Hij is een leider, onze voornaamste ambassadeur en de beschermer van onze cultuur en taal. Een voorbeeld voor de jonge generatie. Een held.' Zulke grote woorden lijken op het lijf van een of andere politieke roerganger geschreven, maar niet nu. We tekenden ze op uit de mond van Eyadou Ag Leche, bassist bij Tinariwen, de befaamde kliek Toearegmuzikanten uit de zuidelijke Sahara, en zijn woorden zijn bestemd voor hun oprichter Ibrahim Ag Alhabib. Normaal gezien hadden we een afspraak met de charismatische frontman, maar een verkoudheid en keelproblemen houden Ibrahim aan zijn hotelbed gekluisterd. Zijn jonge pupil Eyadou staat ons graag te woord, vergezeld van een meegereisde tolk. De voertaal is een mengelmoes van Engels, Frans en Tamashek, het Berberdialect van de Toearegstam waartoe alle leden van Tinariwen behoren.
...

Hij is een leider, onze voornaamste ambassadeur en de beschermer van onze cultuur en taal. Een voorbeeld voor de jonge generatie. Een held.' Zulke grote woorden lijken op het lijf van een of andere politieke roerganger geschreven, maar niet nu. We tekenden ze op uit de mond van Eyadou Ag Leche, bassist bij Tinariwen, de befaamde kliek Toearegmuzikanten uit de zuidelijke Sahara, en zijn woorden zijn bestemd voor hun oprichter Ibrahim Ag Alhabib. Normaal gezien hadden we een afspraak met de charismatische frontman, maar een verkoudheid en keelproblemen houden Ibrahim aan zijn hotelbed gekluisterd. Zijn jonge pupil Eyadou staat ons graag te woord, vergezeld van een meegereisde tolk. De voertaal is een mengelmoes van Engels, Frans en Tamashek, het Berberdialect van de Toearegstam waartoe alle leden van Tinariwen behoren. 'Mijn vader en Ibrahim zijn oude vrienden. In de jaren 70 ontvluchtten ze samen de droogte en gingen ze van Mali richting Algerije. Daar ben ik geboren in een vluchtelingenkamp: een banneling van bij de verwekking. Van kleins af aan was ik een van Ibrahims studenten. Hij heeft me persoonlijk onze gitaartechnieken en traditionele liederen geleerd, tot ik klaar was om fulltime de groep te vervoegen.' Eyadous levensverhaal bevat alle grote lijnen van de geschiedenis van de Toearegs, een eeuwenoud nomadenvolk van woestijn- en bergbewoners die het onherbergzame gebied tussen Algerije, Mali en Libië bewonen en er vee drijven. Onderdrukking en discriminatie zijn al generaties lang hun deel, en sommige oudere Tinariwenleden zijn veteranen van verschillende gewapende conflicten. Die decennia overlappende vrijheidsstrijd tegen de heersers van Mali, Libië en Mauritius vormt nu het hart van de mythologie rond Tinariwen. In de jaren 70 en 80 was het bezit van een cassette met hun opruiende guerrillapoëzie zelfs illegaal. In dezelfde periode waarin The Clash over Guns Of Brixton zong en Bob Marleys Rebel Music de wereld veroverde, toonden de leden van Tinariwen zich the real deal. Hardcore punks op sandalen, gitaar over de schouder, Kalasjnikov binnen handbereik. Optreden kunnen Ibrahim en zijn kompanen in die jaren enkel onder de uitgestrekte dekmantel van de woestijn, vaak tijdens clandestiene festivals waarop hun door dieselgeneratoren aangedreven elektrische gitaren in alle vrijheid tegen de sterren op huilen. Die eindeloze nachtelijke jamsessies zijn lange tijd de enige manier om hun trotse cultuur levend te houden. Wanneer het Westen begin deze eeuw hun broeierige, melancholische gitaarklanken en de van bitterheid en tegenslag bol staande teksten leert kennen, levert dat meteen het etiket 'woestijnblues' op. Een bijna negenduizend kilometer lange bloedlijn, tussen de Mississippi en de Maghreb, die de leden van Tinariwen pas zelf ontdekken wanneer ze voor het eerst de oversteek naar Europa maken. Eyadou: 'In de woestijn had ik geen toegang tot westerse muziek, maar toen ik voor het eerst de platen van Jimi Hendrix hoorde, voelde ik een connectie. Het was alsof ik een oud familielid of een zielsverwant tegen het lijf liep.' Tegenwoordig luistert de minzame Eyadou niet alleen naar jazz, blues en country, hij deelde zelfs al het podium met de grote namen uit de rockmuziek zoals Robert Plant, The Rolling Stones en Santana. Tinariwens passage met de legendarische gitarist op het Montreux Jazz Festival van 2006 is een dierbare herinnering: 'We hadden vooraf niet gerepeteerd en toch leek het alsof we elkaar kenden. Santana speelde mét en niet naast ons, onze ziel was één.' Vandaag zijn de voormalige krijger-muzikanten een gevestigde waarde in het wereldmuziekcircuit. Hun geweren zwijgen, maar de onafhankelijkheidsstrijd duurt voort. De droogte die hun woongebied in de greep houdt, de zich alsmaar heviger roerende Noord-Afrikaanse tak van Al-Qaeda en het bloedige conflict in Libië zetten hun levenswijze onder druk. Tegelijk relativeert Eyadou de invloed van de Arabische lente: 'Kolonel Khadafi of niet: voor ons maakt het niets uit. De Arabische burgers strijden nu voor vrijheid, maar de Toearegs zijn al duizenden jaren een vrij volk. We kennen geen grenzen en we respecteren andere culturen, democratie is voor ons de normaalste zaak ter wereld.' 'De Toearegs hebben nooit voor een eigen land gestreden, enkel voor vrijheid', voegt hij eraan toe. 'Wat ben je met een land zonder vrijheid? Volgens wat ik begrijp, hebben jullie hier in België wel een staat, maar geen bestuur. Is dat vrijheid? Is dat ideaal?' We doen er het zwijgen toe, maar de tolk lacht er smakelijk zijn gehavende gebit bij bloot. Het geld dat Ibrahim en andere Tinariwens via platenverkoop en tournees verdienen, vloeit bijna integraal naar de gemeenschap. In nederzettingen als Tessalit sponsoren royalties de bouw van waterputten en aanleg van groentetuinen. Eyadou zweert echter dat de Toearegs zich nooit permanent zullen vestigen: 'Wij zijn nomaden, onze bestemming is nooit helemaal bereikt.' De woestijn geeft hen bewegingsvrijheid, maar daar betalen de Toearegs met dorst en ontbering regelmatig een hoge prijs voor. Hun haat-liefdeverhouding staat centraal in de teksten op Tassili, hun nieuwste en vijfde worp, zo genoemd naar het plaatsje Tassili N'Ajjer, een voormalig toevluchtsoord tijdens een van de vele conflicten met de Malinese regeringstroepen. Op vorige albums als Aman Iwan (2007) en Imidiwan (2009) kregen opzwepende vrouwelijke achtergrondkoren een prominente rol. Op Tassili is dat niet het geval, maar met een reden: 'De muziek op deze plaat klinkt zoals ze origineel ontstaan is: gespeeld op akoestische instrumenten terwijl vrienden en familie rond het kampvuur samen zingen en thee drinken. Het is luistermuziek, niet bestemd om op te dansen of te feesten.' Tassili luidt een herbronning in voor Tinariwen, een spirituele boemerangbeweging waarin vooral Ibrahim de hand heeft. Die had grote moeite om hun door weer, wind en automatische wapens geërodeerde oerklanken in een opnamestudio te ensceneren. Zo kwam het dat Tunde Adebimpe en Kyp Malone van TV On The Radio vorig jaar een week lang schorpioenen en kruipend zand trotseerden, en hun slaapzak neervlijden in het maanlandschap van Zuid-Algerije om samen enkele songs op te nemen. Het was de eerste keer dat Tinariwen 'vreemde' muzikanten verwelkomde: een spontane en zeer aangename samenwerking, volgens Eyadou, gebaseerd op wederzijds vertrouwen, respect en Tunde's vaardigheden op de slidegitaar. Ook in een hechte en geïsoleerde gemeenschap zoals die van de Toearegs bestaan artistieke meningsverschillen. Sommige oudgedienden binnen Tinariwen lopen niet al te hoog op met Ibrahims recent ingeslagen pad van traditie. De inbreng van medestichter Abdallah Ag Alhousseyni bijvoorbeeld was deze keer miniem, en de gitarist staat zelfs niet meer op de groepsfoto die de hoes siert. Er bestaan al splintergroepen, zoals Tamikrest en Terakaft, meestal opgestart door jonge Toearegmuzikanten wiens muzikale opvoeding wél met invloeden uit de westerse popcultuur doorspekt is. Het was Abdallah die vorig jaar de hort opging met de Britse folkies van Tunng, en ook van hem wordt verwacht dat hij zich met een nieuw project van Tinariwen zal afscheiden. Is hun voortbestaan in gevaar? Eyadou kijkt vreemd op, het concept van een groepssplit is hem vreemd: 'Tinariwen is niet zomaar een band, het is een instituut. Onze muziek wordt van generatie op generatie doorgegeven en zal nooit ophouden te bestaan. Geloof me, de kans is erg groot dat binnen twintig jaar niet ik, maar mijn zoon hier zal zitten. Wie weet geeft hij dan wel een interview aan jouw zoon.' Een brede glimlach en een slok thee. ' Insjallah, als God het belieft!'. TASSILI Uit bij V2 vanaf 29/8.DOOR JONAS BOEL