1960 was een topjaar voor de Italiaanse cinema. Drie radicaal verschillende films zorgden voor de triomf: Antonioni's L'avventura, Fellini's La dolce vita en Visconti's Rocco e i suoi fratelli, een magistrale familiekroniek over het bittere leven van de Parondi-broers met een piepjonge maar belachelijk mooie Alain Delon in de rol van de 'heilige' Rocco.
...

1960 was een topjaar voor de Italiaanse cinema. Drie radicaal verschillende films zorgden voor de triomf: Antonioni's L'avventura, Fellini's La dolce vita en Visconti's Rocco e i suoi fratelli, een magistrale familiekroniek over het bittere leven van de Parondi-broers met een piepjonge maar belachelijk mooie Alain Delon in de rol van de 'heilige' Rocco. Dit lyrische epos, gefotografeerd in glinsterend zwart-wit door Giuseppe Rotunno, is onderverdeeld in vijf hoofdstukken en draait om de vijf zonen van Rosario, een weduwe uit Lucania die met haar gezin verhuist naar de industriestad Milaan, waar ze hun geluk willen beproeven. Vincenzo (Spiros Focas) wijdt er zijn broers in de bokssport in. Ciro (Max Cartier), het politieke geweten van de familie, wordt uiteindelijk arbeider bij Alfa Romeo. Simone (Renato Salvatori) heeft bokstalent maar verzeilt in louche milieus. Rocco (Delon) vindt werk in een wasserij en vervult zijn dienstplicht. Maar wanneer Simone verneemt dat Rocco verliefd is op Nadia (Annie Girardot), een prostituee met wie hij zelf een korte relatie had, lopen de spanningen tussen de twee op. Het is het begin van de ondergang van de Parondi-familie. Toen Luchino Visconti, een homoseksuele aristocraat die meer thuishoorde in het Scala dan in de smerige buitenwijken aan de Porta Ticinese, in Milaan aan de opnames van dit neorealistische meesterwerk begon, was er in Italië nog geen film gedraaid waarin het thema van de moeilijke interregionale migratie van het arme zuiden naar het rijke noorden diepgaand werd behandeld. Rocco e i suoi fratelli heeft het wél over de botsing van het feodale boerentijdperk met dat van het meedogenloze industriële kapitalisme. Visconti's geraffineerde regie verraadt al zijn operatieve kenmerken, die nog sterker tot uiting zullen komen in zijn volgende fresco, Il gattopardo. Voeg daar de invloed van de literatuur aan toe - Rocco e i suoi fratelli is geïnspireerd door zowel de romans van Thomas Mann als de verhalen van Italiaanse schrijvers als Giovanni Testori en Rocco Scotellaro - en Visconti levert er eens te meer het bewijs van dat hij als geen ander filmische esthetiek, pessimistische geschiedschrijving en diepe ontroering weet te combineren. De drieëntwintigjarige Delon was helemaal nog niet bekend toen hij op de set verscheen, maar daar zou deze film verandering in brengen: hij is duizelingwekkend als de fragiele Rocco, die hoopt op een beter leven voor hem en zijn familie maar elke poging tot sociale of economische emancipatie ziet mislukken.