De snelle weg naar succes boeit Phoebe Bridgers, jong zingend en songschrijvend talent uit LA, niet. Anders had ze de aandacht voor haar debuut (vol duistere indiefolk met een k...

De snelle weg naar succes boeit Phoebe Bridgers, jong zingend en songschrijvend talent uit LA, niet. Anders had ze de aandacht voor haar debuut (vol duistere indiefolk met een knipoog) wel fluks verzilverd in plaats van in twee zijprojecten te stappen - hoewel Boygenius en Better Oblivion Community Center haar bekendheid natuurlijk duchtig hebben opgekrikt. Bovendien zou ze haar platen makkelijker aan de man kunnen brengen als ze méér uptemposongs zoals Kyoto zou aanbieden. Die geheide publiekslieveling staat hier nu eenzaam te fonkelen tussen aanlokkelijke, maar soms ook vage schemerliedjes, zo klein dat ze in luciferdoosjes passen. Gelukkig zijn die naast intriest vaak ook betoverend en zelfs schalks. 'I don't know what I want until I fuck it up': het eerste klopt niet, het laatste is niet gebeurd.