'Wanneer een film geen document is, ' schreef Ingmar Bergman ooit, 'is hij een droom. Daarom is Tarkovski de grootste van allemaal. Hij beweegt zich op een volkomen vanzelfsprekende manier in de vertrekken van onze dromen, hij verklaart niet, wat zou hij trouwens moeten verklar...

'Wanneer een film geen document is, ' schreef Ingmar Bergman ooit, 'is hij een droom. Daarom is Tarkovski de grootste van allemaal. Hij beweegt zich op een volkomen vanzelfsprekende manier in de vertrekken van onze dromen, hij verklaart niet, wat zou hij trouwens moeten verklaren?' Wat de Zweedse grootmeester daarmee precies bedoelde, kunt u (her)ontdekken in Stalker, Tarkovski's bezwerende, metafysische doemtrip uit 1979 die nu in een gerestaureerde versie opnieuw in de zalen loopt. De in 1986 overleden Russische filmmysticus neemt je mee door de Zone, een mysterieuze, (post)apocalyptische woestenij, in het zog van een geheimzinnige gids en de sciencefictionroman Bermtoeristen van de Stroegatski-broers waarop de film losjes is gebaseerd. Wat er precies aan de hand is en wat men in de Kamer - het hart van de Zone - hoopt te vinden, wordt tijdens de drie uur durende, met existentiële dreiging doorspekte tocht nooit volledig duidelijk, maar Tarkovski vat zijn zoektocht naar het absolute in hallucinante monochrome beelden en laat je onderweg passeren langs politieke, literaire, picturale en poëtische referenties die nog lang na het rollen van de eindcredits aan je ziel en op je netvlies kleven. Een koortsdroom van een film, die de tijd wegveegt en zijn titel helemaal waarmaakt.