Elke week lees je ergens een stukje over het vreselijke, onafwendbare einde van het album. We streamen alles, en binnenkort draait volgens gasten met blogs die graag over de regresserende haarlijn van Neil Young zagen en nooit zomaar eens iets moois voor hun ongelukkige lief kopen heel de muziekbusiness dus alleen nog maar om liedjes.
...

Elke week lees je ergens een stukje over het vreselijke, onafwendbare einde van het album. We streamen alles, en binnenkort draait volgens gasten met blogs die graag over de regresserende haarlijn van Neil Young zagen en nooit zomaar eens iets moois voor hun ongelukkige lief kopen heel de muziekbusiness dus alleen nog maar om liedjes. Ik denk niet dat dat waar is. Maar stel nu dat ik me vergis, dan zou het nog altijd erger zijn dat de muziekbusiness om gedroogd fruit of traptechniek zou gaan draaien. Een liedje lijkt mij - noem me ouderwets en gek - toch redelijk hard de basis van alles. Al die albumelegieën zijn dan ook vooral een bijverschijnsel van een soort sentimentaliteit waar velen vandaag mee te kampen hebben. Alsof onze omgang met al die apps en toestellen zich als tegenreactie wreekt in een soort overdreven emotionaliteit ten aanzien van prachtige herinneringen uit het recente verleden. En we hebben plots allemaal heel veel prachtige herinneringen. Mijn homeboy, de bekende Limburgse skateboarder Stijn Meuris, zei het onlangs nog in een interview: ik kan de constante stroom soms niet meer aan. Bang dat de dijken op een dag breken. Hij zal daarin de enige niet zijn. Er is gewoon zoveel, heel de tijd. De wereld is nu altijd open. Voor het grootste deel is dat goed nieuws. Toch betrap ik mezelf meer en meer op een ongemakkelijk gevoel dat je als heimwee zou kunnen beschrijven. Heimwee naar een leven waarin de zaken eenvoudiger leken en ja, er misschien wel nog dingen bestonden zoals cd's die je noot per noot van buiten kende. Maar toen dacht ik: waar heb je eigenlijk heimwee naar, zot? Naar in de regen staan liften? Naar betalingen doen via een papieren overschrijving? Naar die tandjes van cd-doosjes die braken en je investering van 15 euro met twee derde in waarde lieten dalen? Naar je brommer naar huis duwen langs de Steenweg op Gelrode? Naar lelijke T-shirts van Pantera? Ik dacht het niet, nee. Meer nog, ik stak al mijn cd's in dozen van Ikea van zodra YouTube, iTunes en Spotify het toelieten, omdat ik dacht dat het leven daardoor net eenvoudiger en dus beter zou worden. Minder dingen, minder zorgen. Helaas is dat een even grote illusie als die heimwee. We hebben misschien redenen om terug te verlangen naar een verleden of een toekomst, maar met cd's, brommers, telefoons of gezellige postkantoren heeft dat niks te maken. Als we het verleden missen, dan is dat om sentimentele redenen. En ik begrijp sentimentaliteit heel goed. Heel mijn wezen en werk draait om sentimentaliteit. Namelijk een overdreven gevoeligheid die ervoor zorgt dat rationaliteit en gevoel voor mate vervallen. Het punt waar je het niet meer in de hand hebt en gevoelens het overnemen. Dat is een goed punt. Een punt waar al de goede dingen ontstaan. Sentimentaliteit is de slak zonder haar huisje. We moeten haar koesteren en dus niet voortdurend misbruiken voor het al dan niet naderende einde van banaliteiten. Een zekerheid: banaliteiten zullen er altijd zijn. Net als liedjes, gelukkig. P.B. GRONDAWE HEBBEN MISSCHIEN REDENEN OM TERUG TE VERLANGEN NAAR EEN VERLEDEN OF EEN TOEKOMST, MAAR MET CD'S, BROMMERS, TELEFOONS OF GEZELLIGE POSTKANTOREN HEEFT DAT NIKS TE MAKEN.