zijn meest recente essaybundel laat Lethem zijn licht schijnen op zijn jeugdjaren, op bepaalde artistieke neuroses en op de kunstenaarbohémiens waartussen hij opgroeide. Alle essays passen in Lethems bredere thema van hoe Amerikaanse jongeren opgroeien in een door superhelden bevolkte fantasiewereld, om op latere leeftijd meedogenloos naar beneden te worden getrokken door de zwaartekracht van het dagelijkse leven. Nu is er nauwelijks gebrek aan boeken die gewichtig meningen verkondigen over de dubbele betekenissen van de popcultuur, en de naslagwerkjes over de filosofie achter The Matrix, Seinfeld of de Simpsons komen onderhand iedereen de strot uit, maar Lethem is gelukkig een uitzondering. Zijn zelfanalyses worden nooit narcistisch, zijn alomtegenwoordige ironie wordt nergens een literaire meta-truc. Lethem komt naar voor als een scherp criticus die gepassioneerd schrijft over zijn fixaties en artistieke invloeden. In het openingsessay 13, 1977, 12 analyseert hij bijvoorbeeld zeer inzichtelijk en vermakelijk zijn puberale obsessie voor de eerste Star Wars-film, die hij als tiener 21 keer na elkaar ging bekijken. Andere essays gaan over de invloed van de Marvel-strips op zijn artistieke ontwikkeling, de sciencefictionromans van Philip K. Dick, zijn drugservaringen, Hemingway's Kilimanjaro en de films van John Cassavetes. De twee belangrijkste, meest verhelderende essays komen op het einde van The Disappointment Artist. Lives of the Bohemians schetst een satirisch portret van zijn artistieke ouders - Lethem rebelleert tegen het abstracte expressionisme van zijn schilderende vader door hem een boek over Magritte cadeau te doen. The Beards, het allerlaatste essay uit de bundel, handelt over de intense intellectuele vriendschap die de auteur ontwikkelde met drie mannen nadat zijn moeder was overleden. Het essay steunt op de zeer herkenbare en doordeweekse coming of age-observatie dat Pink Floyds grandioze rockopera's de perfecte soundtrack vormen voor zelfgeabsorbeerde adolescenten. Maar Lethem toont zich pas echt een grootmeester van het koele zelfinzicht als hij vervolgens besluit dat zijn fixatie op de Pink Floyd-song Shine on you Crazy Diamond - een ode aan de door drugs gek geworden zanger Syd Barret - teruggaat op zijn overleden moeder. Het nummer illustreert namelijk hoe Pink Floyd kon bloeien zonder hun gekke zanger, net zoals Lethem begon te bloeien na het overlijden van zijn stimulerende maar tegelijk gekke hippiemoeder. Hans Comijn Hans Comijn