Hooguit twee keer per week kijk ik naar Italiaanse televisie. Zo vaak is er namelijk Le iene op. 'Iene' betekent hyena's. Een duidelijke keuze van de makers, niet geplaagd door een noordelijk Volvo-gevoel voor nuance: wij zijn kwaad en je gaat het zien ook. Ik denk trouwens niet dat er een Italiaans woord bestaat voor nuance.
...

Hooguit twee keer per week kijk ik naar Italiaanse televisie. Zo vaak is er namelijk Le iene op. 'Iene' betekent hyena's. Een duidelijke keuze van de makers, niet geplaagd door een noordelijk Volvo-gevoel voor nuance: wij zijn kwaad en je gaat het zien ook. Ik denk trouwens niet dat er een Italiaans woord bestaat voor nuance. Le iene is een zaalshow met drie presentatoren. Zij leiden de reportages in en uit. Soms zijn die reportages flauw. Dan gaan ze bekende Italianen vervelen door een microfoon onder hun neus te duwen. Er bestaan vast mensen die dat graag zien. Maar de fond van het programma bestaat uit reportages waarin allerlei onrecht op directe wijze wordt aangeklaagd. Er zijn een twintigtal journalisten en die maken belachelijk goed voorbereide, bruut gemonteerde filmpjes waarin ze maffia, politie en oplichters confronteren. Dat levert hallucinante toestanden op. Mensen zien hen komen en lopen weg, beginnen te vechten, laten bodyguards tussenkomen of nemen hen, zoals een senator onlangs, gewoon de microfoon af. Maar de journalisten worden nooit agressief of zelfs nog maar onbeleefd. Zo vinden ze pastoors die parochie na parochie oplichten voor duizenden euro's en intussen met het geld in vijfsterrenhotels de coke en de dure escorts door elkaar naar binnen steken. Of ze volgen een jonge vrouw die geen nieuwe rolstoel kan krijgen en daarom met haar kapot exemplaar kilometers moet afleggen omdat ze door de verschillende diensten van het kastje naar de muur wordt gestuurd. Klassieke Italiaanse toestanden. Maar je kunt toch niet anders dan jezelf afvragen: Waar zitten ónze hyena's? Iedereen weet dat in een gezonde democratie de eerste drie machten worden gecontroleerd door de vierde. Dat is het enige belang van de vrije pers: journalisten die excessen, misbruik en malfuncties in het systeem beschrijven, aanklagen en mee helpen te overwinnen. Het is duidelijk dat daar binnen het Vlaamse tv-landschap zo goed als geen plaats voor is. Er zijn studioprogramma's waar politici mogen komen praten, dat wel. Nu en dan wordt er wel eens een kritische vraag gesteld, want dat is het format. Het buitenland, natuurlijk, daar sturen we wel reporters heen. Die komen dan thuis met de verhalen, de aanklachten en de pakkende reportages. Maar waar zijn de mannen en vrouwen die eindelijk eens door de klassieke formules knallen? Waar zijn de honden die niet lossen? Sorry voor de voorspelbare hondenmetafoor, maar het is toch waar? Er zijn talkshows maar John Oliver komt nooit nog maar in zicht. Laisser parler. Er is Telefacts of Koppen. Veel te braaf. En als het budget op is, moeten ze over naar aangekochte shit en het geld is altijd al rap op. Er is De ideale wereld, wat misschien nog het dichtst bij no-nonsensejournalistiek komt, maar dat is - toch? - nooit de eerste bedoeling geweest. Er is tussen mensen in Tienen dingen wijsmaken en echt fout volk wekenlang volgen en voor kijkend Vlaanderen confronteren toch nog wel wat ruimte. Op die ruimte kunnen we misschien eens wat hyena's loslaten? P.B. GRONDAER IS TUSSEN MENSEN IN TIENEN DINGEN WIJSMAKEN EN ECHT FOUT VOLK VOOR KIJKEND VLAANDEREN CONFRONTEREN TOCH NOG WEL WAT RUIMTE?