Maandag 13/4, 22.05 - Canvas
...

Maandag 13/4, 22.05 - Canvas Veel persoonlijker kan een tv-uitzending niet worden. Zondag gaat het gebeuren volgt de laatste maanden uit het leven van Carl Ridders, de acteur uit onder meer Spoed die aan de dodelijke neuromusculaire aandoening A.L.S. leed en eind vorig jaar voor euthanasie koos. Lieve Blancquaert was een van de vele vrienden die hem vaak opzochten, ontmoetingen die door regisseur Joeri Vlekken en monteur Tom Meersseman liefdevol op beeld werden vastgelegd. Waren jij en Carl al lang vrienden? Lieve Blancquaert: Eigenlijk kenden we elkaar nog niet zo goed. We hadden wel eens samen gedanst op een feestje van vrienden, maar pas het voorbije jaar zijn we echt close geworden. En geloof me: het is geen cadeau om van iemand te beginnen houden op het moment dat die uit het leven gaat stappen. Al had geen van ons gedacht dat hij zo snel zou gaan. De documentaire was deels Carls eigen idee. Wilde hij zo A.L.S. onder de aandacht brengen? Blancquaert: Ja. Het is een vreselijke ziekte die je spieren razendsnel en dodelijk aantast, maar ook zo zeldzaam dat er spijtig genoeg weinig onderzoek naar gedaan wordt. Onze film gaat echter niet alleen over Carls ziekte, maar ook over afscheid nemen en het leven zelf. We hebben er bewust voor gekozen niet té fysiek te gaan. Je ziet én hoort zijn lichamelijke aftakeling, maar we tonen niet hoe hij op den duur niet meer zelf uit bed raakt of zijn poep kan afvegen. Had hij jullie verteld dat hij euthanasie wilde plegen? Blancquaert: Niet voor we aan de film begonnen, maar hij heeft ons enkele dagen voordien wel van zijn beslissing op de hoogte gebracht. Het was ongelooflijk: de rust die over hem kwam zodra hij zijn besluit genomen had. Feit is dat Carl gestorven is zoals hij wílde sterven - omringd door zijn vrienden en met de muziek en teksten die hij had gekozen. Wat zijn je mooiste herinneringen aan Carl? Blancquaert: Goh, er zijn er zoveel. Onze dagen aan zee waren heel bijzonder en intens, net als de momenten waarop we samen naar zijn vroegere optredens als acteur hebben gekeken. Bij elk bezoek heb ik ook geprobeerd een foto te maken waarop je niet zag dat hij ziek was. Het werd steeds moeilijker, maar hij vond het geweldig om zo nog creatief bezig te zijn. Hij zag dit als zijn laatste rol. Dat onze film nu voor Docville geselecteerd is, geeft dus een zekere postume erkenning. Is het een eerbetoon aan Carl, als acteur en als mens? Blancquaert: Toch wel, hij is ook een fantastische man - zie je: ik spreek soms nog over hem in de tegenwoordige tijd, omdat ik niet kan geloven dat hij écht weg is. Dat hij dankzij de steun van zijn vrienden tot zijn laatste moment thuis is kunnen blijven, is geen toeval. Hij heeft zoveel gegeven dat je niet anders kon dan verliefd op hem worden. Ik heb het hem een van die laatste dagen nog gezegd: 'Eigenlijk ben je een klootzakske. Mij zo hard van je laten houden, om dan zo snel weg te gaan.' Barbara De Coninck