FILM: **** Extra's: *
...

FILM: **** Extra's: * (De Filmfreak) Film. Net als bij twee vorige komische grootmeesters (René Clair met A nous la liberté en Charles Chaplin met Modern Times) is de toekomstvisie van Jacques Tati in Playtime behoorlijk reactionair, maar laat dat vooral het puur cinematografisch genot niet drukken. Tati dropt zijn vaste typetje, Monsieur Hulot, in een kil en steriel universum van anonieme hoogbouw, een helder labyrint van rechte hoeken en lijnen, glas en metaal. Hulot is de ouderwetse figuur die het voor hem onbegrijpelijke spektakel van de moderne tijd met geamuseerde verbazing gadeslaat. Hij worstelt voortdurend met het ontspoorde en verpletterende functionalisme, maar vindt in zijn absurde rationele leefwereld occasioneel toch iets organisch om te koesteren, zoals een bloemenverkoopster op de hoek van de straat die een wolkje kleur in de transparante grijze massa blaast. Tati's visie op de stad van de toekomst lijkt een frontale aanval op de moderne architectuur. Het is de perfecte cinematografische pendant van Tom Wolfe's hooghartig ironische ridiculisering van de terreur van de glass box in From Bauhaus to our house. Het kan natuurlijk verkeren: bijna veertig jaar later lijkt het intussen perfect gerestaureerde Playtime veeleer op een eerbetoon aan wat het vroeger op de korrel nam. De film oogt nu zelf als een hypermodernistisch object. Door zijn zuiverheid van vorm, zijn koele afstandelijkheid en absurdistische humor (met als mikpunt alle voorwerpen, decors en toestellen die in de jaren zestig de nakende automatisering, globalisering en technologische revolutie aankondigden: televisie, auto's, luchthavens, supermarkten, stofzuigers, intercom) lijkt het wel een gestrande ufo in een landschap van postmoderne clichés. De eerste helft van de film speelt in de terminal van de nieuwe luchthaven van Orly, op een huishoudbeurs en in kantoorgebouwen, waar de nieuwste technische snufjes voor vervreemding, ongemak en hilariteit zorgen. De laatste vijfenveertig minuten spenderen we in het Royal Garden-restaurant waar tijdens de openingsavond alles in het honderd loopt. De tergend langzame opbouw van kleine haperingen en mankementen naar de totale chaos is een van de grote set pieces uit de geschiedenis van de filmkomedie. Het geniale aan Playtime is dat Tati een totaal nieuwe vorm van cinema aan het uitvinden is, waarbij hij de toeschouwer voortdurend zelf aan het werk zet. De grappen vormen geen afgerond geheel maar elk visueel detail (dat soms verborgen zit in het uiterste hoekje van de beeldcompositie) en elk geluidseffect dragen bij tot een gigantische mozaïek waar je als kijker vrij uit kunt kiezen. Zelfs al mag deze dvd in geen enkele filmotheek ontbreken, Playtime komt pas echt tot leven in een grote zaal met 70 mm-projectie. Extra's. Bij deze gerestaureerde versie van Playtime (die nu twee uur duurt, nog altijd een half uur minder dan de allereerste vertoning in de Parijse Empire, eind 1967) hoort ook een tweede schijfje met bonusmateriaal over Tati, de design en look van de film, de constructie van de verbluffende decors in Joinville, de notities van de scriptgirl, en de eerste vertoning van de opgepoetste versie op het festival van Cannes van 2002. Tati-kenners Jerome Deschamps en Stéphane Gaudet analyseren ook fijntjes enkele sleutelscènes en ontleden Tati's spel met perspectief, dieptescherpte, optische illusies, grafische contrasten en subjectieve geluiden. Patrick Duynslaegher Patrick Duynslaegher