Zondag 11/10, 22.45 - Canvas
...

Zondag 11/10, 22.45 - Canvas 'Hij is de Frank Lloyd Wright van deze tijd. Als Amerikanen aan dé architect denken, dan is dat Frank Gehry', zegt Stijn Peeters. Voor Spraakmakers ontmoette hij de Canadees-Amerikaanse architect van organische, blinkende gebouwen als het Guggenheim Museum in Bilbao, de Walt Disney Concert Hall in Los Angeles en het Dansende Huis in Praag. 'Gehry heeft van zijn stijl zijn handelsmerk gemaakt', verklaart Peeters, als lid van De Architecten NV zelf medeverantwoordelijk voor de nieuwe Woestijnviskantoren en de Plantijn Hogeschool in Antwerpen. 'Hij is inmiddels een veelontwerper geworden. Of het nu om grote bouwprojecten of om schoenen en juwelen gaat, telkens herken je zijn toets: de moeilijke, bijna organische volumes met een voorliefde voor gebogen wanden en blinkende materialen.' Ben jij een fan?Stijn Peeters: Ik bevind me ergens tussen de twee strekkingen: zij die alles wat Gehry doet geniaal vinden en zij die vinden dat hij overal en altijd dezelfde 'Gehry' bouwt. Dat laatste staat haaks op het principe dat architectuur zijn plaats moet hebben binnen het stadsweefsel, dat uiteraard overal anders is. Als Belg en Vlaming behoor ik wellicht meer tot de school van stille architectuur: we stoppen een gebouw niet weg, maar integreren het wel. Anderzijds vind ik wel dat een openbaar gebouw, zoals Gehry ze vaak ontwerpt, aandacht mag trekken en de omgeving mag kleuren. Hoe heb je ervoor gezorgd dat het gesprek niet op een architectenonderonsje uitdraaide? Peeters: Canvas heeft me op het hart gedrukt dat te vermijden - het moet net niet-experts warm maken voor deze man. Daarom heb ik me in Gehry's levensloop verdiept. In feite kende hij een vrij onopvallende carrière tot er eind jaren 70 controverse ontstond rond de woning die hij voor zichzelf had ontworpen in Santa Monica. Ook straf is dat hij vertrekt van een eenvoudige schets, maar dat als je jaren later het resultaat bekijkt - na alle berekeningen, vergaderingen en bouwwerken - je kan zien dat zo'n 'bierviltje' al de juiste sfeer wist te vatten. Wat wilde je vooral van hem te weten komen? Peeters: Je moet weten dat zo'n interview voor Gehry geregeld wordt door 'zijn mensen'. Zelf verneemt hij wellicht pas een paar minuten tevoren wat er voor hem op de agenda staat. Hij is namelijk een zeer gejaagd man. Hij is er tachtig, maar wil nog zo veel doen met de hem resterende tijd - en dan vooral tekenen. Die onhoudbare drang vond ik echt ontroerend. Ik wilde weten welke keuzes hij maakt, en het bleek dat hij zich niet voor de kar wil laten spannen van projecten die er pas komen als er een grote naam als de zijne aan verbonden is. Jij bent zelf nog geen vijftig, de leeftijd die Gehry had ten tijde van z'n grote doorbraak. Doet dat een mens hopen? Peeters: Oh, maar ik vind dat ik nu al niet te klagen heb. Als je een campus in het midden van de stad mag optrekken (Plantijn Hogeschool in Antwerpen; ndvr.), mag je best tevreden zijn over wat je tot dan toe hebt bereikt. Hans Van Goethem