ABBAS Kiarostami
...

ABBAS Kiarostami Info: tel. 02 507 83 70. Tickets voor de Close-up avond: tel. 02 507 82 00 (Paleis voor Schone Kunsten) of tel. 070 22 21 99 (KunstenFESTIVALdesArts) Zeventien jaar geleden zette de 63-jarige Kiarostami de Iraanse film op de wereldkaart. Met Khane-ye doust kodjast? ( Where Is the Friend's Home?) leverde hij een stoutmoedige mix af van geënsceneerd drama en confronterende documentaire. De film vertelt over een jongen die een schriftje wil terugbrengen naar zijn vriend, maar zijn adres niet kent en door een hoop volwassenen van pier naar polleke wordt gestuurd (met Zendegi va digar hich of And Life Goes on... zou hij in '91 een follow-up maken). Terwijl in het vrije Westen het verbuigen van de heersende conventies een rariteit werd, was het uitgerekend in een land dat van hieruit met opgestoken vinger bekritiseerd werd voor zijn censuur, dat de film een beetje opnieuw werd uitgevonden. Een merkwaardige evolutie, die de filmmakers hier vaak in kinderlijke jaloezie deed ontsteken en hen dreinerig deed verkondigen dat een Iraanse filmmaker als Kiarostami zijn camera maar moest laten lopen om hier van Kunst te spreken, terwijl het bon ton was de 'eigen' cinema te verguizen. Polemiek over de 'vorm' die Kiarostami aan zijn films gaf, is er daarom steeds geweest. Dat er van zijn cinema en het geslepen spel met 'realiteit' en 'fictie' echter een aangrijpende, ongrijpbare, en poëtische kracht uitgaat, staat buiten discussie. Het resultaat van dit baanbrekende werk was een cinematografische boom van ongeziene omvang. Een andere Iraanse filmmaker stelde het zo: 'Toen ik een tiener was, was iedereen dichter. Nu is iedereen filmmaker, en dat zeker sinds de Revolutie. Als ik naar Close-up kijk, besef ik pas hoe weinig Iraanse filmmakers een filmopleiding genoten - meer zelfs, hoe weinig er geen opleiding tout court hadden genoten. Filmmaker of kunstenaar zijn was een status die voorheen enkel voor de bevoorrechte en geschoolde klasse was weggelegd, maar van toen af was het iets waarnaar ongeschoolde individuen ook konden opklimmen.' Ondertussen is Kiarostami, met recentere titels als Bad ma ra khahad bord ( The Wind Will Carry Us) uit '99 of Ten uit '02 voorgoed gecanoniseerd. Behalve de Gouden Palm voor Ta'me guilass (Taste of Cherry) kreeg hij in 1997 ook de UNESCO Fellini-Medal in Gold voor wat hij bereikte op het vlak van film, vrijheid, vrede en verdraagzaamheid. In een van de minder vrije samenlevingen op deze wereld werd hij de dichter van de vrijheid en op de koop toe professor in Parijs. Op 10 mei komt Kiarostami, die met Five (in competitie) en 10 on Ten (in het onderdeel Un Certain regard) een Cannesfiguur om naar uit te kijken is, naar het Paleis voor Schone Kunsten. Jean-Michel Frodon, de hoofdredacteur van Cahiers du Cinéma, zal bij wijze van inleiding voorafgaand aan de vertoning van Nema-ye Nazdik ( Close-up), een gesprek voeren met Kiarostami. De regisseur zal daarin zijn werk en de zelden vertoonde, op een waar fait divers gebaseerde film uit 1990 toelichten, waarin een werkloze zich uitgeeft als filmmaker Mohsen Makhmalbaf. ' Close-up is uitgegroeid tot een cultfilm in Europese cinefiele middens', zegt Kiarostami hierover. 'Tegelijkertijd gaf de film een vernieuwende kijk op de verhouding tussen documentaire en fictie, de natuur van het filmpersonage, de invloed van de werkelijkheid op de productie, de hedendaagse opbouw van de afstand tussen de werkelijkheid, het kunstwerk en de toeschouwer, en dit in een uitermate stimulerende kritische context.' In het Filmmuseum loopt de hele maand mei ook nog een retrospectieve van Kiarostami's werk. Hij is eveneens te gast op het KunstenFestivaldesArts, waar hij zijn video-installatie Looking at Ta'ziyè - van 9 tot 14 mei - komt voorstellen. Niet te missen! Jo Smets Jo Smets