Wie hier vorige week het interview met Felix van Groeningen las, weet dat Belgica géén film is over de Charlatan, ook al hielp zijn pa het café eind jaren tachtig mee uit de grond van de Gentse Vlasmarkt te stampen. Een volledig uit de duim gezogen verhaal over alle paradijsvogels die daar tot de vroege uurtjes rondfladderden, is het blijkbaar evenmin. Wat zijn vijfde langspeler sowieso wél is, en dat met alle blutsen, builen en beats van dien, is een bruisende toogtrip die vol overgave tussen feit en fictie, extase en ontnuchtering, geromantiseerde anekdotes en wrange herinneringen danst.
...

Wie hier vorige week het interview met Felix van Groeningen las, weet dat Belgica géén film is over de Charlatan, ook al hielp zijn pa het café eind jaren tachtig mee uit de grond van de Gentse Vlasmarkt te stampen. Een volledig uit de duim gezogen verhaal over alle paradijsvogels die daar tot de vroege uurtjes rondfladderden, is het blijkbaar evenmin. Wat zijn vijfde langspeler sowieso wél is, en dat met alle blutsen, builen en beats van dien, is een bruisende toogtrip die vol overgave tussen feit en fictie, extase en ontnuchtering, geromantiseerde anekdotes en wrange herinneringen danst. Wie vreesde dat Van Groeningen na het succes van The Broken Circle Breakdown (2012) de klassiekere en meer melodramatische toer zou opgaan, krijgt van Belgica dus een welgemikte trok op zijn muile. Meer nog: nooit wist hij zoveel leven en rauwe energie op het grote scherm te vatten als in deze film. Alsof hij een laatste keer, vooraleer hij de kaap van de veertig rondt en richting Hollywood trekt, de demonen die ook zijn eerdere films bevolkten wilde loslaten. Terwijl veel films over de geneugtes en valkuilen van het nachtleven maar een stroeve bourgeoisboel opleveren, dropt hij de toeschouwer in het midden van de dansvloer, en laat hij hem het zweet, het bier, de urine en de smaak van verdampte dromen en ambities proeven. Verwacht dus geen brave drieakter die netjes van scène naar scène walst, laat staan een glad, craquelurevrij portret over de opkomst en de val van een hippe keet en de broers Jo (Stef Aerts) en Frank (Tom Vermeir) die ze, ten koste van hun privéleven, hun onderlinge relatie en finaal ook zichzelf, uitbaten. Het resultaat is een film opgetrokken uit korte vignetten, alsof Jo - de jongste en meest beredeneerde - en Frank - de oudste en meest impulsieve - afwisselend in een melancholische en uitzinnige bui door hun familiealbum bladeren. Al hun ups en downs passeren daarbij de revue, terwijl Stephen en David Dewaele - ook broertjes - er de soundtrack van hun hedonistische leven bij serveren en er afwisselend een gulzige scheut rock-'n-roll en pompende elektrobeats tegenaan gooien. Dat Belgica zijn personages soms wat voorbij laat razen of weinig verrassende wendingen neemt, hoeft geen bezwaar te zijn, want hell: geen feestje zonder kater of dipje. Dit is een film die het, meer dan van een welomlijnd scenario, van zijn authenticiteit, zijn spontaneïteit, zijn couleur locale, zijn expressionisme en vooral zijn tomeloze lust for life moet hebben, met Van Groeningen als stuwende VJ. Daarbij kan hij ook nu weer bogen op een relatief onbekende cast waar het naturel van afdruipt, op de beheerste montage van Nico Leunen, die ritme en ruimte geeft aan alle pieken en dalen, en op kwiek camerawerk van Ruben Impens, die alle hoeken van de Charlatan - excuus: de Belgica - verkent. En dat in het kielzog van Jo en Frank, de karakterieel botsende broers die tussen het fuiven en vloeken, lachen en huilen, zalven en slaan door tot de vaststelling komen dat zelfs aan de beste feestjes een einde komt. Of zoals Francis Bacon - de filosoof, niet de schilder - al wist: 'Een goed geweten is een voortdurend feest.' BELGICA **** Felix van Groeningen met Stef Aerts, Tom Vermeir, Stefaan De Winter, Charlotte Vandermeersch, Dominique Van Malder DAVE MESTDACH