Onlangs zag ik een bericht van een jongen die naar een concert was geweest. Hij had daar een stukje over geschreven en dat stukje stond nu in een weekblad te lezen. Om dat stukje en zichzelf onder de aandacht te brengen, deelde hij het op sociale media.
...

Onlangs zag ik een bericht van een jongen die naar een concert was geweest. Hij had daar een stukje over geschreven en dat stukje stond nu in een weekblad te lezen. Om dat stukje en zichzelf onder de aandacht te brengen, deelde hij het op sociale media. Ik dacht: hè, wat waren de jaren negentig toch een bijzondere tijd. Ten eerste omdat ik nog vaak naar concerten ging. Mijn aandachtsspanne kon het nog aan, twee uur naar een paar mensen met instrumenten staan staren. Kijken. Sorry. En ook: de wereld kende nog zoveel mysterie. Er was het dorp en de nabijgelegen provinciestad, dan was er Brussel en daarachter: de wereld. Ja, we beleefden nogal eens tijden. Gelukkig bestonden er ook toen al media, en die vertelden ons over de wereld. Ooit begon mijn teerbeminde vriend en heldin Marc Didden, woonachtig te Brussel, over rock-'n-roll te schrijven, en sindsdien zijn er radioprogramma's en televisieshows en videoclips en 'oh my god, I wanna be in America' gekomen. Ook rockgroepen waren kosmische entiteiten van anekdotiek en slechte foto's in blaadjes op stinkend papier. Terwijl iedereen weet: rockgroepen zijn gewoon relatief eenvoudige jongens met gitaren en een camionette. Dus het werkte: omdat er minder was, leek het meer. En ja, als je in een platenwinkel dan eens een gratis magazine meenam, dan kon je natuurlijk genieten van enkele fantastische diensten. Ten eerste: cd-besprekingen. Want er werden nog volop cd's gemaakt en de economische realiteit leerde meteen dat je die niet allemaal kon kopen. Als er dus een blad bestond met een duidelijke redactionele richting, kon je te weten komen wat wel en wat zeker niet te gaan kopen. Schitterend, eigenlijk. Helaas ook totaal overbodig sinds muziek gewoon een woord op een scherm is waar je op duwt om het te horen. Daarnaast waren er ook recensies van concerten. Dat heb ik eigenlijk nooit goed begrepen. Ten eerste omdat een concert beleven erg persoonlijk is. Maar los daarvan, en niet geheel onbelangrijk: het concert zal op het moment van het drukken van de recensie onherroepelijk tot het verleden behoren. Dat wil zeggen dat een hoogstpersoonlijke appreciatie van een onmogelijk nog te beleven evenement plaats krijgt op kostbaar papier, een materiaal dat vandaag echt al serieus moeite moet doen om in grotere mate dan wikkels rond repen Twix de krantenwinkel uit te raken. Als ik er geen zoete heimwee naar de nineties van kreeg, zou ik haast denken: stop er gewoon mee. Meteen met alles. Want de wereld is geen mysterie meer, de wereld staat op YouTube. En behalve als je Philip Roth kunt strikken om me te vertellen wat de boeken van het jaar zijn, laat me dan daarover ook maar meteen met rust. Want de wereld mag dan wel geen mysterie meer zijn en de boekjes geen magische poorten naar het beloofde land meer, maar er is wel nog steeds geweldig veel te zien, te proeven en te kussen, dus schrijf zeker over wat je van het optreden van een week geleden in de AB vond, maar steek het dan in een mooie envelop en hou ze bij voor wanneer de nineties door een gat in het heelal wonderbaarlijk terugkeren. P.B. GRONDAALS IK ER GEEN ZOETE HEIMWEE NAAR DE NINETIES VAN KREEG, ZOU IK HAAST DENKEN: STOP ER GEWOON MEE. METEEN MET ALLES.