Eerste zin Dat hij er goed aan had gedaan om voor de specialiteit van de dag te kiezen, bleek meteen toen een serveerster het voorgerecht opdiende.
...

Eerste zin Dat hij er goed aan had gedaan om voor de specialiteit van de dag te kiezen, bleek meteen toen een serveerster het voorgerecht opdiende. Jimmy is een levensgenieter die graag exquis eet en drinkt in het Brusselse restaurant waar hij al decennialang klant is, na de maaltijd mijmerend een Gauloise opsteekt en naar het hotel struint waar een meisje op hem ligt te wachten om teder gestreeld te worden. Hij is een man die zich een fijnzinnige stijl heeft aangemeten, rookt om zijn minachting voor de eindigheid van het leven te etaleren en houdt van de rituelen die daarmee gepaard gaan. Roken, zo wil hij, maakt net als begijnhoven, belforten en de Gilles van Binche deel uit van ons cultureel erfgoed. Alleen is het een bedreigd erfgoed, want in ons tijdperk van bewustwording zit roken in het verdomhoekje, samen met alcohol drinken, vlees eten en vliegen. Volgens Jimmy gaat de wereld ten onder aan mensen die het goede willen doen. Wanneer Jimmy in het begin van Jonathan Robijns roman Tabak te horen krijgt dat hij longkanker heeft en hem nog maar een paar maanden resten, legt hij zich bij de realiteit neer. Aan stoppen met roken denkt hij niet. Dat zou toch geen verschil maken. Wel wil hij nog een keer zijn oorspronkelijke merk proeven, het oriëntaalse Davros, dat al lang uit de handel is maar waarvan er hier of daar misschien nog wel een pakje te vinden is. En dus neemt hij contact op met de firma Missirian, die eertijds Davros distribueerde, wordt er ontvangen door de directeur en erfgenaam van de Armeense stichter en besluit samen met hem naar Armenië te reizen, op zoek naar Davros. Voor Robijn is dat alles de aanleiding om Jimmy zijn voorbije leven te laten overschouwen, hoe hij zijn ouders verloor bij de geallieerde bombardementen van 1944, in de aspergebusiness terechtkwam, zijn vrouw Ella ontmoette en samen met haar twee zonen kreeg. Het is vooral een verhaal vol melancholie en het besef van gemiste kansen, van te weinig genegenheid en te veel zelfliefde. Knap is hoe Robijn zijn vertelritme in lijn weet te houden met het levensritme van Jimmy, en hoe je als lezer geleidelijk aan ook een beetje Jimmy wordt. Je snakt naar zijn koppige authenticiteit en uiteindelijk ook naar een sigaret, en dat hoeft niet eens een Davros te zijn.