Zaterdag 6/10, 23.15 - Ned 2. Hirokazu Kore-Eda, Japan 2008.
...

Zaterdag 6/10, 23.15 - Ned 2. Hirokazu Kore-Eda, Japan 2008. Er heeft altijd al een discreet rouwlintje gehangen rond veel films van de Japanse arthousecineast Hirokazu Kore-Eda, een meester van het afscheid nemen of het verdriet om de overledene. In Still Walking is dat niet anders. In dit bijzonder subtiele drama wordt een familiereünie gevolgd. De reden van de jaarlijkse bijeenkomst in het ouderlijke huis, een traditionele middenklassewoning uit Yokohama, is het herdenken van de dood van de oudste zoon. Die verdronk vijftien jaar geleden toen hij een jongen uit de nabijgelegen zee probeerde te redden. Toch staat niet het verdriet van de ondertussen bejaarde ouders centraal in deze met fijngevoelige poëzie geborstelde kroniek. Zoals Kore-Eda het zelf verwoordt: 'Het gaat over de manier waarop de overledene als een steen in een vijver wordt gegooid en rimpels maakt die blijven uitdeinen, waardoor iedereen in de familie erdoor geraakt wordt.' En zoals een schilder met fijne penseeltrekjes haast terloops tinten in een schilderij aanbrengt, zo filmt Kore-Eda deze reünie op een warme zomerdag: met lichte, naturalistische toets en eenvoud. Zo komt hij tot een intiem tableau over hoe die tragische dood de relatie tussen de ouders en de overgebleven zoon en dochter, die inmiddels elk een eigen gezin hebben, veranderd heeft. Want hoewel er momenten van familiale harmonie zijn, wordt het snel duidelijk dat er onderhuids heel wat gevoelens van wrok, onvrede en schuld sluimeren. De kille vader, een dokter met pensioen, treurt er bijvoorbeeld nog altijd over dat hij zijn kabinet niet aan zijn oogappel heeft kunnen nalaten en vindt zijn andere zoon een mislukkeling. Die Ryota, een kunstrestaurateur, verbergt dat hij werkloos is, terwijl zijn nieuwe vrouw, een weduwe met een tienjarig kind uit een vorig huwelijk, zich niet echt aanvaard voelt. De gastvrije moeder slooft zich in de keuken weliswaar uit om iedereen culinair te verwennen, maar ze is ook verbitterd. En de dochter probeert er nogal geforceerd de vrolijkheid in te houden, hoewel ze het gevoel heeft dat haar ouders niet in haar geïnteresseerd zijn. Al die vaak onuitgesproken emoties en wonden worden door Kore-Eda, gefêteerd voor parels als Maborosi (1995) en Nobody Knows (2004), heel rustig geobserveerd. Met de camera steeds op tatamihoogte kijkt hij naar die kleine, huiselijke gebeurtenissen en die gezellig drukke of pijnlijke gesprekken in de door schuifdeuren gescheiden vertrekken. Dat gebeurt op een manier en in een stijl die onvermijdelijk herinneringen oproepen aan Yasujiro Ozu, de meester van het klassieke Japanse familiedrama. Het mooie daarbij is dat Kore-Eda nooit dwingend naar een diepere betekenis peilt, maar dat hij zijn film juist een stille louterende kracht weet mee te geven. Luc Joris