SUPERMAN: THE MOVIE **** /
...

SUPERMAN: THE MOVIE **** / SUPERMAN II **** / SUPERMAN II: THE RICHARD DONNER CUT **** / SUPERMAN III **** / SUPERMAN IV: THE QUEST FOR PEACE **** / EXTRA'S: **** (WARNER) Toen ik in 1980 in de Londense Pinewoodstudio's Richard Lester ging interviewen over zijn nieuwste film Cuba, was hij officieel alleen maar de 'productiecoördinator' van de tweede Supermanfilm die daar gedraaid werd. Officieel stond Richard Donner, regisseur van de eerste Superman, nog altijd aan het roer, al viel hij nergens op de set te bespeuren. 'Ik coördineer de diverse filmploegen zonder dat mijn naam op de generiek zal worden vermeld', zo vatte Lester bescheiden zijn taak samen. 'De producers wilden me van bij het begin als regisseur, maar zelf geloof ik niet dat ik de geschikte man ben om Superman te regisseren.' Een half jaar later kwam Superman II in de bioscoop en klopte er niks meer van wat Lester toen beweerde: Lester stond op de generiek als enige regisseur vermeld, van Donner was helemaal geen sprake meer, wél krioelde het op de aftiteling van de fiscale raadgevers en advocaten, een symptoom van het gekrakeel achter de schermen. Het idee was altijd dat Donner de twee Supermanfilms tegelijkertijd zou opnemen, maar toen de postproductie langer uitviel dan voorzien (wegens de baanbrekende special effects-shots van een vliegende Superman), werd in 1978 de eerste Superman uitgebracht en werden de opnamen van de sequel onderbroken. Donner had ongeveer 70 procent van de film klaar, maar kreeg nooit de kans om de ontbrekende 30 procent te draaien. Toen het eerste deel een verpletterende hit bleek, besloten de producers (Alexander en Ilya Salkind en Pierre Spengler) Donner, met wie ze een erg gespannen werkrelatie hadden, te dumpen en huurden ze Richard Lester in. Lester, bekend van de twee Beatlesfilms en een groot bewonderaar van Buster Keaton, probeerde in de nieuwe scènes zoveel mogelijk slapstick te stoppen, wat nogal vloekt met de eerbiedige toon van het materiaal van Donner (waarvan nog 20 procent in Superman: The Movie zit). Ondanks het schizofrene resultaat triomfeerde ook Superman II aan de kassa. Lester draaide nog een inferieur derde deel en de formule werd verder uitgemolken in een vierde luik, onpersoonlijk ingeblikt door Sidney J. Furie. Deze vier Supermanprenten met Christopher Reeve zijn nu gebundeld in een box, volgestouwd met bonusmateriaal, met als kers op de taart de opgeviste versie van Donner, die het licht ziet dankzij de internetcampagne waarmee vurige fans Warner Bros wisten te overtuigen om in deze reconstructie te investeren. Het oude materiaal van Donner werd digitaal opgepoetst en samengevoegd tot een nieuwe cut. Om het verhaal compleet te maken, dienden er toch nog scènes van Lester ingelast te worden. Wat nog altijd een zere plek is voor Donner, die niet nalaat om in de commentaartrack zijn vervanger ('een kerel wiens naam ik opzettelijk vergeten ben') af te vallen. Lesters maffe openingsscène in Parijs, compleet met komische Franse terroristen, is eruit gekieperd. Marlon Brando verschijnt weer als hologram in de rol van Supermans vader (al zijn scènes waren al opgenomen voor Donner de bons kreeg, maar de Salkinds schrapten hem uit Superman II, uit vrees dat ze hem een extra salaris zouden moeten betalen. Donner legt meer de nadruk op Supermans innerlijke strijd: de keuze tussen zijn buitengewone gaven die het mensdom kunnen redden en huiselijk geluk met de liefde van zijn leven. Er is ook een scène waarin Lois Lane (Margot Kidder) een list gebruikt om Clark te ontmaskeren als de man die in het bekende blauwe pak over New York vliegt en mensen uit de brand helpt (omdat Donner nooit de kans kreeg om die sleutelscène ook te draaien, moeten we ons behelpen met de screen test). Je kan niet zeggen dat Donners cut echt aan elkaar hangt, het bekijken van de film is een hobbelig ritje, maar de vergelijking van twee versies van hetzelfde basismateriaal levert voor de fans van de Man van Staal fascinerend studiemateriaal op. Patrick Duynslaegher