Eerste zin Ze sturen mij naar hen toe omdat ik niets met hen te maken heb.
...

Eerste zin Ze sturen mij naar hen toe omdat ik niets met hen te maken heb. Op vraag van haar zus Marie brengt Vera een tas spullen naar Brussel. Ze moet die afleveren in een appartement waar ze twee Duitsers aantreft. Vooral met Stefan kan ze het opperbest vinden, ook al zegt hij haar ronduit dat haar fascinatie voor de filosofie van Pascal en Levinas getuigt van een reactionair-burgerlijke kijk op de realiteit en dat ze die heren beter zou inruilen voor Hegel en Marx. Stefan maakt deel uit van de Rote Armee Fraktion (RAF), de terroristische organisatie die met steun van de Oost-Duitse Stasi vooral in de jaren 1970 via bankovervallen, ontvoeringen en moorden West-Duitsland rijp wilde maken voor de revolutie. En die in Brussel een schuilhol had. In Oktober is de mooiste maand neemt Johanna Spaey een duik in de psyche van Stefan en probeert ze te achterhalen hoe en waarom een geschiedenisleraar niet alleen een ontvoerder en koelbloedige moordenaar wordt, maar ook na bijna twintig jaar gevangenis nog steeds een gevoelig mens is. Want Spaeys roman valt uiteen in twee verhaallijnen: een die speelt in de late jaren zeventig, wanneer Stefan van een sympathisant van extreemlinks uitgroeit tot een regelrechte terrorist, en een die speelt in 2002. Stefan is dan net uit de gevangenis. Hij mag het Duitse grondgebied niet verlaten, maar trekt toch naar een camping in de Belgische Oostkantons, waar de wapens van weleer nog steeds verborgen zitten. De sporttas waar ze hun geld in bewaarden, blijkt leeg te zijn. Maar in feite komt hij niet echt daarvoor. Hij wil verder, naar Leuven om precies te zijn, waar Vera woont, de Vera die hij al die jaren niet gezien heeft, maar die hem een brief heeft geschreven. Oktober is de mooiste maand is een filosofische roman over de wijze waarop extremisme en geweld doorgegeven worden van generatie op generatie, een proces waarvan niemand gevrijwaard blijft. Vera werkt bijvoorbeeld aan een doctoraat over de invloed van WO I op Ludwig Wittgensteins Tractatus, waarin het befaamde 300 mm-kanon ter sprake komt dat die filosoof in 1916 uit eigen zak voor het Oostenrijkse leger wilde bekostigen. Spaey heeft voor dit boek duidelijk heel wat info verzameld en als lezer voel je daar jammer genoeg het gewicht te veel van.