Pasolini Collection Accattone (1961)/ Uccellacci e Uccellini (1966)/ Edipo Re (1967)/ Teorema (1968)/ Medea (1969)

FILMS: **** EXTRA'S: 0 (CINEFILES CLASSIQUE)

Voor wie op het eind van de jaren 60 film echt leerde smaken en vond dat er niets zo belangrijk was in het leven als film, was Pier Paolo Pasolini een god. Zijn films waren politiek geladen, radicaal van stijl, provocerend van onderwerp en toon, taboebrekend (vooral, maar niet exclusief, op seksueel vlak) en schaamteloos intellectualistisch. Zijn werk demonstreerde ook dat de essentie van cinema niets met techniek te maken heeft: Pasolini ging er prat op dat hij een dilettant was. De technische onvolmaaktheid, het amateurisme van de meeste van zijn acteurs, de stunteligheid van het vertellen (het was alsof zijn films met horten en stoten door de projector werden gejaagd): hij droeg het allemaal als eretekens in plaats van als gebreken.

Dat de meeste van zijn films nu nog nauwelijks om aan te zien zijn, doet daar niet eens afbreuk aan. Het is geen kwestie dat de bewonderaars van P.P.P. toen ongelijk hadden, het is gewoon dat de films van Pasolini meer dan de films van wie ook, het product van hun tijd waren: ze dateren uit een periode toen alles kon, toen film het meest avontuurlijke medium ter wereld was, quasi ongehinderd door conformisme, commercie en correct denken. Zo kwam het ook dat de toen al bekende dichter, schrijver en polemist op bijna veertigjarige leeftijd plots kon debuteren met Accattone (een film over een armzalige jonge pooier die zijn ondergang tegemoet gaat) en doen alsof er vóór hem nooit een film was gemaakt. Technische kunstgrepen gooide hij overboord, hij richtte zijn camera onbeweeglijk op de gezichten van zijn personages. Frontaal, simpel en sober figuratief zoals de fresco's van Masaccio en Giotto.

Die eerste film is nu samen met vier andere in een box gebundeld. Waaronder het schandaalverwekkende Teorema, misschien wel dé Pasolini-film bij uitstek, waarin Terence Stamp een engelachtige bezoeker speelt die alle leden van een gegoed Milanees gezin verleidt en confronteert met de leegte en de leugens in hun burgerlijk bestaan. De vaak tegenstrijdige facetten van Pasolini's complexe persoonlijkheid (zijn marxisme, zijn homoseksualiteit, zijn obsessie met de iconografie van het katholicisme, zijn hang naar mystiek, zijn drang om met film een nieuwe mythologie te creëren, zijn haat voor de bekrompen bourgeoisie en zijn liefde voor het onderproletariaat) lijken allemaal samen te komen in deze uitdagende fabel die vervaarlijk maar onbevreesd koorddanst op de rand van het sublieme en het ridicule.

Patrick Duynslaegher