Akindo Kooplieden; de laagste van de vier belangrijkste klassen in feodaal Japan (de andere drie: krijgers, boeren en ambachtslieden).
...

Akindo Kooplieden; de laagste van de vier belangrijkste klassen in feodaal Japan (de andere drie: krijgers, boeren en ambachtslieden). Bakufu Militaire regering uit de periode van het feodale tijdperk, ook sjogoenaat genoemd. Bakumatsu Laatste dagen van het sjogoenaat; inspiratie van vele films. Budo Krijgskunst; vechttechniek met of zonder wapens waarin de samoerai zich moeten bekwamen. Bunraku Poppentheater ontstaan in zestiende eeuw. Bushi Krijger (van adellijke afkomst), van 'bu' (strijd) en 'shi' (man), ander woord voor samoerai. Bushido 'De weg van de krijger', of de ongeschreven erecode van de samoerai. Chambara Populaire term voor 'ken-geki' (zwaardtheater), toneelstuk met zwaardgevechten. De term werd later uitgebreid tot het hele genre van zwaardvechterfilms. Dai-sho Bij elkaar passend lang en halflang zwaard dat bij wet alleen samoerai mogen dragen. Edo Vroegere naam van Tokyo, voor het Meiji-tijdperk. Het Edo-tijdperk (Edo-jidai) loopt van 1603 tot 1867. Geisha Meisje of jonge vrouw, opgeleid om de mannelijke bezoekers van theehuizen te verstrooien. Een geisha moet alles afweten van dans, zang, muziek, theeceremonie en ikebana. Theoretisch is ze geen prostituee, maar in de praktijk leidt haar sociale conditie en afhankelijkheid van de rijkste klanten daartoe. Harakiri Populaire naam voor rituele zelfmoord of 'Seppuku'. Ikebana 'Levende bloemen'; kunst van het bloemschikken. Jidai-geki Kostuumfilm of historische film (speelt zich af voor 1868). Jingi Morele plicht en erecode van de yakuza. Kabuki In zestiende eeuw ontstane theatervorm die dialoog met muzikale en gedanste interludia combineert. Kendo Letterlijk 'de wijze van het zwaard'. Kunst en techniek van het zwaardvechten, de populairste krijgskunst in Japan. Ken-geki Oorspronkelijke betekenis: zwaardtheater. Later ook gebruikt als nobele term voor 'chambara'. Meiji-mono Films die zich afspelen tijdens de Meiji Restauratie (1868-1911), die de macht teruggaf aan de keizer. Ninja Soort acrobatische spion met bovennatuurlijke gaven. Vormde inspiratie tot eigen filmgenre: 'ninja-eiga'. Ninkyo-eiga Films over ridderschap, ook gebruikt voor chevalereske yakuzafilms en samoeraifilms. Noh Oudste Japanse theatervorm, bestaat uit gezongen dialogen en dans. Acteurs (uitsluitend mannen) dragen maskers. Oyabun Chef, leider, 'peetoom'. Term wordt vooral gebruikt in het Japanse gangstermilieu. Ronin Samoeraikrijger zonder meester, die meestal zwervend bestaan leidt, op zoek naar een opdracht. Komt het meest voor in de zestiende eeuw (het Sengoku-tijdperk). Samoerai Letterlijk 'dienaar'. Adellijke ridders uit het feodale tijdperk. Samoerai behoren tot een clan en waren een instrument waarmee de sjogoens hun macht vestigden. Hun privileges werden afgeschaft door de Meiji-Restauratie. Sengoku-jidai Sengoku-tijdperk (van 1490 tot 1600) waarin Japan ten prooi was aan burgeroorlogen en strijd onder de diverse clans. Veel samoeraifilms spelen in die tijd. Seppuku Juiste term (van Chinese oorsprong) voor harakiri. In plaats van oneervol geëxecuteerd te worden, krijgen samoerai en landheren de kans om zichzelf de buik open te rijten, waarna ze door hun assistent (kaishaku) worden onthoofd. Shinto Letterlijk 'de weg van de geest'. Nationale religie van Japan, die de voorouders, de natuurelementen en de Keizer vereert. De heilige plaatsen gewijd aan de cultus van het shintoïsme worden 'jinja' genoemd, in tegenstelling tot de 'terra' (tempels) van de Boeddhisten. Sjogoen Term voor de eerste generaals die de Ebisu (barbaren) onderwierpen. De sjogoens consolideerden hun macht en gingen uiteindelijk heersen over heel Japan, van de zeventiende eeuw tot de restauratie van de autoriteit van keizer Meiji in 1868. Yakuza Gangsters of Japanse maffia. Ook algemener: gokkers, boeven. Yakuza-eiga Yakuza-films. Yojimbo Lijfwacht. Zen De meest bekende van de boeddhistische sekten predikt zelfdiscipline en meditatie, teneinde te komen tot 'satori' (spiritueel ontwaken) en een begrijpen van de wereld. Zen oefende grote invloed uit op de Japanse kunst en literatuur, maar weinig films (met Ozu als grote uitzondering) zijn ervan doordrongen.