(1) 1992
...

(1) 1992Film: *** Extra's: Homescreen (2) 1991Film: * Extra's: * Homescreen (3) 2008Film: **** Extra's: ** A-Film Tom Kalin, die met Savage Grace twee jaar geleden nog uitpakte met een kroniek over een seks- en moordschandaal bij de upperclass, greep in zijn debuutfilm Swoon naar een beruchte en afschuwwekkende misdaad: de ophefmakende Leopold-Loebmoordzaak in het Chicago van 1924. Twee briljante en met Nietzsche dwepende studenten rechten ontvoerden en vermoordden een lukraak gekozen rijk jongetje, louter om hun superioriteit te bewijzen. Eerder bracht Richard Fleischer met Compulsion (1959) al een gekuiste versie van deze affaire en ook Rope (1948) van Alfred Hitchcock was er losjes op gebaseerd. Kalin was echter de eerste om in zijn postmoderne versie de homoseksuele componenten in het gestoorde gedrag van de daders te verkennen: voor deze outlaws is het plegen van misdaden een middel om hun liefde voor elkaar te bewijzen en wat pit te geven aan hun sterk sadomasochistische liaison. De vormgeving van deze intrigerende zwart-witfilm is een mix van gestileerde reconstructie en archiefbeelden. Met zeer geringe middelen bouwt Kalin een veelledige film waarin hij alle aspecten van deze schokkende affaire ontleedt: maatschappelijk, strafrechtelijk, medisch en psychoseksueel. Zo mogelijk nog provocerender is Poison, Tod Haynes' bespiegeling over seks en dood in het aidstijdperk, opgehangen aan drie schijnbaar losse verhalen. Hero is een pseudonieuwsreportage over een zevenjarige jongen die zijn vader vermoordde, Horror is een vette parodie over een experimenterende dokter die na inname van een serum aan het moorden slaat en Homo draait om een gedoemde romance tussen twee gevangenen. Haynes zapt vrolijk van het ene verhaaltje naar het andere en geleidelijk toont zich de samenhang tussen de ceremoniële erotiek à la Jean Genet en de expressionistische horror uit het repressieve Hollywood van de jaren 50. Een en ander komt behoorlijk vergezocht en pretentieus over, maar je ziet het talent van de latere regisseur van Far From Heaven en I'm Not There wel al bovendrijven . Gus Van Sant, intussen de bekendste regisseur uit de lichting van de New Queer Cinema, houdt in het recente Milk zijn radicale temperament duidelijk in toom. Zijn prent over de eerste openlijk homoseksuele stadsbestuurder uit San Francisco blijkt een naar zijn normen zeer mainstream film, gedomineerd door een empathische vertolking van de onversaagde Sean Penn. Van Sant mikte op een zo breed en straight mogelijk publiek voor dit aangrijpende, maar onsentimentele portret van een aanvankelijk apolitieke hedonist die eindigde als martelaar van de homorechtenbeweging toen hij in 1978 door een dolgedraaide collega werd vermoord. Patrick Duynslaegher