Hoe ga je jouw zestigste verjaardag vieren?

Dat weet ik niet. Ik vier mijn verjaardag nooit. Waarom zou ik ook? Ik vind dat geen speciale gebeurtenis. Deze keer kon ik er niet aan ontsnappen, omdat het Filmmuseum iets voorstelde.
...

Dat weet ik niet. Ik vier mijn verjaardag nooit. Waarom zou ik ook? Ik vind dat geen speciale gebeurtenis. Deze keer kon ik er niet aan ontsnappen, omdat het Filmmuseum iets voorstelde.Helemaal niet. Het enige probleem was van technische aard: een aantal films was niet beschikbaar. Ik had bijvoorbeeld Amadeus gekozen, maar die wordt opnieuw uitgebracht en mocht daardoor niet vertoond worden. Casablanca hadden ze nog maar onlangs gedraaid in het Filmmuseum, de kopie van een andere film was niet meer in goede staat, enzovoort. (gromt instemmend) Ik ben onlangs tot de vaststelling gekomen dat ik de helft van de films uit mijn top-100 gezien heb tussen mijn 16 en 24 jaar. Dat is niet zo vreemd. Als je jonger bent, ben je ontvankelijker. Ik vind Pulp Fiction niet goed, omdat mijn generatie zijn schok al gehad heeft met A Bout De Souffle, de angry young men, de Amerikaanse cinema. Vervelend, slechte scenario's, noem maar op. Ik vond film vroeger veel intelligenter. Dat heeft natuurlijk te maken met de grootste gemene deler. De keuze van films was vroeger ook veel groter. In Antwerpen had je vroeger honderd cinema's. Die speelden allemaal andere films. In Londen kon je nog eens kiezen uit vijfhonderd films, net als in Parijs. Nu zijn er ocharme vijftig films over de hele wereld. Nee schat, er zijn gewoon veel minder goeie films. Heb je Gosford Park gezien? Dat was wel een goeie film. Hoe die twee sociale klassen weergegeven worden: dat klopt perfect. Maar vooral die adoratie voor die filmsterren door de jongeren, terwijl de burgerij hen op hun bakkes wil zien gaan. Dat is heel herkenbaar. Film was avontuur. Amélie Poulain vond ik ook een hele goeie film. Zoiets zou ik nog 's willen maken. Ik heb de trailer ervan gezien. Die film zou ik wel willen zien. De films van Polanski ken ik allemaal al, naar de retrospectieve zal ik zeker niet gaan.Op televisie is het aanbod even beperkt als in de bioscoop. Er zijn films die je nooit ziet. Ik was al jaren op zoek naar Celui Qui Doit Mourir. Tom Jones van Tony Richardson, een film waar ik gek op ben en die in 1963 zeven of acht oscars behaalde, kan je zelfs in Groot-Brittannië in geen enkele videozaak vinden. Nu ja, De Witte Van Zichem vind je hier ook niet meer, natuurlijk. ( lacht) En die is van 1980. Het avontuur, de opwinding was vroeger veel groter. Ik heb er stukken van gezien in Frankrijk, gedubd in het Frans. Maar ik kan niet zeggen wat ik ervan vond. Ik ben geen filmcriticus, schat. Ik verwacht sowieso niets van televisie en ik kijk niet naar fictie op tv. Daarbij vond ik Enemy At The Gates sowieso beter dan Saving Private Ryan. Dat is zo Jurassic Park-achtig, met een opgeklopt Amerikaans sfeertje. Met een film over de kolonie van Geel die in de Tweede Wereldoorlog voor de helft bezet was door Duitsers. Bij de patiënten was een joodse familie die deed alsof ze zot waren. Er komt een passiespel in voor, net als in Celui Qui Doit Mourir. Maar natuurlijk wordt geld vinden opnieuw een probleem. Waar draait het anders om bij film maken? Toch niet om talent of inspiratie zeker? (lacht schamper) Orson Welles heeft ooit gezegd dat film maken 98 procent bedelen, sjacheren en vernederen is. Ik hou helemaal niet van film maken. In januari verschijnt Drinkend Hert in het nauw, een boek met een aantal bedenkingen van mij over film. Lees dat maar eens. Er is maar één probleem met het boek: er komt slechts één goed mens in voor. (lacht)Dat staat mijn bankrekening me niet toe. Ik weet niet of ik het anders zou blijven doen. Ik weet niet wat ik zou doen zonder film.