De ene postpunk is de andere niet. Bij Interpol is doem een zweterige beleving in grote zalen en achteraf een T-shirt kopen. De provinciale misère die het Canadese Ought uitdra...

De ene postpunk is de andere niet. Bij Interpol is doem een zweterige beleving in grote zalen en achteraf een T-shirt kopen. De provinciale misère die het Canadese Ought uitdraagt, neigt meer naar Morrissey: de lamlendigheid van oud brood eten verdrijven door parmantig een bos gladiolen in de huiskamer te verstrooien. Op Room Inside the World verzacht Ought zijn barse hoekigheid met poëzie en rondere vormen, hoe mismoedig ook de toon. Zanger Tim Darcy schroeft zijn huilerige zang weleens op, alsof The Chameleons eindelijk op hun plek moesten gezet. Het leidt de aandacht niet af van de muziek, die uitstekend en gevarieerd is, profiterend van vele stroomversnellingen en -vertragingen. Opener Into the Sea, dat pronkt met verwoed drumwerk, haalt The National rechts in. En Take Everything is grandioos.