Eerste zin Met de oliezwarte veer die ik op straat vond kriebel ik over de binnenkant van mijn arm.

Winkels worden geplunderd, elektriciteit en water vallen uit en de minister van Economische Zaken pleegt zelfmoord. De wereld is in de greep van het superzware zwarte gat dat op de aarde afstevent en voor alle leven een gewisse dood zal betekenen. Aha, denkt u nu wellicht, een klassiek rampenboek, maar dat is Nicolas en de verdwijning van de wereld dus niet. Anne Eekhout heeft ervoor gekozen haar verhaal te vertellen vanuit het standpunt van een achtjarige jongen. Veel tijd hebben Nicolas' ouders niet voor hem, wat hem de kans geeft smoorverliefd te worden op zijn prilzwangere oppas Katja en zich met zijn vriend Joachim voor te bereiden op de toekomst. En die zien ze groots, net als hun stripheld De Adelaar. Naar diens voorbeeld wil Nicolas de wereld redden. Daarom moet hij hard worden, en omdat heftige tijden om heftige maatregelen vragen, slaan Joachim en hij elkaar tot bloedens toe in het gezicht. Eekhout schreef een apocalyptisch boek voor apocalyptische tijden dat jammer genoeg soms iets te veel goedgelovigheid eist van de lezer.

Nicolas en de verdwijning van de wereld ***

Anne Eekhout, De Arbeiderspers, 251 blz., ? 19,99.