'Hoogmoed komt voor de val', zo staat het in de Bijbel. En als we de parabel van Shyamalan aanhoren dan moet daar in een volgende druk misschien ook de frase 'en voor de publicatie van je eigen hagiografie' worden aan toegevoegd. Vlak voor de Amerikaanse release van het inmiddels gekelderde Lady in the Water werd namelijk het boek The Man who Heard Voic...

'Hoogmoed komt voor de val', zo staat het in de Bijbel. En als we de parabel van Shyamalan aanhoren dan moet daar in een volgende druk misschien ook de frase 'en voor de publicatie van je eigen hagiografie' worden aan toegevoegd. Vlak voor de Amerikaanse release van het inmiddels gekelderde Lady in the Water werd namelijk het boek The Man who Heard Voices: Or how M. Night Shyamalan risked his career on a Fairy Tale gepubliceerd, een biografische kroniek door Sports Illustrated-journalist Michael Bamberger over de making of Shyamalans laatste film en het daarmee gepaard gaande gebakkelei. Kritische journalistiek kun je het bezwaarlijk noemen. Zo loopt Bamberger voortdurend de 'amazing charm' van Night - zoals hij hier amicaal wordt genoemd - te bewieroken, terwijl verder kwistig wordt gestrooid met zinnen als 'I felt an amazing energy coming from this guy'. Bijna wordt het een ongewilde parodie wanneer de auteur het dispuut tussen Shyamalan en Disney-producente Nina Jacobson dissecteert en plots het volgende neerpent, alsof hij zich in de hoofden van de betrokkenen bevond en hun inwendige stemmen kon horen: 'Nina had no idea what Night was talking about. Night could tell.'Gelukkig maakt Bambergers vlotte, weinig pretentieuze stijl het een en ander goed en vallen er tussen de subjectieve lijnen (Shyamalan mocht het boek zelf redigeren) af en toe ook revelerende dingen te lezen. Zo doemt naarmate de pagina's passeren niet alleen het beeld op van een onvoorstelbare blaaskaak ( 'If I had unlimited time to practice basketball, after two years I'd be able to shoot with any NBA player'), maar ook dat van een neurotische twijfelaar die gelukkig de ballen heeft om zijn intuïtie te volgen, weigert zich naar de Hollywoodregels te plooien en niet beschroomd is om ook zijn kleine, narcistische kantjes te laten zien. Niet dat dat laatste Shyamalans hybris enigszins goedpraat; maar het maakt hem wel een stuk eerlijker en origineler dan de gemiddelde, uit schone schijn, botox en valse poses opgetrokken Tinseltownhabitué. (D.M.)