Wie er het entertainmentnieuws in de krant wel eens op naslaat, kent The Magic Numbers wellicht als de gezellige dikkerds die weigerden aan te treden op het - intussen afgevoerde - BBC-programma Top of the Pops nadat ze werden aangekondigd als 'a big fat melting pot of talent'. Ruim een jaar na datum blijven we dat een vreemde reactie vinden, want The Magic Numbers lijken niet echt wakker te liggen van hun extra kilootjes. Terwijl wij aan percussioniste Angela Gannon worden voorgesteld, komt zanger Romeo Stodart de hotellobby binnengewaggeld met een druipende Cornetto in de hand.
...

Wie er het entertainmentnieuws in de krant wel eens op naslaat, kent The Magic Numbers wellicht als de gezellige dikkerds die weigerden aan te treden op het - intussen afgevoerde - BBC-programma Top of the Pops nadat ze werden aangekondigd als 'a big fat melting pot of talent'. Ruim een jaar na datum blijven we dat een vreemde reactie vinden, want The Magic Numbers lijken niet echt wakker te liggen van hun extra kilootjes. Terwijl wij aan percussioniste Angela Gannon worden voorgesteld, komt zanger Romeo Stodart de hotellobby binnengewaggeld met een druipende Cornetto in de hand. Angela Gannon: Absoluut. Kijk uit, James Brown! Romeo Stodart:(boert) Sorry! Eigenlijk hebben we deze plaat vooral gemaakt om het toeren weer een beetje aangenamer te maken. Elke avond dezelfde dertien nummers spelen, dat wordt algauw vervelend. Dus begon ik mezelf uit te dagen. Zo van: tegen die show wil ik een nieuw liedje klaar hebben en tegen dat optreden weer één. Dat hield natuurlijk in dat ik op de meest onmogelijke plaatsen op de meest onchristelijke uren songs zat te schrijven. In de tourbus, op het toilet, you name it. Angela: Ronduit indrukwekkend hoe hij soms tussen de soep en de patatten een popsong uit zijn mouw staat te schudden. Ik kan me nu bijvoorbeeld nauwelijks op dit gesprek concentreren omdat de espressomachine achter de toog te veel kabaal maakt, maar Romeo kan een liedje zitten bedenken terwijl de hele tourbus op zijn kop staat. Romeo: Dat is nog niets vergeleken met Bob Dylan. In No Direction Home(de Dylandocu van Martin Scorsese, nvdr.) zag ik dat hij vroeger gewoon de krant opensloeg en zichzelf vervolgens voornam om over vijf krantenartikels een song te schrijven. Nog diezelfde dag had hij vijf klassiekers geschreven. Vijf! Klassiekers! Kun je je dat inbeelden? Ik maak mezelf overigens niks wijs, hoor. Ik weet dat liedjes schrijven me niet altijd even makkelijk zal blijven afgaan. Bovendien zijn mijn songs niet noodzakelijk ook míjn verdienste. Soms worden ze door het toeval ingegeven. Romeo: Waar gebeurd, ja. Ik droomde een keer dat ik op een feestje door al mijn muzikale helden werd omringd. The Rolling Stones waren er, The Beach Boys ook en Tom Waits zat in een hoekje whisky te drinken - wat anders, hé? (lacht) Op een bepaald moment begon Carl Wilson een liedje te zingen en hij bleef dat maar herhalen tot het de soundtrack bij mijn droom werd. Toen ik wakker werd, kon ik nauwelijks geloven wat me was overkomen. Ik heb dat liedje meteen uitgeschreven en uit dankbaarheid heb ik het dan maar Carl's Song genoemd. Romeo:(boert opnieuw) Oeps, sorry hoor. Prijs je gelukkig dat het gas geen andere weg naar buiten kiest. (lacht) Ik ben blij dat we als groep hoorbaar ge- evolueerd zijn in vergelijking met onze eerste plaat. Vooral op de strijkarrangementen ben ik best wel fier. Angela: Een geweldige vent! Al was hij zeer verbaasd dat we bij hem terechtkwamen. 'Iedereen schijnt te denken dat ik allang dood ben,' zei hij. (lacht)Romeo: Terwijl hij ons moeiteloos onder tafel drinkt. Not bad for a dead guy!Romeo: Robert kende Nick Drake al van op de universiteit, maar zelfs hij kon hem maar moeilijk doorgronden. Nick moet een heel ingewikkelde jongen geweest zijn, iemand die zelfs voor zijn beste vrienden een compleet mysterie bleef. Hij was bijvoorbeeld nooit tevreden over zijn opnames, maar deed hooguit twee takes van ieder liedje. Vreemde kronkel. Romeo:... een kijkje gaan nemen? Ik durf het nauwelijks hardop te zeggen, maar het is er niet van gekomen. De uitstap was nochtans gepland en de route uitgestippeld, maar we hebben geen tijd gehad. Stom, hé? Angela: Zie je, wij zijn écht the hardest working band in showbusiness. Romeo:(lacht) Geen van beide. We hebben er gewoon altijd plezier in. En we zijn tenslotte Radiohead niet. Maar onlangs heb ik me nochtans eens goed kwaad gemaakt op het podium. We speelden in Londen een secret gig voor onze grootste fans. Toen we een paar rustiger liedjes speelden begon iedereen te praten. Toen heb ik me écht opgewonden: 'Shut the fuck up! Jullie hebben verdomme betaald om ons te zien spelen. Als je wil kletsen moet je maar op café gaan.' Angela: Het is ook lang niet altijd peis en vree in de groep, hoor. We maken best wel veel ruzie, ook óp het podium. Romeo: Onlangs hoorde ik dat de gebroeders Reid van The Jesus & Mary Chain on stage met elkaar op de vuist zijn gegaan. Ze sloegen elkaar zowat de kop in en vernielden mekaars gitaren. They just let it all out. Dat zie ik ons ook ooit eens doen. Dat zoiets bij ons nog niét is gebeurd, ligt aan Sean en Michele, die nooit drinken voor het optreden. De sukkels. Maar dat kunnen ze onmogelijk blijven volhouden. De eerste keer dat we met z'n vieren strontzat op het podium staan, zit het spel op de wagen. Laat de paparazzi dan maar komen. (lacht)Romeo: Tuurlijk, maar veel trekken we ons daar niet van aan. Wél compleet ondersteboven was ik onlangs van een fanbrief. Een meisje deed er haar beklag over dat we niet zelf meespelen in de clip van I See You, You See Me. Nu moet je weten dat we simpelweg geen tijd hadden om die clip zelf te draaien. Iemand in New York heeft 'm voor ons gemaakt. Maar die fan beweerde dat we ons laten brainwashen door onze platenfirma. Die zou ons verbieden in onze eigen clips te figureren vanwege ons overgewicht. Nu, dat meisje had zelf last van zwaarlijvigheid en vond dus dat wij het moeten opnemen voor alle dikkerds in de wereld. Komaan zeg! Wij hebben helemaal geen complexen over onze extra speklaag en we voelen ons goed in ons vel. Maar bombardeer ons alsjeblieft niet tot woordvoerders van de zwaarlijvigen aller landen. Door Vincent Byloo