Waar is de tijd dat politici alleen op tv kwamen in Confrontatie of tijdens een toespraak in prime time. Na het journaal, Armand Pien en reclame voor steenkool (Groot gelijk!) staarden plots de bolle ogen van Wilfried Martens je woonkamer in. Die mens was het natuurlijk niet gewoon om van een autocue af te lezen, en leek gebiologeerd door de tv-worstjes op onze salontafel. En dan durven ze zeggen dat de kloof met de burger vroeger te groot was: Wiefte zat verdomme op onze schoot.
...

Waar is de tijd dat politici alleen op tv kwamen in Confrontatie of tijdens een toespraak in prime time. Na het journaal, Armand Pien en reclame voor steenkool (Groot gelijk!) staarden plots de bolle ogen van Wilfried Martens je woonkamer in. Die mens was het natuurlijk niet gewoon om van een autocue af te lezen, en leek gebiologeerd door de tv-worstjes op onze salontafel. En dan durven ze zeggen dat de kloof met de burger vroeger te groot was: Wiefte zat verdomme op onze schoot. Toen Martens met pensioen ging om fulltime kinderen te gaan maken, keerde het tij. Plots bleken al die saaie grijze pakken jolige jongens te zijn. Dat Herman De Croo een arlecchino was, hoefde hij echt niet meer in al die spelprogramma's te bewijzen. Maar toen begon Vera Dua de charleston te dansen. Luc Vanden Brande waagde zich in een bilateraal kader van convitalistisch medeburgerschap naar de Vlaamse burger toe aan enkele grollen, maar niemand verstond ze. Zelfs Renaat Landuyt, als minister een grap, probeerde in De Quizmaster een plaisanterie te debiteren. En zoals u weet, kan dat in zijn geval een tijdje duren. De VRT besloot dan maar om al die politieke Geert Hostes uit panels te kieperen: door al die onderbroekenlol was de kloof met de burger er niet smaller op geworden. Maar zoals altijd was er één leperd in het spel. In dit geval: Jean-Luc Dehaene. Die had helemaal geen behoefte aan Zeg eens euh of de praatbarak van Goedele Liekens. Als meester in de public relations ging hij gewoon met enkele journalisten op buitenlandse missie. Herinner u het rustieke stilleven van Jean-Luc en Celie op een bankje voor de Taj Mahal. Door een ongelukkig camerastandpunt bedekte Dehaenes nek het hele bouwsel, maar toch was het een aandoenlijk gezicht: parrain en bobonne op reis in de warme landen. En moeten we het nog eens over 'Let the beast go' hebben? I rest my case. Maar zelfs de Taj Mahal van de Belgische politiek was niet tegen de burger en zijn kloof opgewassen. De Britten schoten zijn grootse Europese carrière af, omdat ze the Belgian Onslow niet aan de top van de EU wilden. Dus zakte hij maar zuchtend en zwetend onderuit in de zetels van ettelijke raden van bestuur, en werd hij met wat gewring burgemeester van Vilvoorde. Dat paste perfect in zijn media-masterplan. Hij sloot alras een monsterverbond met VTM-kok Piet Huysentruyt, die zijn roem opnieuw in verre buitenlanden zou uitdragen. Huysentruyt had vroeger een florissant restaurant in Wortegem-Petegem, maar toen zijn broodje gebakken was, besloot hij voor de lol nog wat te freelancen in de gaarkeuken van de Medialaan. Maar de overgang van een Michelin-ster naar een slappe selder als Mimi moet hem toch wat pijn hebben gedaan. Dus besloten Jean-Luc en Piet om hun wilde plannen uit te voeren: ze zouden voor het programma Piets Pan naar Italië afreizen, zich aan wijn en losse vrouwen te buiten gaan, en de factuur naar Vilvoorde sturen. Celie lachte eens minzaam, nam haar varkenslederen handtas en stapte mee het vliegtuig op, richting Napels. Door haar milderende aanwezigheid had het programma wat weg van een jongensboek. In het eerste deel, Pietje Puk bakt een pizza, hield de Brabantse trots zich nog wat in. Natuurlijk zwierde hij wat wild met het deeg, maar je kon er nog mee buitenkomen. Toen volgde de déclic, en was het tijd voor de echte dehaenismen. In Pietje Puk maakt mozzarella bezocht de Jean-Luc (alleen Truyt mag de zeggen) een buffelmelkerij. Dat leverde meteen de nieuwe World Press Photo op: J.L. in een witte kiel en bijpassend potske die flinke kaasbollen staat te draaien. Een sweatshop van Nike in Danang was er niets tegen. Huysentruyt was de arbeiders nog uitgebreid aan het bedanken toen Dehaene twee hompen mozza in zijn zakken stak en het zwijgend afstapte. Met open mond keek de fabrieksgids hem na. In deel drie, Pietje Puk op de vulkaan, raakte de ex-premier stilaan op toerental. Aan de voet van de Vesuvius stond hij met een pet op zijn hoofd en een handdoek in de kraag van zijn veel te kleine polootje, spek, look en tomaten te snijden. 'Hoeblmmmm. Iejt!', skronskte hij toen Piet hem een croque toestopte, en er kwam wat buikhaar vanonder dat polootje piepen. Het monsterverbond rendeerde nu op volle sterkte. Piet stak Celie in de koffer van een Fiat 600 (een bolhoedje, weet u nog?), propte de Jean-Luc door het open dak en liet hem wild met een pan zwaaien. Onslow had het niet beter gekund. De drie hielden halt bij een Italiaanse kennis van de Dehaenes, uit Schaarbeek. 'Maak iets dat lijkt op paling in 't groen!', beval Jean-Luc. Truyt begon dan maar aan ravioli met spinazie en zurkel. Intussen verbroederde de burgemeester van Vilvoorde met zijn Schaarbeekse buur. Samen hieven ze O sole mio aan, geïnspireerd door de burleske versie van de Carmina Burana. In de rand van het beeld stond Celie zachtjes mee te lippen. door Bart Cornand