Caleb en Matthew Followill moeten lachen wanneer we hen in het Soho Hotel in Londen vertellen dat we in de lobby de tot boysband omgeturnde broers van de Jonas Brothers tegen het puberende lijf zijn gelopen. ' Shit! En wij maar denken dat we de knapste broers van het hele hotel waren. Misschien moeten we hen straks maar een joint gaan aanbieden. Benieuwd hoe ze gaan reageren.'

Jullie nieuwe plaat klinkt nog weidser en grootser dan de vorige. Een poging om jullie muziek te vertalen naar de stadions waarin jullie almaar vaker optreden?

Caleb Followill: Onbewust misschien wel. Sinds we met U2 op tournee geweest zijn, hebben we echt wel bewondering voor zogenaamde arena rock. Maar wij beschouwen onszelf nog lang niet als een stadiongroep, hoor. Eigenlijk zijn we nog een redelijk klein bandje: dat willen we tenminste nog een tijdje blijven geloven. Al was het maar omdat we onszelf dan kunnen sussen met de gedachte dat Kings Of Leon nog heel wat groeipotentieel heeft. Eigenlijk is er niets tragischer dan de grootste groep ter wereld zijn en moeten beseffen dat je aan je plafond zit. Voorlopig zouden we al heel blij zijn als we een muzikaal sterke en invloedrijke band worden. Als andere groepen zich bij het horen van onze songs in de haren krabben en zeggen: 'Hoe hebben ze dát in godsnaam voor elkaar gekregen?'

Sinds jullie afgelopen zomer Glastonbury hebben afgesloten, zijn jullie hier in Engeland anders wel tot supergroep gebombardeerd.

Caleb: We zijn in Europa sowieso veel bekender dan in de States. Dat ligt natuurlijk ook aan die kloteformats waarmee de radiozenders in Amerika werken. Ik begrijp het soms niet, hoor. Hoe kan het dat Nickelback daar godverdomme wél overal gedraaid wordt en wij nergens?

Matthew Followill: Omdat dat het soort muziek is dat de kids willen horen, zeker?

Caleb: De kids? Niks van: de kids willen Charmer horen (uit 'Because Of The Times', nvdr.).

Matthew: De toffe kids misschien wel, ja. De rest luistert naar shit. Hoe denk je dat de Jonas Brothers de populairste groep van het moment zijn geworden? Omdat de muziekmarkt louter uit 13- en 14-jarige meisjes bestaat, tiens.

Jullie zitten hier weer cynisch te doen over Amerika, terwijl jullie het op de nieuwe plaat juist voor 'the crucified America' opnemen.

Caleb: Dat is juist het punt. Wij Amerikanen mogen op Amerika schimpen, maar ik ben het beu om in Europa scheef bekeken te worden omdát ik Amerikaan ben. Kijk, wij zijn het niet eens met het beleid van Bush, maar in Europa worden alle Amerikanen meteen als medeplichtigen gezien, alsof we een laakbaar volk zijn. Dat wilde ik even aanstippen in dat nummer ('Crawl', nvdr.).

Je zou 'Only By The Night' ook als een' coming-of-age' album kunnen beluisteren. Jullie hebben het betrekkelijk vaak over ouder worden.

Caleb: Ik raak dat onderwerp links en rechts wel aan, maar om nu te zeggen dat ouder worden me echt bezighoudt: neen. Ik voel me nog altijd achttien, ik kan elke dag doen waar ik fucking zin in heb en ik kan zoveel feesten en rondneuken als ik wil. Dan moet ik toch niet zitten grienen omdat ik wel eens een jaartje ouder word?

Heeft jullie groeiende bekendheid dan helemaal geen impact op jullie leven?

Caleb:Nah. De seks is nog altijd hetzelfde, het voelt alleen alsof ik een grotere penis gekregen heb. (lacht) Ik heb wel eventjes voor het voortbestaan van de groep gevreesd toen we plots alle vier een serieuze relatie bleken te hebben. Het laatste wat ik wil, is een of andere Yoko Ono die zich in de studio met onze muziek komt bemoeien. In de studio zijn het wij vieren en niemand anders. Zelfs onze manager en de mensen van de platenfirma hebben de nieuwe plaat pas te horen gekregen toen ze af was. De eerste die het aandurft om zich met onze muziek te bemoeien, wordt wandelen gestuurd met een ferm 'Go fuck yourself'.

Het moet een enorm voordeel zijn om in een groep te zitten met je broers en je neef. Jullie kunnen elkaars slechte ideeën afbranden zonder jullie meteen schuldig te voelen.

Caleb: Helemaal waar. Bij andere groepen zijn de bandleden vaak te vriendelijk voor elkaar, gewoon om de lieve vrede te bewaren. Bij ons niet. We're brutally honest with each other. Natúúrlijk doet het pijn als een van m'n broers kritiek heeft op mijn teksten. Soms breekt zo'n commentaar echt mijn hart. Maar het is de enige manier: altijd kritisch zijn voor elkaar en vooral mekaars gevoelens niet sparen. We don't hold back. Nooit! Ook niet tijdens interviews trouwens. Wij zijn geen keurig gecoiffeerde mietjes die tegen iedereen het door de marketingdienst van de platenfirma ingefluisterde promopraatje afsteken. Kortom: we zijn de Jonas Brothers niet. (lacht)

Jullie hebben twee jaar geleden met Bob Dylan getoerd. Hebben jullie hem een beetje leren kennen?

Caleb: Leren kennen is veel gezegd, maar hij was wel heel joviaal en vriendelijk. En supercool: he's the coolest white guy I ever met. Als hij een praatje kwam slaan, was het nooit zomaar small talk. Vaak kwam hij zelfs van gedachten wisselen over onze muziek - onze muziek! Die kende hij echt uit het hoofd, tot de kleinste details in onze teksten. On-ge-loof-lijk!

Matthew: Na het laatste optreden van de tournee kwam zijn security ons vertellen dat Bob afscheid wilde nemen. Wij dus naar zijn kleedkamer. Bob stak een beleefde hand uit, maar Nathan had weer te veel gezopen en trok Bob tegen zijn schouder voor een knuffel. De security trok wit weg, maar Bob liet hem begaan en heeft ons drieën dan ook maar een knuffel gegeven. Achteraf hebben we het van de security wel mogen horen: 'No one hugs Bob Dylan, you punks!'

ONLY BY THE NIGHT

Uit bij SonyBMG

DOor Vincent Byloo