Op 5 maart 2013 overleed de Venezolaanse president Hugo Chávez aan kanker. Voor de ene was hij een socialistische held die zijn land van de ondergang redde, voor de ander een narcistische demagoog die het niet nauw nam met mensenrechten en persvrijheid. Hij voerde, geruggensteund door de hoge olie-inkomsten, een eerder centrumrechts economisch beleid, waarmee hij de armoedecijfers in zijn land kon decimeren. Tegelijk was hij een brutaal opdondertje dat dweepte met Castro, openlijk de revolutie predikte en er niet voor terugschrok de neoliberale VS de mi...

Op 5 maart 2013 overleed de Venezolaanse president Hugo Chávez aan kanker. Voor de ene was hij een socialistische held die zijn land van de ondergang redde, voor de ander een narcistische demagoog die het niet nauw nam met mensenrechten en persvrijheid. Hij voerde, geruggensteund door de hoge olie-inkomsten, een eerder centrumrechts economisch beleid, waarmee hij de armoedecijfers in zijn land kon decimeren. Tegelijk was hij een brutaal opdondertje dat dweepte met Castro, openlijk de revolutie predikte en er niet voor terugschrok de neoliberale VS de middelvinger te geven. Beide visies komen aan bod in deze bekroonde roman van Alberto Barrera Tyszka, die zich afspeelt tijdens de nadagen van Chávez' bewind. De president vecht in Cubaanse ziekenhuizen tegen kanker en in Venezuela wachten voor- en tegenstanders bang af. De gepensioneerde oncoloog Sanabrias probeert neutraal te blijven, maar de familiediscussies lopen hoog op en wanneer hij via zijn neef filmpjes doorgespeeld krijgt van een stervende president, wordt hij het doelwit van de Cubaanse geheime politie. Ook in de flatjes naast hem worden kleine oorlogen uitgevochten: een werkloze journalist die een envelop vol inflatiebestendige dollarbiljetten in de hand gedrukt krijgt, vecht tegen zijn geweten; een huiseigenaar bekampt de anarchistische krakers die haar flat bezet hebben; en de kleine María vecht tegen het verdriet - haar moeder werd op straat neergeknald, het zoveelste slachtoffer van drugsbendes. Tyszka kan niet helemaal vermijden dat zijn personages, ook al diept hij ze stuk voor stuk uit, vooral dienen als spreekbuizen om politieke meningen te ventileren. Daarvoor is zijn roman te kort en introduceert hij te veel stemmen. Sommige verhaallijnen, zoals die van de Amerikaanse journaliste die wanhopig Chávez probeert te interviewen of die van de cartooneske vrijheidsstrijdsters die diens ziekte als een CIA-complot zien, bungelen er wat losjes bij. Toch charmeert Tyszka met zijn klassiek opgebouwde boek: nergens wordt het pamflettair en vaak weet hij in knap geschreven alinea's ontroering op te wekken - het verhaal van twee jonge geliefden die dakloos worden en de wijde wereld intrekken, op zoek naar vrijheid in een beklemmende maatschappij, is een sterk staaltje literatuur. Daarnaast is zijn roman een prangende introductie tot Venezuela en bij uitbreiding Latijns-Amerika, een broeierig en vaak brandend werelddeel dat al te dikwijls aan onze blik ontsnapt en te zelden het journaal haalt. DE LAATSTE DAGEN VAN DE COMMANDANT *** Alberto Barrera Tyszka, Wereldbibliotheek (oorspronkelijke titel: Patria o muerte), 224 blz., ? 19,99. RODERIK SIXCENTRALE ZIN Je kunt teksten censureren, wijzigen en controleren en de publicatie ervan tegenhouden, maar je kunt niet voorkomen dat mensen schrijven.