Nr. 29 is zo'n levensgrote pop, gemaakt van jute en opgevuld met stro. De figuur heeft ogen, neus noch mond maar wel een rossige, schaamhaarachtige baard en twee wollige wenkbrauwen. Zijn ene schouder zit scheef en zijn armen zijn opvallend ongelijk. Hij draagt een toegetakeld T-shirt van Red Bull en een broek met curieuze uitsnijdingen. Nr. 29 hangt samen met 33 andere, erg vergelijkbare poppen aan de muur bij Galerie Micheline Szwajcer. Omdat hij er met dat oranje haar en rode T-shirt het vurigste uitziet, pikken we hem er even uit. Maar eigenlijk zijn alle 34 poppen relatief i...

Nr. 29 is zo'n levensgrote pop, gemaakt van jute en opgevuld met stro. De figuur heeft ogen, neus noch mond maar wel een rossige, schaamhaarachtige baard en twee wollige wenkbrauwen. Zijn ene schouder zit scheef en zijn armen zijn opvallend ongelijk. Hij draagt een toegetakeld T-shirt van Red Bull en een broek met curieuze uitsnijdingen. Nr. 29 hangt samen met 33 andere, erg vergelijkbare poppen aan de muur bij Galerie Micheline Szwajcer. Omdat hij er met dat oranje haar en rode T-shirt het vurigste uitziet, pikken we hem er even uit. Maar eigenlijk zijn alle 34 poppen relatief inwisselbaar, verschillen ze vooral door hun haar en kleren. Of preciezer nog: door hun miezerige fluthaar en hun aan flarden gereten lompen. Natuurlijk zijn de poppen met opzet zo onbeholpen mogelijk geconcipieerd - dat is het gebruikelijke recept van De Gruyter & Thys. Die schmutzigen Puppen zijn stuk voor stuk vogelverschrikkers en sukkels die je aantreft onder grootstedelijke putdeksels. Ze ogen eng en vreemd alsof ze gemaakt zijn door een stelletje halvegaren, maar ze zijn ook geestig en compleet, en aanzienlijk levendiger dan heel wat andere artistieke scheppingen. Ze werden overigens niet in Pommeren maar in het Poolse Otwock gemaakt. De kunstenaar Miroslaw Balka nodigt daar sinds 2010 collega's uit en ook De Gruyter en Thys gingen er een tijd werken. Maar het stadje in de buurt van Warschau is een vreemde plek. Ooit was Otwock welvarend, maar de nazi's hielden er lelijk huis. Joden werden er bijeengedreven in een getto, op transport gezet en vermoord. De zwarte bladzijde liet ravijndiepe sporen na: Otwock werd een spookstad en haast iedereen die er nu nog woont, is verslaafd aan alcohol. In dat duistere sfeertje zagen de juten scheppingen van De Gruyter & Thys het licht. De poppen werden lowlifes, naar het voorbeeld van al wie dezer dagen aan de onderkant van de samenleving kleeft. Merkwaardig genoeg zijn alle schmutzigen Puppen mannen. Sommigen dragen kapotte leren broeken - of iets wat daarvoor moet doorgaan - en pakjes die er gay uitzien. Maar of we daar een verklaring in mogen vinden, is zeer de vraag. In de afgelopen jaren kwamen De Gruyter & Thys met de gekste dingen naar buiten. Het Brusselse duo maakt kunst die per definitie niet afgeborsteld, niet vlot en niet stoer is. Een zekere halfslachtigheid of vrijblijvendheid was daar weleens het gevolg van, maar dat geldt niet voor de vuile Pommerse poppen. De reeks gaat dapper en zonder aarzelen over fundamentele mislukkingen. De loser wordt vlijtig aan elkaar genaaid, opgedoft en getoond als een begerenswaardig stukje kunst. En niet slechts één loser, maar een heel leger. Als artistieke daad is dat duidelijk. Behoorlijk knetter ook, maar recht door zee. Geslaagden van deze wereld, beware. JOS DE GRUYTER & HARALD THYS, 2013 TE ZIEN OP JOS DE GRUYTER & HARALD THYS, DIE SCHMUTZIGEN PUPPEN VON POMMERN, GALERIE MICHELINE SZWAJCER, TOT 15/3 ELS FIERS