‘NOBODY CARES ABOUT YOUR LIFE, DAWSON’

© © GETTY

Stellen de tv-series waar we jaren geleden verslaafd aan waren vandaag nog iets voor? Zeven ervaringsdeskundigen leggen een zomer lang zeven titels van toen op de testbank. Deze week: Dawson’s Creek.

‘Je moet een screenshot nemen telkens Dawson in tranen uitbarst!’ was de enthousiaste reactie van mijn vrienden toen ik meedeelde dat ik Dawson’s Creek ging herbekijken. Jaren van televisionele kommer en kwel werden plots gereduceerd tot een animated gif waarop acteur James Van Der Beek op een – toegegeven – nogal pathetische manier zijn ogen uitjankt. De aankoop van de serie was niet bemoedigender. Ergens weggedoken in een grote multimediawinkel vond ik een plastic spindel volgepropt met dvd’s die volgens het haastig gekleefde papiertje ‘alle zes seizoenen van Dawson’s Creek‘ zouden moeten bevatten. Werkelijk, ik bezit boxsets met de verzamelde afleveringen van Shark Attack die met meer respect geproduceerd zijn dan het triestige hoopje zilveren schijfjes dat ik mee naar huis heb gekregen.

Plots had ik geen opdracht meer, maar een queeste. Deze hele nostalgietrip moest Dawson’s Creek in ere herstellen en het bewijs leveren dat de serie meer heeft voortgebracht dan een internetmeme. Alas. Het beeld van een grienende Dawson bleek jammer genoeg een nogal treffende samenvatting van de horreurs die ik seizoenenlang heb waargenomen.

Voor zij die halverwege de jaren negentig interessanter activiteiten hadden dan voor tv hangen even deze opfrisser: Dawson’s Creek was een tienerreeks die zich afspeelde in Capeside, een fictief boerengat met een haven, een visrestaurant en een middelbare school dat het epicentrum vormt van het leven van de hoofdpersonages.

Dawson Leery, gespeeld door James Van Der Beek, is een dromerige aspirant-filmmaker, Joey Potter (Katie Holmes) is Dawsons beste vriendin en een behoorlijk kruidje-roer-me-niet, en Pacey Witter (Joshua Jackson), de clown van de klas, zorgt voor de vrolijke noot. Hun suffe wereldje wordt aangetast wanneer de geblondeerde Jen Lindley (Michelle Williams) vanuit New York naar Capeside verhuist en daar de boel duchtig komt verstoren. Dawson’s Creek werd eind jaren negentig de modale huiskamer in gekatapulteerd met de tagline ‘It’s the end of everything simple and the beginning of everything else’. Sinds ik de reeks heb herbekeken, ben ik taglines als waarschuwingen beginnen te zien.

Want simpel, dat is Dawson’s Creek allerminst. De eerste aflevering schetst meteen de moeilijke relatie tussen Dawson en Joey. Als kind deden ze altijd alles samen, maar op hun vijftiende voelen ze zich plots geremd vanwege hun – en ik quote – ‘genitaliën’. Het is een voorbode van wat nog moet komen, want na een korte flirt met ervaren blondine Jen realiseert Dawson zich dat zijn beste vriendin Joey eigenlijk zijn droomvrouw is. Hij én zij komen gedurende de daaropvolgende vijf seizoenen verschillende keren op die beslissing terug in hemeltergende dialogen en heel wat gemopper. De hele Dawson-en-Joey-saga is niet meer dan een misselijkmakende carrousel die met ieder rondje het woord soulmate wel een keer of drie verkracht. Ik kan het little Joey Potter best vergeven, maar Dawson Leery moet zowat het meest egocentrische televisiepersonage zijn sinds de uitvinding van de schotelantenne. Waarom was me dat nooit eerder opgevallen? Het enige wat hij doet, is jammeren, mopperen en obsessief bezig zijn met zijn eigen interesses en gevoelens, tot je als kijker op een punt komt dat je niet anders kunt dan een onflatteuze screenshot nemen en die op het internet vereeuwigen. Om het met de woorden van Pacey Witter (S2-E2) te zeggen: ‘Nobody cares about your life, Dawson.’

Want hoewel Dawsons levensloop de rode draad is die alle andere gebeurtenissen bundelt, is zijn verhaal het minst interessante. Dawson’s Creek stond bekend om zijn taboe-onderwerpen, waar zelfs ik als jong meisje in de grootstad soms rode oortjes van kreeg. Al vanaf seizoen één wordt er duchtig gegraaid in de kleinburgerlijke doos van Pandora. We krijgen open huwelijken, mentale stoornissen, sterfgevallen, homoseksualiteit en zelfs pedofilie voorgeschoteld. Jammer genoeg zien de schrijvers zich genoodzaakt om niet te ver af te drijven van het leven van hun title character, waardoor ze nogal vluchtig over die delicate verhaallijnen heen moeten walsen.

Zo moet Joey haar eigen vader verraden wanneer die weer eens drugs dealt en stuurt ze hem voor de rest van zijn leven naar de gevangenis. Enkele episodes later is het niet meer dan een anekdote dat Mr. Potter in de nor misnoegd op zijn knokels zit te knauwen en dus niet aanwezig kan zijn op het Thanksgiving-etentje. En wanneer Andie McPhee plots volledig instort, stemmen hoort, haar blonde haren bruin (bruin!) verft en spiegels kapotgooit, besluiten De Vrienden haar te laten opnemen in een instelling, waar ze voor het einde van de seizoensfinale alweer even vrolijk buitenwandelt, als ware borderline niet meer dan een venijnig buikvirus. Het enige gevoelige onderwerp dat fatsoenlijk uitgewerkt wordt en tijd krijgt om te groeien, is Jack McPhees homoseksualiteit.

Wat misschien nog het meeste opvalt in deze serie is hoe geen enkel personage ooit echt een tiener is. ‘I don’t wanna wait for our lives to be over’, zingt Paula Cole in de openingscredits en dat vat de mindset van de protagonisten samen. Ze hebben ‘Verantwoordelijkheden’ en ‘Problemen’, doen nooit aan seks terwijl ze er urenlang over praten en gebruiken woorden die enkel de meest opgefokte doctoraatsstudent zou durven te bezigen. Uitdrukkingen als ‘vitriolic diatribes’, ‘life correlation’ en (o ironie) ‘persnickety’ gaan vlot over de tong wanneer de hoofdpersonages hun treurige bestaan en hun zoektocht naar zichzelf voor de tigste keer in een navelstaarderige tirade op de kijker loslaten. Het enige moment waarop Dawson zich eindelijk naar zijn leeftijd gedraagt en op een feestje roekeloos dronken wordt, verklaart hij achteraf als een experiment – door de scheiding van zijn ouders wilde hij graag het kind in zichzelf ontdekken.

Viel er dan werkelijk niets te beleven aan mijn trip down memory lane? Toch wel.

Er zitten enkele aardige cameo’s in, zoals Busy Philipps als Joeys kamergenote aan de universiteit, en de verwijzingen naar films en series als Sixteen Candles, The Wonder Years, The Breakfast Club en Mighty Ducks zijn om van te smullen. Ook de ontwikkeling van de relatie tussen Pacey en Joey staat na al die jaren nog steeds overeind. The power of Pacey moet zowat de belangrijkste reden zijn waarom ik dvd na dvd in mijn laptop bleef schuiven. Schrijver Kevin Williams had immers nooit verwacht dat hij een vervolg mocht maken op zijn eerste seizoen, waarin hij de onvermijdelijke combinatie Dawson en Joey al tot stand had laten komen. Williamson moest dus op zoek naar een nieuwe verhaallijn, en gelukkig vond hij die in Pacey, die hij prompt omtovert tot het beste tv-liefje in de geschiedenis van de tv-liefjes. Het moment waarop Pacey Joey, die schilderlessen volgt en een ‘groter canvas’ wil, een hele muur in de stad cadeau doet, geeft ook nu nog een brok in de keel. Toch is er ondertussen meer nodig dan een goedgecaste tienerromance om me warm te krijgen. Over het algemeen was mijn ervaring een tergend lange marathon van face palms, diepe zuchten, oogrollen en de occasionele ffwd, al zal mijn ergernis eerder bij mezelf dan wel bij de serie gelegen hebben.

Het besef dat dit pompeuze stel adolescenten ooit mijn rolmodellen waren, wier wel en wee duchtig werd besproken op de speelplaats (derde paal onder de luifel, en enkel op donderdagen) deed me meermaals in elkaar krimpen. Dat kan enkel maar betekenen dat ik gedurende de Dawson Days zélf een egocentrisch, overgevoelig, wijsneuzerig wicht geweest moet zijn. Of ik me zo ben gaan gedragen omdat ik de personages in de serie zo inspirerend vond, of dat ik de personages zo inspirerend vond omdat ik mezelf erin herkende, wil ik graag in het midden laten. Het heeft me tien jaar tijd gekost, maar aan iedereen met wie ik vroeger urenlange telefoongesprekken heb gevoerd om – naar het voorbeeld van Dawson en Joey – mijn gruwelijk ondraaglijke bestaan tot op de naad te analyseren: mijn oprechte verontschuldigingen.

DOOR KATRIN SWARTENBROUX

ALAS. HET BEELD VAN EEN GRIENENDE DAWSON BLEEK JAMMER GENOEG EEN TREFFENDE SAMENVATTING VAN DE HORREURS DIE IK SEIZOENENLANG WAARNAM.

Fout opgemerkt of meer nieuws? Meld het hier

Partner Content