1 Miniapolis valt op doordat je roman louter vertelplezier wil brengen, zonder autobiografische link of sociaal engagement. Zijn we het verhalen vertellen verleerd?
...

1 Miniapolis valt op doordat je roman louter vertelplezier wil brengen, zonder autobiografische link of sociaal engagement. Zijn we het verhalen vertellen verleerd? Rob van Essen: Toen Niña Weijers met haar tweede boek kwam, zei ze in een interview dat ze wat uitgekeken was op het vertellen van gewone verhalen. Zo gaat er wel iets verloren, dacht ik toen. En dus wilde ik gewoon een verhaal vertellen. Als er ongewild engagement in mijn boeken sluipt, zoals bijvoorbeeld met het dystopische gegeven van De goede zoon, dan is dat maar zo, maar het is mijn doel niet om geëngageerd bezig te zijn. Ik schreef dit boek tijdens de eerste lockdown, aan de keukentafel. Misschien was het wel escapisme en wilde ik iets schrijven dat niets met het virus of de pandemie te maken had. Al gebeuren er wel wat rare dingen, zoals steeds in mijn boeken. Ik wil immers vooral vermaak en vervoering brengen. 2 En een sfeer creëren, lijkt me. Misdaadromans gaan niet over het oplossen van een misdaad, maar wel over het creëren van een bepaalde sfeer, laat je een van je personages zeggen. Dat geldt toch ook voor Miniapolis, ook al is het geen misdaadroman? Van Essen: Je weet niet waar het boek naartoe gaat, maar ondertussen heb je wel de ietwat unheimliche sfeer, gecreëerd door die twee mannen die tot elkaar veroordeeld zijn en tussen wie er een vriendschap bestaat zonder dat ze die echt kunnen uiten. Ik vind sfeer belangrijk omdat sfeer blijft hangen. Wanneer je een boek uit hebt, ken je de plot en vergeet je die ook weer, maar de sfeer onthoud je. 3 Dit is het eerste boek dat je in Brussel schreef. Is dat anders dan schrijven in Amsterdam? Van Essen: Brussel voelt heel anders aan dan Amsterdam. Het is toch net iets grootsteedser en chaotischer. In het begin zit Brussel heel erg in het boek, inderdaad: die tram, het Noordstation en de bibliotheek op het Muntplein. Ik heb me dus wel door Brussel laten inspireren, maar dan door een Brussel met een grote rivier erdoorheen. Die mist Brussel, dus heb ik dat even goedgemaakt. Anderzijds gaat het boek natuurlijk niet echt over die stad. Die echte Brusselse roman, waarin ik geen rivier meer nodig heb maar gewoon het kanaal accepteer, moet nog komen. Dat wordt dan Het verdriet van Brussel wellicht, of De ontdekking van Brussel. (lacht)