Hoe vaak kun je hetzelfde programma net iets anders maken voordat een mens overvallen wordt door een knagend gevoel van déjà vu? Met de loopbaan van Arnout Hauben als voorbeeld en leidraad zou ik zeggen: zo'n vijf keer. Waarbij de vijfde keer niet de spreekwoordelijke goede keer is, maar de al even spreekwoordelijke keer te veel.
...

Hoe vaak kun je hetzelfde programma net iets anders maken voordat een mens overvallen wordt door een knagend gevoel van déjà vu? Met de loopbaan van Arnout Hauben als voorbeeld en leidraad zou ik zeggen: zo'n vijf keer. Waarbij de vijfde keer niet de spreekwoordelijke goede keer is, maar de al even spreekwoordelijke keer te veel. Nadat hij eerder de frontlijnen van de Eerste en de Tweede Wereldoorlog afliep, daarna zijn voeten in de sporen van zijn persoonlijke helden wrong en vervolgens de kustlijn van de landen langs de Noordzee bewandelde, is Hauben terug thuis met een tocht langs de wegen die de bevrijders van België vanaf september 1944 bereden. Opnieuw heeft de redactieploeg achter Hauben een hele schare aan wonderlijke ooggetuigen opgespoord. Krasse negentigers en tachtigers die allemaal wel ergens langs het traject van de triomferende Engelsen en Amerikanen stonden, of die als wat vergeten Belgische strijders meemarcheerden. De Brigade Piron, kondigt Hauben met zijn geoefende zin voor dramatiek aan, dat waren de Belgische soldaten in ballingschap die na zo veel jaren in Engeland eindelijk weer voet op Belgische bodem zouden zetten. Jean Martial uit Evere was een van die mannen. 'Het moet wat geweest zijn', vertelt Hauben tegen de camera. Meneer Martial, die speciaal voor de ontmoeting een wit hemd en gladgestreken das heeft aangetrokken, krijgt te horen hoe blij Hauben is dat hij bij hem op bezoek mag komen. Maar hoe emotioneel het weerzien met de Belgische bodem wel was, dat krijgen we van meneer Martial niet te horen. Ineens staat Hauben pal in Rongy, het grensdorp waarlangs de bevrijders België binnenreden. 'Overal hingen Belgische vlaggen', mag Martial eindelijk vertellen. Waarna de camera alweer op Hauben inzoomt, die geheel toevallig op straat een man ontmoet die nog levendige herinneringen koestert aan die formidabele septemberdagen. Wat ooit verfrissend en vertederend was, is na al die jaren voorspelbaar en op het randje van hilarisch geworden. Als je een persiflage op de programma's van Hauben zou willen verzinnen, zou je waarschijnlijk deze derde reeks van Ten Oorlog maken. Met een rugzak die hij nooit nodig heeft, botst hij op mensen die als goochelaars die konijnen uit hoeden trekken de meest waanzinnige verhalen bovenhalen. Maar 2020 is 2013 niet. Ondertussen werden met Kinderen van het verzet en Kinderen van de collaboratie indringende portretten van de onderstroom en de naweeën van WO II gemaakt. Niet reporters speelden daarin de hoofdrol, wel de mensen om wie het werkelijk ging. En daar knelt bij Hauben de schoen. Als Hauben aan de arm van Louis Boeckmans het fort van Breendonk binnenwandelt, valt de soms tenenkrommende oppervlakkigheid van zijn contact met de geschiedenis op. Alsof de getuigen niet meer zijn dan figuranten. Boeckmans werd een paar dagen voor de bevrijding van het fort op transport naar een concentratiekamp gezet. In Kinderen van het verzet zou deze man de tijd en de ruimte hebben gekregen om zijn verhaal te doen. Hauben raakt niet veel verder dan vragen naar Boeckmans' liefdesleven en het wegslikken van de eigen tranen. Het zal wel oprecht geweest zijn, maar het kwam geforceerd over. Helemaal geforceerd is ten slotte de titel: De bevrijding van Vlaanderen. Geen hond die eraan dacht een Vlaamse vlag buiten te hangen toen de pantserwagens van de bevrijders door de straten rolden. Dan kon je evengoed een hakenkruis op je deur schilderen. Niemand sprak in die dagen over de bevrijding van Vlaanderen. Zelfs Hauben heeft het vaker over de bevrijding van België dan over die van Vlaanderen. Waarom dit programma dan net die titel moet dragen, is mij een raadsel.