Na het succesverhaal van The Broken Circle Breakdown lijkt de Vlaamse filmsector - waarmee het altijd zo goed gaat - de laatste maanden weer met de voetjes op de grond te komen. De taxshelter, die het fiscaal aantrekkelijk maakt om te investeren in films, blijkt vaak misbruikt te worden en high-profile publieksfilms zoals W. - Witse de film, De behandeling en Halfweg deden het lang niet zo goed als verhoopt. Klap op de vuurpijl: er is opnieuw geen enkele Vlaamse film te zien op het festival van Cannes.
...

Na het succesverhaal van The Broken Circle Breakdown lijkt de Vlaamse filmsector - waarmee het altijd zo goed gaat - de laatste maanden weer met de voetjes op de grond te komen. De taxshelter, die het fiscaal aantrekkelijk maakt om te investeren in films, blijkt vaak misbruikt te worden en high-profile publieksfilms zoals W. - Witse de film, De behandeling en Halfweg deden het lang niet zo goed als verhoopt. Klap op de vuurpijl: er is opnieuw geen enkele Vlaamse film te zien op het festival van Cannes. Het gevoel van verontwaardiging waarop dat nieuws onthaald werd, zegt veel over de eigendunk die Vlaanderen over zijn filmproductie gecultiveerd heeft. De Oscarnominaties voor Rundskop en The Broken Circle Breakdown en de schier onophoudelijke berichten over de internationale prijzen die onze films in de wacht slepen, zorgen ervoor dat er verbaasd wordt opgekeken wanneer het grootste, meest cinefiel aangelegde festival ter wereld ons over het hoofd ziet. The Broken Circle Breakdown werd vorig jaar niet geselecteerd en voor deze editie werd Gust Van den Berghe onverrichter zake terug naar huis gestuurd met zijn nieuwste, Lucifer. De perceptie dat we het potverdomme verdíénen om in de selectie te zitten, heeft niet zozeer te maken met warme gevoelens van de Vlaming voor zijn eigen cinema. Uiteindelijk komt die Vlaming slechts een paar keer per jaar en masseuit zijn zetel. Volgens de recentste cijfers van het VAF gingen in 2013 zo'n twee miljoen mensen naar een Vlaamse film kijken. FC De Kampioenen was goed voor 750.000 bezoekers, Marina voor 500.000 en Het vonnis voor 400.000. Dat is dus al meer dan 1,6 van de 2 miljoen toeschouwers voor slechts drie films. Ondertussen haalde Fien Trochs Kid slechts een goede 7000 bezoekers. Idem dito voor La cinquième saison van Peter Brosens en Jessica Woodworth. Caroline Strubbe moest het zelfs stellen met 2000 (!) bezoekers voor I'm the Same, I'm an Other. Mocht u dus in de waan verkeren dat de Vlaming per definitie naar de bioscoop trekt als er een film uit eigen gewest draait: u dwaalt. Heel wat Vlaamse arthousefilms verdwijnen na enkele weken geruisloos uit de zalen. Een film als 82 dagen in april krijgt zelfs geen eenduidige releasedatum: enkele kopieën van de film deden de ronde van de arthousecinema's, zodat je als cinefiel al goed uit je doppen moest kijken om hem mee te kunnen pikken. Het VAF stuurt ook de commerciële flops naar internationale festivals - wat hen siert - maar over het algemeen hoor je daar weinig van. Sam Cooke zong het al: accentuate the positive, eliminate the negative. Overal waar je kijkt, in alles wat je leest, klinkt hetzelfde verhaal: Vlaanderen hoera! En het gaat daarbij vrijwel zonder uitzondering over één van het drietal grote kleppers dat jaarlijks de revue passeert. Vlamingen winnen European Film Awards, Césars en nog een stuk of wat prijzen in Kopenhagen en Montréal. Ze worden zelfs genomineerd voor Oscars. Alleen met de grote Europese festivals - Cannes, Venetië en Berlijn - wil het vooralsnog niet echt lukken. Onze Franstalige vrienden, daarentegen, zijn graag gezien op de Croisette. De gebroeders Dardenne maken kans op hun derde Gouden Palm met Deux jours, une nuit. Als ze die winnen, zou het de eerste keer zijn dat dezelfde filmmaker - of in dit geval: filmmakers - met de Palm naar huis gaat. Fabrice du Welz is geselecteerd met Alleluia, en ook Laura Wandels kortfilm Les corps étrangers is van Franstalig-Belgische makelij. Wil dat dan zeggen dat men het aan gene zijde van de taalgrens zo veel beter doet dan wij? Op commercieel vlak alvast niet. Gingen er in 2013 zo'n 2 miljoen mensen naar een Vlaamse film, dan moesten de Franstalige films het stellen met een schamele 582.000 bezoekers. Die fameuze gebroeders Dardenne? Zij genieten vooral veel aanzien in het buitenland. Hun laatste wapenfeit, Le gamin au vélo (2011), was verreweg hun grootste hit. De film kwam gelijktijdig uit in België, Frankrijk en Italië en haalde zo vlotjes 500.000 bezoekers in één maand. Maar aan het einde van de rit bleef de teller in België steken op 138.000, all-in. En zelfs dat was al een veelvoud van wat hun vorige films hadden gehaald. Is het dan louter dankzij taalnepotisme dat die films wel in Cannes binnenraken? Lijkt onwaarschijnlijk. Cannes is een van de weinige festivals waar de herkomst van een film zo goed als irrelevant is. De juryleden komen uit de vier windstreken en de winnaars stamden de voorbije jaren al uit de VS, Thailand, Frankrijk en, jazeker, België. Zelfs Pierre Drouot, directeur-intendant van het VAF, zei in een interview dat de competitie gewoon te sterk was. Einde verhaal. De Vlamingen zijn daarmee zelfs in goed gezelschap: Duitsland en Spanje, toch landen met een grotere filmindustrie en een rijk festivalverleden, zijn er deze keer ook niet bij. Er is natuurlijk niets mis mee om trots te zijn op de eigen filmproductie en natuurlijk zou het mooi zijn om Felix Van Groeningen of Gust Van den Berghe met een Gouden Palm in de handen te zien. Maar ten eerste is een afwezigheid op Cannes absoluut geen teken dat je een slechte film hebt gemaakt - het is eerder het gevolg van l'embarras du choix waarmee ze ginds geconfronteerd worden. En ten tweede mag voor een echte cinefiel sowieso slechts één ding tellen: welke film spreekt mij het meeste aan? Ongeacht waar die vandaan komt. Het komt neer op de vraag of je de taal van de cinema spreekt - die universeel is en geen grenzen mag kennen - of de taal van politiek en commercieel aangewakkerd nationalisme. De cinefiel verheugt zich dat de Dardennes misschien een primeur vestigen, daar aan de Franse kust. De nationalist is enkel treurig omdat de klank van zijn eigen taal er niet zal weerklinken.DOOR DENNIS VAN DESSEL - ILLUSTRATIE SARAH VANBELLEER IS ANDERMAAL GEEN VLAAMSE FILM VOOR CANNES GESELECTEERD. HET GEVOEL VAN VERONTWAARDIGING WAAROP DAT NIEUWS ONTHAALD WERD, ZEGT VEEL OVER DE EIGENDUNK DIE WE OVER ONZE FILMPRODUCTIE GECULTIVEERD HEBBEN.