VAN KONING TOT PRINS

De alleenheerschappij in de sector van draagbare gameconsoles is definitief voorbij. Sinds begin jaren tachtig stond Nintendo onafgebroken aan de top. Eerst met de Game & Watch-consoles (met onder meer het befaamde Donkey Kong), tijdens de jaren negentig met de iconische Game Boy, en de voorbije vijf jaar met de Nintendo DS. Verschillende concurrenten waaronder Atari en SEGA waagden zich even aan een draagbaar uitstapje, maar hielden het meteen weer voor bekeken, omdatopboksen tegen de trouwe aanhang van Nintendo nu eenmaal geen sinecure is. Alleen Sony houdt sinds eind 2004 waardig stand met de PlayStation Portable...

De alleenheerschappij in de sector van draagbare gameconsoles is definitief voorbij. Sinds begin jaren tachtig stond Nintendo onafgebroken aan de top. Eerst met de Game & Watch-consoles (met onder meer het befaamde Donkey Kong), tijdens de jaren negentig met de iconische Game Boy, en de voorbije vijf jaar met de Nintendo DS. Verschillende concurrenten waaronder Atari en SEGA waagden zich even aan een draagbaar uitstapje, maar hielden het meteen weer voor bekeken, omdatopboksen tegen de trouwe aanhang van Nintendo nu eenmaal geen sinecure is. Alleen Sony houdt sinds eind 2004 waardig stand met de PlayStation Portable (PSP), en is erin geslaagd om de bescheiden monopoliepositie van Nintendo te doorbreken. Nokia ondernam eind 2003 een eerste poging om met een primitieve smartphone de draagbare gamemarkt aan te vallen. Met de N-Gage kon je niet alleen spelen, maar ook telefoneren. Mooi bedacht, maar het systeem sloeg niet echt aan en was onder meer door zijn knullige ontwerp verre van een indrukwekkende spelconsole, laat staan een aantrekkelijke telefoon. Dat leverde hem de misprijzende bijnaam 'taco' op. N-Gage trok begin 2008 vervolgens de digitale kaart. Het spelsysteem werd mee geïntegreerd in verschillende nieuwe smartphones maar stierf eind vorig jaar een stille dood. Nokia heeft tegenwoordig in haar online Ovi Store game-applicaties voor al haar smartphones in de aanbieding. Het N-Gage-avontuur heeft uiteindelijk mee het pad geëffend voor de iPhone en iPod touch van Apple. Die maakten tussen 2007 en 2008 een wereldwijd fenomeen van het gebruik van afzonderlijke softwareapplicaties, en schudden sinds kort ook de draagbare spelmarkt grondig dooreen. Steve Jobs liet in september 2010 bij de introductie van het Apple Game Center (een online sociaal netwerk voor het spelen van videogames) weten dat er voor iPhone en iPod touch inmiddels anderhalf miljard games tegen betaling werden gedownload. Beslist een indrukwekkend cijfer, maar hij vergat er wel bij te zeggen dat ook kruiswoordpuzzels en virtuele scheetkussens mee bij dit aantal gerekend werden. Producenten van draagbare spelconsoles, wier nieuwste games momenteel rond de dertig euro kosten, moeten misschien opboksen tegen smartphonespelletjes die voor hooguit enkele euro's te spelen zijn, toch is er een wezenlijk verschil in kwaliteit van de games op beide types van toestellen. Portable gaming is, welk platform je ook gebruikt, bedoeld voor korte speelsessies. Game-applicaties voor smartphones zijn zelfs bovenal op extreem korte ervaringen gericht. Ze worden door de meeste gebruikers vooral gespeeld om even de tijd te doden. Games op draagbare consoles bieden voorlopig nog uitgebreidere mogelijkheden en een veel directere besturing, aangezien de toestellen daartoe uitgerust zijn met speciale bedieningselementen zoals richtingsknoppen en joysticks. De games zijn meestal ook grafisch en technisch geavanceerder dan hun smartphonetegenhangers. Kortom: wie écht van gamen houdt, zal nog steeds een draagbare console verkiezen. In die zin zorgen gameapplicaties voorlopig enkel voor een verandering in de draagbare gamemarkt, zonder dat ze die volledig overnemen. Althans: niet meteen. DOOR DIMITRI DEWEVER