Het reisprogramma Reynebeau & Rotten zal bij mij wel nooit warme herinneringen oproepen, maar ergens kan ik er toch inkomen dat het net Marc Reynebeau en Johnny Rotten waren die in Groot-Brittannië mochten rondtrekken. De eerste is immers een zelfverklaarde anglofiel, de tweede de zanger van een groep die het naoorlogse Engeland zijn grootste culturele revolutie heeft bezorgd én een man die het klassenverschil in het land aan den lijve ondervond. Als het erom gaat om een documentaire te maken over Wallonië, vond Canvas het blijkbaar minder nodig om voor dezelfde expertise te zorgen. In de roadmovie Weg van Be...

Het reisprogramma Reynebeau & Rotten zal bij mij wel nooit warme herinneringen oproepen, maar ergens kan ik er toch inkomen dat het net Marc Reynebeau en Johnny Rotten waren die in Groot-Brittannië mochten rondtrekken. De eerste is immers een zelfverklaarde anglofiel, de tweede de zanger van een groep die het naoorlogse Engeland zijn grootste culturele revolutie heeft bezorgd én een man die het klassenverschil in het land aan den lijve ondervond. Als het erom gaat om een documentaire te maken over Wallonië, vond Canvas het blijkbaar minder nodig om voor dezelfde expertise te zorgen. In de roadmovie Weg van België reisden immers met opnieuw Marc Reynebeau en N-VA-voorzitter Bart De Wever twee mannen door het andere landsgedeelte waarvan de eerste vooraf zei dat hij 'veel te weinig wist van Wallonië' en de tweede waarschijnlijk zo weinig mogelijk wíl weten van de overkant. Het verbaasde me dan ook niet echt dat het duo als transportmiddel had gekozen voor een stevige Duitse wagen, van de soort waarmee je desgewenst gemakkelijk weg kunt stuiven richting veiliger oorden. Het eerste wat me opviel aan Weg van België was dat voor een programma dat zich tot doel stelde om de kennis in Vlaanderen over Wallonië bij te spijkeren, er toch verdacht veel Vlamingen aan bod kwamen. Reynebeau en De Wever gingen achtereenvolgens langs bij ingeweken West-Vlamingen in Henegouwen, een Vlaamse lerares die Nederlands gaf aan plaatselijke kindjes, een Vlaamse ingenieur op de luchthaven van Charleroi, een Vlaamse dokter in Brussel met patiënten uit beide taalgroepen en de Vlaamse directeur van de Plantentuin in Meise. Je begon je af te vragen waar dat volkje mag zitten waar zoveel mensen zich hier druk over maken. De Walen die wel aan bod kwamen, leken dan weer zo uit het N-VA-programma gestapt, met de hoofdinge-nieur van de beruchte scheepslift in Strépy of een 19-jarig kapstertje in de slums van Henegouwen. Tweede vaststelling: bij het begin van de film liet Reynebeau uitschijnen dat hij als overtuigde belgicist zijn tegenstander wel eventjes tot andere ideeën zou brengen tijdens het rondreisje, maar in wat daarop volgde, bood hij nauwelijks weerwerk. Niet dat hij met cijfers en grafieken moest komen aandraven: God weet dat ze daar bij Canvas ondertussen een heilige schrik voor hebben, en in hun tank was er toch geen plaats voor. Maar als De Wever zijn visie op Wallonië en de Belgische staat verkondigt, dan zou je van iemand als Reynebeau toch meer verwachten dan een paar gebromde hmm's en veel gestaar door het autoraam. Vooral omdat Reynebeau zich in de voice-over wél volop ironisch uitliet over bijvoorbeeld de neiging van De Wever om de PS met alle zonden te overladen. 'Ik ben blij dat je in mijn richting opschuift', zei de N-VA-politicus tegen het einde en hij had het niet over de plaats op de achterbank. Weg van België was bij momenten onderhoudend, maar nooit verhelderend. En wie keek in de hoop hetzelfde vuurwerk te zien als bij de gezamenlijke deelname van Reynebeau en De Wever aan De Slimste Mens kwam al helemaal bedrogen uit. Je zou, enkele weken na de reportage/reclamefilm over Jean-Marie Dedecker, beginnen denken dat men zich bij Canvas het lot van de kleine partijtjes begint aan te trekken. Door Stefaan Werbrouck