MARTIN SCORSESE
...

MARTIN SCORSESE MET LEONARDO DICAPRIO, MATT DAMON, JACK NICHOLSON, MARTIN SHEEN, MARK WAHLBERG Onderhoudend is hij zeker, de nieuwe Scorsese, en bovendien weet de maes-tro het ingenieuze verhaal over een verrader die jacht maakt op een mol en vice versa op een heldere manier in beeld te stansen. Maar een verpletterend meesterwerk à la Mean Streets, GoodFellas of Casino is het, wat de rest ook moge beweren, niét geworden. Daarvoor mist deze vrije bewerking van de Hongkongse gangsterthriller Infernal Affairs - een film die Scorsese vooraf niet eens had gezien - de antropologische diepgang en succulente beeldballetten die men van the director's director nu eenmaal mag verwachten, terwijl huisfotograaf Michael Ballhaus ook betere momenten heeft gekend en verder lang niet alle rollen even geloofwaardig worden ingevuld. Het verhaal speelt dit keer niet in New York maar in Boston, en toont het duel tussen Billy Costigan (een uitstekende DiCaprio) en Colin Sullivan (Damon, ook in prima vorm). De één is een ex-bajesklant die vervaarlijk diep undercover gaat in opdracht van de flikken; de ander een gangsterprotegé die al van op de politieacademie door de Ierse maffiabaas Frank Costello (Nicholson) als infiltrant wordt gebruikt. Dat beide rivalen uiteindelijk oog in oog komen te staan, is dan ook even onafwendbaar als hun tragische ondergang, waardoor The Departed - ondanks zijn commerciële opzet en zijn exodus naar de Ierse onderwereld en de mean streets van South Boston - toch weer uitgroeit tot een archetypische Scorsesefilm, met als verdere specialiteiten van het huis: brutale gewelderupties, scheldtirades en meditaties over trouw, verraad, schuld en boete. 'I don't want to be a product of my environment', oreert Nicholson in dat verband ergens halverwege de film, 'I want my environment to be a product of me'. Waarbij The Mulholland Man alvast de proef op de som lijkt te nemen door weer eens al zijn maniëristische acteertrucs boven te halen - bizarre dictie, brede gebaren en een nog bredere grijns - en aldus onnodig veel aandacht naar zich toe te zuigen. Samen met die pastiche-achtige proloog - een seventiesflashback waarin Nicholson lowkey wordt gefilmd - een van de minpunten in een voor het overige zeer genietbare maar geenszins perfecte genrefilm. (Zie ook p. 8 en volgende.)Dave Mestdach