When Frankie Went to Hollywood.
...

When Frankie Went to Hollywood. Karen McNally, University of Illinois Press; 232 blz.Sinatra. Movie Icons. Alain Silver; Taschen; 192 blz. Wil je alle roddels over Sinatra lezen, dan is er Kitty Kelley's His Way, een typisch voorbeeld van de biografie als karaktermoord. Wil je een prachtige beschouwing en analyse van wat hem als zanger zo bijzonder maakt, dan is er het onmisbare The Song is You van Will Friedwald. Wil je alles te weten komen over Sinatra's filmcarrière (zestig films; één Oscar voor beste bijrol in From Here to Eternity), dan is er helaas geen enkel boek dat soelaas brengt. Karen McNally pretendeert in When Frankie Went to Hollywood die leemte te vullen, maar de pretentieuze bijtitel van haar ploeterende werkstuk, Frank Sinatra and American Male Identity toont meteen waar het schoentje knelt. Het is een analyse die aansluit bij de studies van feminisme, gender en aanverwanten waar Britse academici zo verzot op zijn. En waarin heel gewichtig en druk wordt gedaan om uiteindelijk tot banale conclusies te komen. Ook bespreekt McNally alleen de films die in haar kraam en haar vooropgezette theorietjes passen. En dan nog! Merkwaardig toch dat een film als The Detective niet eens aan bod komt. Terwijl Sinatra in deze taaie policier van Gordon Douglas een New Yorkse rechercheur speelt die een onderzoek voert naar een moord in het homomilieu (anno 1968 terra incognita in Hollywood) en anders dan zijn collega's verbazend tolerant en onbevooroordeeld uit de hoek komt. Wat toch stof tot discussie biedt in een boek met dit uitgangspunt. Voor hetzelfde geld ben je dan beter af met het fotoboekje over Sinatra's filmcarrière in de Movie Icon-reeks van Taschen. De tekst (alleen maar karige bijschriften) is te verwaarlozen, maar zoals bij elke ster die naam waardig, spreken de beelden boekdelen. Omdat je hier niet alleen Sinatra ziet als een swingende sultan of cool, maar ook in gefolterde, kwetsbare of ronduit antipathieke rollen die regelrecht tegen zijn imago ingaan, zoals de strijdvaardige Italo-Amerikaanse soldaat Angelo Maggio in From Here to Eternity (1953), de huurmoordenaar die de president wil neerknallen in Suddenly (1954), de drugsverslaafde muzikant in The Man With the Golden Arm (1955), de gehersenspoelde Korea-veteraan in The Manchurian Candidate (1962). Blijft de vraag waarom Sinatra's acteercarrière niet meer au sérieux wordt genomen? Hij heeft het natuurlijk zelf gezocht door zich vaak onhandelbaar op te stellen als hij zijn zin niet kreeg. 'I'm just one of those who thought they could direct Sinatra', zei Robert Aldrich ( 4 for Texas). 'It's like being one of the girls who thought they'd get Howard Hughes to marry them.' Wellicht was ook zijn status als zanger zo groot dat de waardering voor zijn filmprestaties daar onder geleden heeft. Zie je zijn films terug, dan is de kwalificatie van verdienstelijk acteur toch een beetje beledigend. Anders dan collega-zangers die (haast) altijd in de showbizzsfeer bleven hangen (Bing Crosby, Elvis Presley) of slechts zeer sporadisch voor de camera's postvatten, had Sinatra een consistente filmcarrière en wist hij occasioneel diep in zijn karakters te graven en personages te creëren die een zelfstandig leven leiden en volledig buiten de Sinatrapersona treden. Wat des te opmerkelijker is aangezien Sinatra een erg intuïtief en ongeduldig acteur was. In groot contrast met de methodacteurs van zijn generatie (Brando, Monty Clift, Rod Steiger) moest het allemaal snel gaan en had ' one-take Charlie' geen boodschap aan 'motivatie'-onzin. Hij acteerde alsof hij dubbel geparkeerd stond, is een vaak gehoorde opmerking van filmlieden die met hem hebben gewerkt. Kennelijk kwam bij Sinatra's ogenschijnlijke nonchalance als filmacteur en zijn wat neerbuigende kijk op de filmindustrie toch ook een stukje pose kijken. Door Patrick Duynslaegher