Eerste zin Er werd niets van mij verwacht.
...

Eerste zin Er werd niets van mij verwacht. Een paar jaar geleden was modeontwerpster-activiste Rachida Aziz aanwezig op een 1 mei-bijeenkomst in Gent. Ze zag vierhonderd witte gezichten die juichend instemden met de spreker wanneer hij het over gelijkheid en bevrijding had. En dat in een stad waar een derde van de bevolking een kleur heeft. Aziz werd kwaad. Ze was al kwaad sinds ze als tiener keer op keer racisme en minachting had gevoeld en haar gesuggereerd werd dat ze alleen geschikt was om te poetsen. Ze schreeuwt haar kwaadheid uit in dit punky pamflet, een aanklacht tegen het witte denken én een zoektocht naar de psychische oorzaken van haar ziekte. De pers wil je alleen opvoeren als lid van de moslimgemeenschap, klaagt ze, en als je ingaat op hun vragen word je keer op keer beledigd. Dat vreet aan je. Af en toe gaat Aziz al te kort door de bocht - zo schuift ze de schuld voor het martelen van Somaliërs door Belgische militairen in de schoenen van de verlichting - maar meestal slaat ze spijkers met koppen, bijvoorbeeld als ze schrijft dat kerkvader Augustinus, een Algerijnse berber, vandaag in Antwerpen om de haverklap zijn identiteit zou moeten bewijzen. Aziz is niet genuanceerd, tackelt politici op bedenkelijke wijze en beantwoordt je uitgestoken hand met een vuistslag. 'Wie wil volgen, stapt mee, ' schrijft ze, 'maar voor wie afhaakt, laat ik geen enkele traan.'