Alle films zijn verschenen op het label A-Film. 'Querelle' is apart verschenen. 'Die Ehe der Maria Braun', 'Lola' en 'Die Sehnsucht der Veronika Voss' zijn gebundeld in de box 'Een Duitse Trilogie' en voorzien van vele extra's (trailers, interviews met de actrices, analyse van de films). Een tweede box bevat vijf titels ('Die dritte Generation', 'Angst essen Seele auf', 'Die bitteren Tränen der Petra von Kant', 'Faustrecht der Freiheit', 'Mutter Küsters Fahrt zum Himmel') maar het bonusmateriaal voegt daar nog twee lange televisieproducties ('Katzelmacher' en 'Die Niklashauser Fahrt') en Fassbinders bijdrage aan 'Deutschland im Herbst' aan toe. In het najaar verschijnen nog acht Fassbinderfilms op schijf: 'Lili Marleen', 'In einem Jahr mit 13 Monden', 'Bolwieser', 'Chinesisches Roulette', 'Der Händler der vier Jahreszeiten', 'Warnung vor einer heiligen Nutte', 'Der amerikanische Soldat', 'Liebe ist kälter als der Tod'.
...

Alle films zijn verschenen op het label A-Film. 'Querelle' is apart verschenen. 'Die Ehe der Maria Braun', 'Lola' en 'Die Sehnsucht der Veronika Voss' zijn gebundeld in de box 'Een Duitse Trilogie' en voorzien van vele extra's (trailers, interviews met de actrices, analyse van de films). Een tweede box bevat vijf titels ('Die dritte Generation', 'Angst essen Seele auf', 'Die bitteren Tränen der Petra von Kant', 'Faustrecht der Freiheit', 'Mutter Küsters Fahrt zum Himmel') maar het bonusmateriaal voegt daar nog twee lange televisieproducties ('Katzelmacher' en 'Die Niklashauser Fahrt') en Fassbinders bijdrage aan 'Deutschland im Herbst' aan toe. In het najaar verschijnen nog acht Fassbinderfilms op schijf: 'Lili Marleen', 'In einem Jahr mit 13 Monden', 'Bolwieser', 'Chinesisches Roulette', 'Der Händler der vier Jahreszeiten', 'Warnung vor einer heiligen Nutte', 'Der amerikanische Soldat', 'Liebe ist kälter als der Tod'.Fassbinder, geboren drie weken nadat het Derde Rijk capituleerde, ontdekt in de moderne Duitse welvaartsstaat tendensen (xenofobie en onverdraagzaamheid) die het verdrongen nazi-verleden weer in de herinnering brengen. Gefilmd in negen dagen, naar het eerste toneelstuk dat hij zelf schreef, voert RWF zichzelf in zijn tweede lange speelfilm op als een Griekse gastarbeider die bij verveelde Beierse proleten vreemdelingenhaat en seksuele jaloezie opwekt. Met Hanna Schygulla en Irm Herrmann. Zoals Godard in Weekend de anarchistische geest vatte van Frankrijk in de jaren zestig, zo getuigt Fassbinder in deze zelden vertoonde film over de maatschappelijke en seksuele omwentelingen in Duitsland anno 1970. Hij doet dit wel via de omweg van het waar gebeurde verhaal van de herder Hans Böhm die in 1476 verklaarde dat de Heilige Maagd aan hem verscheen, voor dertigduizend boeren een nieuwe Messias werd en door de kerk op de brandstapel werd gezet. De regisseur speelt zelf de rol van een in leren jekker gehulde Zwarte Monnik die zich achter de revolutionaire doctrine van de visionaire herder schaart, terwijl Margit Carstensen de rijke vrouw is die zich om seksuele motieven bij de beweging aansluit. Duidelijk beïnvloed door de 'kruisbestuivingsesthetiek' van P. P. Pasolini klutst RWF de werelden van middeleeuws Europa, de rococo-periode, de derde wereld en naoorlogs Duitsland vrolijk door elkaar. Met deze filmbewerking van zijn eigen toneelstuk laat Fassbinder voor het eerst zijn gulzige melodramatische esthetiek de vrije loop. Hij observeert genadeloos de machtstrijd tussen drie vrouwen in één decor (een gigantische loft gedomineerd door witte mannequins en een renaissancefresco van voluptueuze naakten) en met muzikale ondersteuning van Verdi en The Platters. Margit Carstensen is de succesvolle modeontwerpster die verliefd wordt op een van haar jongere modellen (Schygulla) die haar gevoelens niet beantwoordt. Hun sadomasochistische pas de deux wordt gadegeslagen door het spraakgestoorde slavinnetje van de couturière, een ondankbare rol van Irm Herrmann, Fassbinders eerste levensgezellin die ook in het echte leven werd verlaagd en vernederd. In latere films zou Fassbinder de ornamentele stilering van de grote melomeester Douglas Sirk in zijn eigen filmesthetica verwerken. In het hoekige en stugge melodrama Angst Essen Seele Auf neemt hij voorlopig alleen de plot over van een van Sirks beroemdste tearjerkers, All That Heaven Allows, waarin burgertrut en kersverse weduwe Jane Wyman tot grote ergernis van de hypocriete goegemeente en haar ondankbare kroost met haar jongere tuinman (Rock Hudson) aanpapt. In de Germaanse update jaagt een oude schoonmaakster (Brigitte Mira), die ooit nog lid was van de nazi-partij, zich de toorn van vrienden en verwanten op de hals als ze verliefd wordt op een Marokkaan die half zo oud is. Haar verachte minnaar wordt gespeeld door El Hedi Ben Salem, toen Fassbinders levensgezel. De mannelijke tegenhanger van Die bitteren Tränen der Petra von Kant is een genadeloos portret van klassenverschillen, exploitatie en meester/slaafrituelen binnen een groepje homoseksuelen. Fassbinder speelt zelf de niet al te snuggere protagonist, de goedmoedige proletariër Franz Biberkopf die aanvankelijk aan de kost komt als de kermisattractie 'Fox - het sprekende hoofd', het grote lot wint, de prooi wordt van glitterhomo's uit de hogere middenstand in München en door zijn nieuwe vrienden met hun gecultiveerde manieren wordt leeggeplunderd. In het slotbeeld bezwijkt hij aan een overdosis valium in de koele kobaltblauwe wandelgangen van een winkelcentrum in München en beroven spelende kinderen hem nog eens van zijn persoonlijke bezittingen. Het ongemeen harde beeld van het door puur economische wetten gedicteerde homomilieu werd Fassbinder in tijden van gay liberation niet bepaald in dank afgenomen. Fassbinder joeg zowel links als rechts de gordijnen in met deze 'moderne tragedie' die ook een grotesk grappige en pijnlijke satire is. Hij spaart niemand in dit verhaal over de lijdensweg van de weduwe (Brigitte Mira) van een arbeider die zijn personeelschef doodde en daarna de hand aan zichzelf sloeg. Haar verdriet en schande wordt door iedereen uitgebuit: door de rioolpers, uiteraard, maar ook door de manipulerende saloncommunisten met wie ze vriendschap sluit, door de revolutionaire fantasten door wie ze zich op sleeptouw laat nemen en door haar dochter, een chanteuse (Ingrid Caven) die de beruchtheid van haar vader misbruikt voor haar eigen carrière. Negen Duitse cineasten reageren op het politieke en geestelijke klimaat in de Bondsrepubliek in de herfst van 1977 en op de drie gebeurtenissen die de terroristenhysterie hoog doen oplaaien - de kaping van een Lufthansa-vliegtuig in Somalië, de zelfmoord van drie terroristen in de Stammheim-gevangenis en de moord op de ontvoerde industrieel Hans Martin Schleyer door het RAF. Fassbinder is de enige van het illustere regisseursgezelschap (onder wie ook Alexander Kluge en Volker Schlöndorff) die de camera op zichzelf richt, in een onthullend en verwarrend exhibitionistisch nummertje. Wat we zien, is het zelfportret van een machteloze kunstenaar, een huiselijke dwingeland en een wanhopige cokeverslaafde. In deze wreedaardige, absurdistische komedie gaan verveelde burgers op de terroristentoer, niet uit ideologische of politieke overwegingen, maar voor de opwinding en het spel. Fassbinder laat in deze spotprent van revolutionaire chique zijn geraffineerde verhaal- en cameratechnieken varen. Met zijn overladen beeld en geluidsexplosies ontketent hij een Blitzkrieg op onze zintuigen en de conventies van het bourgeoisspektakel. Fassbinder scoorde zijn eerste internationaal commercieel succes met deze provocerende mix van epische kroniek, zwarte komedie, ironische fabel en soap opera. De heropbouw van het naoorlogse Duitsland wordt verpersoonlijkt door Maria Braun, een animeermeisje met een vermiste echtgenoot dat het op de puinen van het Derde Rijk tot door de wol geverfde zakenvrouw schopt. Hanna Schygulla werd met haar portrettering van deze Mata Hari van het Wirtschaftswunder een vrijpostig seksueel icoon, zoals Duitsland er sinds Marlene Dietrich geen meer had gezien. Fassbinders tweede vrouwenportret waarmee hij tegelijk de geschiedenis van de Bondsrepubliek schildert, heeft als achtergrond de economische heropleving tijdens het bewind van Konrad Adenauer in een klein stadje in Beieren anno 1957. Barbara Sukowa is een zangeresje met ambitie en de droom om gerespecteerd te worden, waarvoor ze gewiekst de gevoelens bespeelt van een corrupte aannemer (Mario Adorf) en een fatsoenlijke ambtenaar (Armin Mueller-Stahl). Fassbinder hult zijn expressionistische uitvergroting van de toenmalige kneuterigheid in een gewaagd pastelpalet en extravagante kleur- en lichteffecten. Het sluitstuk van Fassbinders BRD-trilogie vormt het middenluik in de chronologie van de Duitse geschiedenis en verhaalt de laatste dagen van een aan morfine verslaafde filmster die emotioneel afhankelijk geraakt van een demonische vrouwelijke arts - het verhaal is gebaseerd op de gedoemde Duitse filmster Sybille Schmitz die in 1955 zelfmoord pleegde. Haar aftakeling wordt gevisualiseerd in een genadeloze zwart-witfotografie, die de hellevaart van Veronika Voss (Rosel Zech) afwisselend in een verblindend licht en in een macabere duisternis hult. Fassbinders laatste film, naar de roman van Jean Genet over de degradatie en zaligmaking van een mooie matroos die een moord begaat, is een terugkeer naar de hermetische wereld van de geconstrueerde studiodecors. Rolf Zehetbauer bouwde in de Bavaria-studio's een kunstmatig Brest, een supergestileerde havenbuurt van fallische bakstenen en een buitensporig hoge vuurtoren-penis, gehuld in een permanente oranjegele gloed. Als enige vrouw in het opgeklopte viriele gezelschap mag diva Jeanne Moreau in volle vicieuze glorie de pik van Brad Davis bejubelen - 'You have a solid, heavy, massive prick, not elegant but strong' - en 'Each Man Kills the Thing He Loves' zingen.Patrick Duynslaegher