Is het toeval? Na Over water is Studio Tarara de tweede reeks in amper een paar maanden tijd die een zuipende en snuivende vedette van het lichtere televisiegenre tot hoofdpersonage bombardeert. Afhankelijk van schrijver en regisseur van de respectieve reeksen wordt een diep tragisch dan wel burlesk kostuumdrama met treurige toets rond dat gegeven geweven.

In Studio Tarara zijn de jaren negentig in al hun lichtjes wansmakelijke details zo aanwezig dat een mens als ik, die die tijd heeft meegemaakt, zich vertwijfeld afvraagt hoe ze dat feest van haargel, zonnebankbruin, neplederen sofa's in oceaanblauw en groene computerschermen met flikkerende cursors heeft overleefd. Dit zijn de beginjaren van VTM. Men speelt Rad van fortuin en VTM doet nog aan lettermeisjes.

Op een herfstavond loopt er bij de politie een oproep binnen dat er een mens van het dak van Medialaan 1 is gevallen. Gesprongen of geduwd? En wat ging er vooraf aan de sprong/val?

Met Wat als? toonde Tim Van Aelst dat hij een meester van de verkleedkoffer en van de sprint is. Hij kan gags schrijven, hij weet typetjes tot in de kleinste details te boetseren. Of het hem ook lukt personages van het nodige lichaamsgewicht en de bijbehorende beendermassa te voorzien, dat zou Studio Tarara moeten bewijzen. Ik ben er nog niet zo zeker van. Vooral omdat het niet eenvoudig is door de overdaad aan accessoires te kijken. Als me één woord te binnen schoot na de eerste dubbelaflevering, dan was het wel 'vol'. Alsof je naar de hersenscan van een hyperkinetische worstelaar zat te kijken.

Studio Tarara vervalt al te makkelijk in een vorm van overacting die eigen was aan het soort sketchshow dat het persifleert.

Het voordeel is dat het zelden vervelend werd. Koen De Graeve vliegt als Ricky Bolsens met geföhnde haren door het beeld en doet geweldig zijn best om het prototype neer te zetten van de onzekere acteur die ooit groots droomde, maar nu goed zijn brood verdient met slecht theater op tv. Hij is de ster van de sketchshow Studio Tarara, die vanzelfsprekend een veelvoud verdient van zijn vrouwelijke tegenspeelster Sandra Verbeeck (Ruth Beeckmans), die even vanzelfsprekend een veelvoud beter is dan hij.

Studio Tarara spaart gadgets - de Gameboy! de Walkman! de videocamera! - noch haarstijlen om een tijdgeest tot leven te wekken. Het is die van de wat hysterische VTM-feestjes, van de sterren die meenden dat mindere goden als kostuumdames of lettermeisjes per definitie hun zolen wilden likken. De vunzigheid waarmee Jean Van Hoof (Peter Van Den Begin) dat illustreert, is treffend. In de dressing haalt hij zijn geslacht uit zijn witte onderbroek. Maar ambitie kan zo blind zijn, dat die lul de kleedster er niet van weerhoudt om in te gaan op het aanbod van Jean om deel te nemen aan een auditie voor een filmrol. Het is minidrama binnen het grotere drama. Maar versterkt het het verhaal of haalt het enkel een extra cliché uit de annalen van de televisiegeschiedenis van onder het stof? Het is moeilijk te zeggen.

Studio Tarara is een reeks van het grote gebaar en de overdaad. Er wordt nooit langer dan nodig bij een scène stilgestaan. De gebeurtenissen ontrollen zich met een rotvaart, ondersteund door een geweldige soundtrack die met een zelfde ongeremde gretigheid graait in de cd-bakken van die tijd. De sterkste momenten vormen nochtans de zeldzame rustpunten: de bevroren glimlach op de lippen van publieksopwarmer Patrick Willems (Geert Van Rampelberg) wanneer hij zijn beperkte voorraad uitgeleefde moppen heeft afgewerkt, of de lichte paniek in de ogen van Bolsens wanneer hij zijn drie woorden tekst kwijt is.

Maar verder vervalt Studio Tarara al te makkelijk in een vorm van overacting die eigen was aan het soort sketchshow dat het persifleert. De karikatuur dreigt daarbij zelf een karikatuur te worden.

*** Dinsdag 12/2, 20.35, VTM