We leven in moeilijke tijden. Tijden waarin we meer en meer leren dat taken vervangen kunnen worden door technologie. Er zijn auto's die zichzelf parkeren, keukenrobots die als je er de juiste ingrediënten in kiepert hele maaltijden kunnen bereiden, printers die voorwerpen kunnen maken.
...

We leven in moeilijke tijden. Tijden waarin we meer en meer leren dat taken vervangen kunnen worden door technologie. Er zijn auto's die zichzelf parkeren, keukenrobots die als je er de juiste ingrediënten in kiepert hele maaltijden kunnen bereiden, printers die voorwerpen kunnen maken. De moeilijkheid van deze tijden ligt hem dan ook niet langer in het parkeren van een auto of het bereiden van een eenvoudige spaghetti. De moeilijkheid schuilt in de vraag: wat kunnen we níét verwachten van technologie? Want de mens is niet in essentie een uitvoerder van taken. Ook mieren of mussen voeren taken uit. Alles wat we doen, is typisch in functie van iets groters. Je kunt dat de zoektocht naar geluk noemen, of zelfontplooiing, of liefde, of gewoon menselijkheid. Het is daar waar wij vaak in de fout gaan. We zijn er zo aan gewend geraakt dat Google, WikiPedia, een onzichtbaar netwerk tussen zowat alle apparaten ter wereld of enkele slimme apps het wel voor ons regelen dat we vergeten dat het leven heel wat werk vereist dat niemand, en zeker niet íéts voor ons kan doen. We dachten dat Facebook en Instagram vriendschap konden vercomputeren en dat we zo nieuwe en betere relaties zouden aanknopen. We dachten: met Tinder vinden we wel een lief en daarmee worden we gelukkig. We dachten: Twitter wordt een democratisch kruispunt en de slimme ideeën gaan er vloeien. We dachten: als we een goedkoop hotel kunnen boeken via een handige website, dan hebben we geen reisbureau nodig en dan zal de vakantie leuk worden. Kortom, we gaan meestal een stap te ver in onze verwachtingen. Het is niet omdat iets gemakkelijker wordt dat het ook beter wordt. Automakers weten niet waar het heen gaat. Zal Apple straks de meeste auto's maken? Reclamemakers weten niet waar het publiek heen wil of gaat. Tv-makers weten niet hoe hun toekomstige model eruit zal zien, dus ze sluiten hun ogen en hopen dat ze goed inzetten. De geschreven pers krijgt nu en dan CIM-cijfers binnen en hoopt de volgende keer een procent te stijgen in plaats van er 10 te dalen. En doorheen al die industrieën lopen gewone mensen met eigenlijk dezelfde onzekerheden over wat komen zal, maar dan met betrekking tot hun leven. Eigenlijk stellen ze zich de vragen die gewone mensen zich al eeuwen stellen: Wat vind ik eigenlijk van dit bestaan? Ben ik geliefd? Wat kan ik doen om beter te slapen? Om vaker te lachen? Moet ik gaan sporten? Wat wordt er van mijn kinderen? Alleen zit er nu zo'n enorme buffer aan technologische ruis alsook een fysiek voorwerp met een scherm tussen onze ogen en de wereld waarin we rondlopen dat we veel te gemakkelijk kunnen wegvluchten van de antwoorden die we enkel vinden op plaatsen die we kunnen bezoeken en bij mensen die we kunnen aanraken. We leven in moeilijke tijden omdat niemand nog echt weet wat er aan de hand is en we al onze eeuwenoude levensvragen niet meer aan een alwetend iemand kunnen stellen. Behalve misschien aan Siri. En het enige wat zij doet, is je fout begrijpen en daar dan iets over opzoeken op het net. Veel symbolischer moet het niet worden.P.B. GRONDAWE ZIJN ZO GEWEND GERAAKT AAN GOOGLE, WIKIPEDIA EN SLIMME APPS DAT WE VERGETEN DAT HET LEVEN HEEL WAT WERK VEREIST DAT NIEMAND, EN ZEKER NIET ÍÉTS VOOR ONS KAN DOEN.