Pino de Kikker. De bijnaam van Giuseppe Pelosi, de officiële moordenaar van Pasolini, was al even gênant als zijn politieverklaring van 2 november 1975. De zeventienjarige prostitué had de nacht ervoor met Pasolini afgesproken voor een potje betaalde seks op het strand van Ostia. De regisseur pikte de jonge adonis op aan het station om samen pizza te eten en een strandwandeling te maken. So far, so good. Maar toen Pasolini de jonge knaap anaal wilde penetreren met een houten stok, sloegen bij Pelosi de stoppen door. Woest vermoordde hij de regisseur en overreed hij het lijk met Pasolini's eigen wagen.
...

Pino de Kikker. De bijnaam van Giuseppe Pelosi, de officiële moordenaar van Pasolini, was al even gênant als zijn politieverklaring van 2 november 1975. De zeventienjarige prostitué had de nacht ervoor met Pasolini afgesproken voor een potje betaalde seks op het strand van Ostia. De regisseur pikte de jonge adonis op aan het station om samen pizza te eten en een strandwandeling te maken. So far, so good. Maar toen Pasolini de jonge knaap anaal wilde penetreren met een houten stok, sloegen bij Pelosi de stoppen door. Woest vermoordde hij de regisseur en overreed hij het lijk met Pasolini's eigen wagen. Een paar uur na de moord werd Pino de Kikker geklist voor overdreven snelheid, uitgerekend in de Alfa Romeo van Pier Paolo Pasolini. Het bloed kleefde nog aan de velgen. Pelosi bekende braafjes de moord en zat zijn straf negen jaar uit. Een passionele moord dus? Dat konden de Italiaanse inlichtingendienst én bepaalde leden van de assisenjury op Pelosi's proces niet geloven. Maar de bekentenissen waren opgetekend en de moordenaar was gestrikt: het gerechtelijke plaatje klopte. In 2005, dertig jaar na de moord, trok Pelosi echter zijn bekentenis in. Volgens hem hadden drie onbekenden 'met een zuiders accent' de dissidente regisseur brutaal van kant gemaakt en hem op het strand gedumpt. Pelosi zou bedreigd zijn om de moord te bekennen. Aangezien de échte moordenaars intussen gestorven waren, was het voor hem veilig om de zaak opnieuw aan te vechten. Jammer voor zijn moeite, want bij gebrek aan bewijsmateriaal werd alles geseponeerd. Dit jaar kwam de zaak-Pasolini opnieuw uit de doofpot, nu via een open brief van oppositieleider Walter Veltroni in een Italiaanse krant in maart 2010. Die gebruikte geen getuigenis van Pelosi, maar wel van Luciano Garofano, een voormalig hoofd van het forensische departement van de politie. Volgens hem zouden het bloed, het zweet, de kledij en de stok die op de moordplek en in de wagen van Pasolini werden teruggevonden, opnieuw moeten worden onderzocht omdat de huidige technische kennis zo veel groter is. Bovendien lag in de wagen een verdachte trainingsbroek die niet van Pasolini of Pelosi was én zouden enkele bloederige vingerafdrukken zelfs helemaal niet getest zijn. Een andere bron, regisseur Sergio Citti, vermoedt een politieke afrekening. In de seventies gingen Italiaanse communisten en neofascisten regelmatig met elkaar op de vuist. Als overtuigd marxist schopte de regisseur in zijn teksten, gedichten en essays graag tegen de schenen van het establishment. Zijn strafste stoot, waarmee hij wellicht zijn eigen graf heeft gedolven: een artikelenreeks in de krant Corriere della Sera over corruptie en maffia binnen de politiek en een neofascistisch staatscomplot. Salò, zijn ultieme aanklacht tegen de corrupte politiek en het bijbehorende machtsmisbruik en perversie, verscheen enkele weken na zijn dood. Vlak vóór de release werden enkele rollen gestolen en ontving Pasolini een resem dreigbrieven. Zijn neofascistische versie van De 120 Dagen van Sodom van Markies de Sade geldt nog steeds als een van de gruwelijkste films aller tijden. Verkrachting, marteling en scabreuze taferelen in een fascistische staat onder leiding van Mussolini: de film is een gorefest zonder gelijke. Maar een lijk tot moes rijden met diens eigen auto? Neen, die gruwelijke plotwending heeft iemand anders bedacht. Thijs Demeulemeester