'De homo touristicus uit dubbel geboekt is een vreemd wezen'
...

'De homo touristicus uit dubbel geboekt is een vreemd wezen'Iedereen heeft wel zo'n nonkel die aan de familietafel voor de nodige humor zorgt, maar die je na een bepaalde hoeveelheid alcohol best chirurgisch verwijdert, gewoon omdat het anders te snel pijnlijk wordt. Eenzelfde gevoel hield ik over na het bekijken van de eerste aflevering van Dubbel Geboekt, waarin twee families met twee tegenstrijdige vakantiegewoontes met elkaar op reis gaan. Een man uit Lennik die net niet begint te kwijlen als Heidi van de bergen huppelt en een vrouw uit Bilzen die op vakantie vooral zon, zee, een mooi hotel en een deftig kapsalon wil en niets haat, behalve sneeuw - beter konden de programmamakers het zelf niet bedenken. Neem daar nog bij dat de mens op vakantie meer zichzelf is dan hij thuis ooit durft te zijn, en je programma kan niet meer stuk. De homo touristicus is een vreemd wezen. Vijftig weken per jaar loopt hij netjes in de rij om er twee weken per jaar eens lekker uit te springen. Onder het motto ' het moet niet altijd werken, werken, werken zijn' gaat de riem wat losser, mag de broek wat korter en het haar wat wilder. Maar het liefst voelt de mens zich op zijn verre vakantiebestemming vooral thuis, en dus worden ook op vakantie de vaste gewoontes hardnekkig in ere gehouden. Onder de korte broek blijven de sokken aan. En frieten eet je met mayonaise. Anderen lossen het euvel van de heimwee op door het verschil tussen thuis en vakantie zo veel mogelijk op te heffen: ze bouwen een replica van hun favoriete vakantieland thuis na. 'Ik ben zot van Oostenrijk', verklaarde Marc met waterige ogen in zijn chalet in het platte land van Lennik. Échter dan Marc vind je ze in Oostenrijk waarschijnlijk enkel in het plaatselijke themapark. Hij haakt graag de duimen achter de bretellen van zijn lederhosen, schakelt vlot over van het Lenniks op het Duits en heft niet eens op verzoek der Anton aus Tirol aan. 'Ik breng meer tijd door in mijn chalet dan thuis.' Verder in het programma blijkt dat dat evenveel met zijn huwelijk als met zijn liefde voor Oostenrijk te maken heeft. 'Een vrouw is als een hond', zal Marc niet eens zo dronken beweren. 'Je moet ze opvoeden.' En kijk, dát is nu precies de reden waarom ik niet van reality-tv houd. Als sketch is een programma als Dubbel Geboekt hilarisch, maar in werkelijkheid lijkt het te veel op die vrolijke nonkel Jos op het familiefeest. Als hij zijn stropdas rond zijn hoofd bindt en de pijpen van zijn broek oprolt, weet je dat het te laat is. Niet alleen begint hij dan op de tafels te dansen, hij voelt zich dan ook geroepen om wijsheden te verkondigen. 'Draag jij lederhosen? Kun jij billenkletsen?', vraagt Marc onverstoorbaar aan een jongen in een plaatselijke supermarkt. 'Kijk, zo!' En daar begint die Marc te huppelepuppen in de winkel. De jongen zie je zowat achter de stapels Oostenrijkse appelen wegkruipen van plaatsvervangende schaamte. 'Ik heb graag een imago', zegt een immer onverstoorbare Marc. Als hij met Lilianne en co uiteindelijk richting Egypte vertrekt, verschijnt hij in traditioneel Marciaanse klederdracht. Een zwembroek heeft hij niet bij. Ah nee, dat heb je toch niet nodig in Oostenrijk? En wij die dachten dat reizen soms, bij wijlen, geestesverruimend werkt. Guy troont Marc mee naar een lokale toeristenfuik, waar ze de pater familias uit Lennik in een zwart kleed en tulband hullen en hem ook nog een roze zwembroek aansmeren, die daar al jaren onder de toonbank ligt te beschimmelen. De ogen van zijn dochter Kimberley en zoon Fre draaien bijna uit hun kassen. Maar vaderlief negeert hen professioneel. Hij is nog niet vergeten dat ze op hun zeven jaar de Oostenrijkse tenuetjes afzworen die hij met liefde had uitgekozen. Want dat was wel de voorspelbare en oh zo schrijnende afloop van Dubbel Geboekt. Het meisje Kimberley dat haar moeder voor heel Vlaanderen een ouderwetse doos noemde en vroeg aan Liliane of ze in het vervolg met haar op vakantie mocht. Dertien jaar opvoeding om zeep omdat pa en ma met alle geweld gratis op reis wilden. Tine Hens