We willen graag geloven in iets. Als we dat niet doen, dan stopt het leven namelijk waar we het zien. Bij een reeks handelingen waarvan een groot deel repetitief is, nu en dan interactie met soortgenoten, lichamelijke neergang en uiteindelijk de dood.
...

We willen graag geloven in iets. Als we dat niet doen, dan stopt het leven namelijk waar we het zien. Bij een reeks handelingen waarvan een groot deel repetitief is, nu en dan interactie met soortgenoten, lichamelijke neergang en uiteindelijk de dood. Dat is wat magertjes. Als we hier dan toch zijn, dan kunnen we onszelf beter wijsmaken dat het om meer draait dan het opbouwen en weer afbreken van cellen. Je kunt geloven in van alles. Je kunt geloven in een schepper of grote principes, in jezelf, in macht, in seks, in de Russen, in technologie, in wetenschap... Het belangrijke is dat er gehoopt kan worden. Hopen op beter, dat is in feite waar het op neerkomt. Als we denken dat iets of iemand het leven beter gaat maken, dan kunnen we erin geloven. Heel veel mensen geloofden op die manier in Obama, bijvoorbeeld, toen hij opkwam in 2008. Vandaag voelen velen dat hij vooral goed is in speechen en ze zijn teleurgesteld. Alsof hij zijn deel van de deal niet nakwam, namelijk aspireren tot grootsere dingen, leiden, een weg tonen. De feiten hebben daar zelden heel veel mee te maken. Toen de sociale netwerken opkwamen, geloofden we graag dat zij ons leven zouden verrijken. Op belachelijk eenvoudige wijze zouden we weer contact kunnen maken met vroegere klasgenoten, ex-lieven en onbekenden die vast boeiend zouden blijken. Met andere woorden: de wereld zou er beter op worden. Vandaag blijkt dat ze vooral dienen om mensen die je van ver kent een gelukkige verjaardag te wensen, reclame te maken voor je handeltje en sociale controle. Door die controle doet iedereen zich natuurlijk voor als de gepaintbrushte versie van zichzelf. Dat is op zich eigenlijk niet eens zo erg. We doen hetzelfde als we uitgaan of voor het eerst met iemand afspreken. Het probleem is dat het niet neerkomt op wat we verwachtten en dat het leven lang niet beter werd, maar net leger en triester. Als je in het echte leven wilt gaan dansen - raar, maar stel nu dat dat zo is - dan zoek je de juiste vrienden en een goede plaats om dat te doen. Als je liever whisky wilt drinken met een andere misantroop, dan ga je ergens anders heen. Sociale netwerken houden daar geen rekening mee, dus je krijgt er bij wijze van spreken pizza als je net zin had in kip. En meteen staan er dertig idioten te springen en te roepen: wooohooo, lekker, pizza! Pizza! PIZZAAAAA!!!! Dan komen de foto's. En nog twintig idioten erbij. En je denkt: is dit het dan? Al die evolutie sinds de grot, en dit is het? Iedereen terug naar zijn grot, maar nu met wifi? Ik gooide daarom onder andere Facebook van mijn iPhone en probeer weer zelf mijn voedsel te verzamelen door visvangst uit de lokale rivier. Dat, of ik ga gewoon naar de supermarkt. Dat heb ik altijd al plezant gevonden. Je ziet ze daar staan, de medemensen. Zwetend en moe, zeulend aan een goedkope tv of een stramme winkelkar met een schreeuwend kind erin. En dan haal ik diep adem en denk: kijk, er is nog iets om in te geloven. Er is nog hoop. P.B. GRONDASOCIALE NETWERKEN BLIJKEN VOORAL TE DIENEN OM MENSEN DIE JE VAN VER KENT EEN GELUKKIGE VERJAARDAG TE WENSEN, RECLAME TE MAKEN VOOR JE HANDELTJE EN SOCIALE CONTROLE.