door Bart Cornand
...

door Bart CornandEen vriendschap onderhouden met Jean-Pierre Van Rossem kan kwalijke gevolgen hebben. Dat weten de arrivisten die hem hun zwart geld lieten beleggen al een tijdje, maar nu is het gewoon een deel van het collectieve bewustzijn geworden. Overdreven? I've got two words for you: Luk Alloo. Voilà. Het was nochtans allemaal zo schoon begonnen. Op oudercontacten noemde de prefect van het college de jonge Luk wellicht 'een guitige kwajongen'. Oké, hij rookte in de toiletten en hij waste zijn haar te weinig, maar voor de rest waren er geen echte klachten. Ja, voor hem lag een mooie toekomst open. Desondanks besloot hij journalist te worden. Kuifje zou hij heten. Dus begon hij zijn carrière bij de Bianca Castafiore van de toenmalige BRT: Edwin Ysebaert, bij wie hij met de onvergetelijke oneliner 'Allo Alloo' de telefoon mocht opnemen. De prefect kreeg telkens een krop in de keel als hij het hoorde. Hij had het altijd geweten. Maar Kuifje wou meer; groots en meeslepend zou hij leven. En alsof Ysebaerts Eenzame Harten Buro nog niet genoeg was geweest, werd hij researcher bij Goedele. Wat valt daar nu aan te researchen, denkt u vast, maar dat is het punt niet. Goedele betekende de doodsteek voor het communiezieltje van Luk Alloo. Ze was de Hun voor de Romeinse poorten in zijn hoofd, zijn sleutel tot Sodom en Gomorra. And he loved her all the more for it. Hij leerde vrouwen kennen die het op één dag met tien verschillende mannen deden, venten die ondergoed uit staal, leer en plastieken buizen droegen, en... Paul Jambers (verzint u zelf maar een epitheton, anders stuurt hij weer een lezersbrief). Het resultaat bleef niet uit: Kuifje knipte zijn krul af en liet zijn baard staan. Toen de hoeren op waren en de junks niet meer wakker werden, gooide Alloo zich op de enige mensen die nog nooit op tv waren gekomen: de Bekende Vlamingen. Aflevering na aflevering zag je Martine Jonckheere verder uitzakken, de bedscènes met Jo Vally werden legendarisch, en natuurlijk was er zijn vriendschap met de notoire literator Van Rossem, in de vakpers beter bekend als Jean-Pierre V.R.J.-P. maakte de denker in Luk wakker, wat hem tot het programmaatje Alloopraat inspireerde. Niemand die luisterde, dus zocht hij toenadering tot Van Rossems andere hersenhelft: hij zou onderduiken in het gangstermilieu. AllooUndercover was geboren. In de eerste uitzending probeerde hij zonder vergunning een wapen te kopen. Het lukte zowaar, tot grote tevredenheid van Alloo _ en iets minder van het gerecht, dat een onderzoek startte. Vorig weekend ging hij op zoek naar een vals internationaal paspoort. 'Kan ik een andere identiteit aannemen?', vroeg hij zich af _ een vraag die zich sinds het BV-bacchanaal Sterren & Kometen steeds nadrukkelijker opdrong. Zijn partner in crime heette Marcel, een klerk uit het gemeentehuis van Borgerhout wiens hemd de sporen van het sedentaire ambtenarenleven niet kon verhullen. Luk trok met zijn cameraman eerst naar Antwerpen, waar hij op het Falconplein plompverloren enkele allochtone medemensen aansprak. 'Ik zoek een vals paspoort', zei hij op dezelfde toon waarmee hij vroeger Véronique De Kock op een pukkel op haar linkerborst wees. En of de heren voor het oog van de camera geen goed adres konden noemen. Tarara, zeiden ze volledig ingeburgerd. Over naar Brussel dan maar, waar een man met een vreemd stemmetje hem voor 4000 frank een stukje karton bezorgde. Luc Zeebroek heette Alloo nu, en hij knipoogde vettig naar de camera. Mens wat een geestigheid: de échte Zeebroek is natuurlijk zijn maatje Kamagurka. Ja, daar zou hij op een receptie nog eens hard om lachen. 'Waardeloos', oordeelde Marcel bij het zien van de aankoop. Zijn hemd spande trots. Waarop Alloo naar Amsterdam trok, en er een kerel ontmoette die niet gefilmd wou worden. 'Ik kan je helemaal onherkenbaar maken', beloofde Alloo. 'Kun je dat op papier zetten?' counterde de ritselaar. De rechter zal er ongetwijfeld alle begrip voor hebben: 'Ja edelachtbare, ik vervals paspoorten, maar hij daar was vergeten om blokjes op mijn kop te zetten.' Soit, voor 70.000 ballen kreeg Alloo een netjes gestolen Nederlandse pas. Eindelijk applaus? 'Het is het ouwe model', taxeerde party pooper Marcel. Ten langen leste reed Luk opnieuw naar Antwerpen. De zenuwen gierden duidelijk door zijn keel, en neem het hem eens kwalijk. Wij zouden bij nacht en ontij ook niet in een vreemde auto langs een verlaten kade stappen. Hierop had hij al die jaren gewacht. Deze onderzoeksjournalistiek zou de prefect pas écht trots maken: 'Waar worden die passen gemaakt? Hoeveel vangt u hiervoor (u!)? Hoeveel levert u er per maand?' De leverancier kon zijn lol niet op. 'Doet er niet toe', counterde hij telkens. 'De vorige eigenaar is dood, daar ga je geen last van hebben.' Alloo slikte luid. Die zin had hij in zijn Jommekesboeken nooit gelezen. Op het gemeentehuis knikte Marcel goedkeurend, maar de flikken bellen deed hij niet. 't Zou me niet verbazen als hij tot aan zijn pensioen alleen nog aan fiscale zegels mag likken. En Luk? Wees toch wat voorzichtig, man. Kwajongens verliezen ook wel eens.