Eerste zin Dreux leerde ik kennen op een ochtend in de herfst; het hert op de kop af vijf jaar later.
...

Eerste zin Dreux leerde ik kennen op een ochtend in de herfst; het hert op de kop af vijf jaar later. Zijn eigen productie is uitgedund tot - toegegeven: zeer goeie - gedichten en kunstessays, maar Cees Nooteboom blijft een naarstig ontdekker van de wereldliteratuur. Nu prijkt lof van zijn hand op de cover van Oogzenuw, het debuut van de Argentijnse schrijfster en kunsthistorica Maria Gainza. Dat mag niet verbazen: net als Nooteboom vermengt ze in haar essayistische verhalen kunst met persoonlijke anekdotes - of hoe artistieke schoonheid en het bittere leven elkaar in evenwicht houden. Daarbij vermijdt ze geijkte paden. Zo ontkracht ze tijdens een bezoekje aan de oogarts - haar ooglid blijft onbedaarlijk trillen - een aantal mythes over Mark Rothko en toont ze aan dat jachttaferelen en zeegezichten als die van Gustave Courbet wel degelijk het figuratieve mantelstuk overstijgen. Maar het zijn de persoonlijke verhalen die overtuigen. De kilte waarmee ze over haar ontaarde halfbroer schrijft, de gemene ondertoon in haar verhaal over haar verloren vriendin, de zelfkritiek op haar eigen luiheid: het is menselijk, al te menselijk. Gelukkig is er kunst als balsem, in dit geval in de vorm van topliteratuur.