'Het is een verschrikkelijk beroep. Je moet echt bereid zijn om te sterven op het podium.' Als Patrick De Witte een beetje reclame wou maken voor de stiel van stand-up comedian, dan is hij daar in het interview dat hij aan de radio gaf enkele dagen voor de start van Comedy Casino niet bijster goed in geslaagd. Maar de tv-maker heeft wel een punt: stand-up is niets voor doetjes. De pijnlijke stilte die valt als er een mop volledig de mist ingaat, zou zelfs Vin Diesel op de knieën krijgen. En toch heeft er de afgelopen jaren geen enkele beroepstak zo'n groei gekend. Je kunt nauwelijks een café binnenstappen of er staat wel iemand met een microfoon in de hand de stamgasten te entertainen, en ook de culturele centra van het land maken met plezier plaats vrij voor een avondje moppentappen. Het succes...

'Het is een verschrikkelijk beroep. Je moet echt bereid zijn om te sterven op het podium.' Als Patrick De Witte een beetje reclame wou maken voor de stiel van stand-up comedian, dan is hij daar in het interview dat hij aan de radio gaf enkele dagen voor de start van Comedy Casino niet bijster goed in geslaagd. Maar de tv-maker heeft wel een punt: stand-up is niets voor doetjes. De pijnlijke stilte die valt als er een mop volledig de mist ingaat, zou zelfs Vin Diesel op de knieën krijgen. En toch heeft er de afgelopen jaren geen enkele beroepstak zo'n groei gekend. Je kunt nauwelijks een café binnenstappen of er staat wel iemand met een microfoon in de hand de stamgasten te entertainen, en ook de culturele centra van het land maken met plezier plaats vrij voor een avondje moppentappen. Het succes is zo groot dat een eigen tv-programma niet meer kon uitblijven, en onder impuls van Canvas toog De Witte samen met zijn productieteam aan het werk om de humorboom van Vlaanderen in een wekelijkse show te gieten, naar het voorbeeld van het Nederlandse The Comedy Factory. Stand-up comedy mag dan aartsmoeilijk zijn, een tv-programma rond stand-up comedians maken is simpel: je zet klapstoeltjes klaar, vraagt beleefd aan enkele tientallen mensen om binnen te komen, jaagt een paar komieken het podium op en laat de camera's alles registreren. Dat Comedy Casino sterk aftrapte, was dan ook in de eerste plaats de verdienste van de vier stand-uppers die de revue passeerden. Al hadden de makers meer invloed dan op het eerste gezicht leek. Ten eerste was het viertal dat aantrad heel slim gekozen, want heel gevarieerd. Na een korte inleiding door Adriaan Van den Hoof (die duidelijk nog wat moet groeien in zijn rol als master of ceremony, al is hij wél stukken verstaanbaarder dan zijn Nederlandse tegenhanger Jörgen Rayman) opende Comedy Casino met Alex Agnew, die in de zijn kenmerkende take no prisoners-stijl het publiek opwarmde met een monoloog over reclame op tv, de Verenigde Staten en het Vlaams Belang. Vervolgens kwam de eerste buitenlander aan bod, Chris Van der Ende, een Nederlandse 'dorpsneger uit De Lier', die met grappen over zijn afkomst en huidskleur ('Ik zie blanke mensen zitten kijken naar een neger die hard werkt. Ik krijg een déjà vu van driehonderd jaar geleden.') meteen de juiste toon had. Wouter Deprez ging dan weer de absurde kant op, met een parodie op een Bijbelverhaal. Maar het hoogtepunt van de uitzending was Wim Helsen: met een tulband op het hoofd haalde die in een zelfverzonnen taaltje drie sinterklaasliedjes door de mangel en het resultaat was afwisselend hilarisch en op een vreemde manier beangstigend. Dat Helsen een wekelijkse vaste spot heeft gekregen in Comedy Casino, was een meesterzet. Ook de beslissing om Comedy Casino op te nemen in het casino van Gent getuigt van inzicht. Dat het publiek in een programma als dit de sfeer bepaalt, is te zien aan De Rechtvaardige Rechters. Zoals Patrick De Witte ooit vertelde: 'Als je in dat dorpscafé lacht met de Marokkanen krijg je de hele zaal plat. Maar als je een mop vertelt over Filip Dewinter, wordt het plotseling heel stil.' Niet zo in Comedy Casino: als er daarin gelachen wordt met negers en migranten (en dat gebeurt gelukkig vaak), stijgt er ook gelach op, maar als het Vlaams Belang aan bod komt, krijgt de stand-up comedian er nog applaus bovenop. Dat geeft Comedy Casino de zweem van rebellie en respectloosheid die stand-up comedy nodig heeft. Net daarom is het een beetje jammer dat de zaal meer weg heeft van een cultureel centrum dan van een bruin cafeetje. Tussen de stand-up comedians, die op een hoog podium staan, en het publiek is er zoveel afstand dat de kans dat bijvoorbeeld een heckler - toch een essentieel onderdeel van stand-up - de komiek het vuur aan de schenen kan leggen, een stuk kleiner wordt. De spanning die vaak gepaard gaat met stand-up comedy - kan hij het of kan hij het niet? - is daardoor te weinig aanwezig. Kortom: simpel concept, sterk uitgevoerd, maar er zouden wat meer doden mogen vallen. 'COMEDY CASINO IS EEN SIMPEL CONCEPT DAT STERK IS UITGEVOERD, MAAR ER ZOUDEN WAT MEER DODEN MOGEN VALLEN.'Stefaan Werbrouck