Op de bühne heette ze Nico, was ze de muze en zangeres van The Velvet Underground, de 'femme fatale van Lou Reed', en als dusdanig een enigmatisch glamouricoon van de subversieve sixties en seventies. In de coulissen was ze Christa Päffgen, een verbitterde junk en mislukte ...

Op de bühne heette ze Nico, was ze de muze en zangeres van The Velvet Underground, de 'femme fatale van Lou Reed', en als dusdanig een enigmatisch glamouricoon van de subversieve sixties en seventies. In de coulissen was ze Christa Päffgen, een verbitterde junk en mislukte moeder die tegen wil en dank bleef plakken op all tomorrow's parties, tot ze op haar 49e pardoes overleed na een val met haar fiets. Dat is althans wat deze deugddoend onflatteuze maar stroef geregisseerde biopic doet uitschijnen. Nico, 1988 doet met behulp van wat fictionaliserende kunstgrepen kond van Nico's laatste tournee in 1987, toen de blonde Teutoonse vamp van The Velvets nog slechts een vage maar o zo dominante schim uit het verleden was. Regisseur Susanna Nicchiarelli laat zowel Nico als Christa in de spotlights treden en toont vooral de slopende bitch fight tussen de twee, met alle persoonlijke crisissen en backstage trubbels van dien. Dat doet ze met de gebruikelijke parade van retropruiken, backstagepathos, (nagezongen) muzikale intermezzi, wat visuele vaseline en de Deense actrice Trine Dyrholm, die helaas meer imiteert dan incarneert. Lang niet zo uniek en intrigerend dus als de nasale stem en de soms spookachtig mooie songs van Nico. Of waren het toch die van Christa Päffgen?